Hoe is Cowboy Henk, die in 1981 voortvloeide uit Kamagurka's strip 'Bob Plagiaat', eigenlijk ontstaan?

Herr Seele: Kama vroeg me eens iets te tekenen. We zaten in zijn ouderlijk huis in Oostende, samen met componist Frank Nuyts en nog een vriend. We waren in die tijd gek van Bravo, het Vlaamse striptijdschrift van kort na de oorlog. Daarin stonden heerlijke strips, die ons beïnvloed hebben door hun onnozelheid. Ik heb toen een van de figuurtjes uit een cowboystrip een beetje afgetekend.
...

Herr Seele: Kama vroeg me eens iets te tekenen. We zaten in zijn ouderlijk huis in Oostende, samen met componist Frank Nuyts en nog een vriend. We waren in die tijd gek van Bravo, het Vlaamse striptijdschrift van kort na de oorlog. Daarin stonden heerlijke strips, die ons beïnvloed hebben door hun onnozelheid. Ik heb toen een van de figuurtjes uit een cowboystrip een beetje afgetekend. Vanaf het begin werkte ik met die typische dikke belijning. Ik had namelijk een ferme Redis-pen gekocht. Ik werk vandaag trouwens nog altijd met een kaligrafische pen, waardoor ik wel verplicht ben heel stijf te tekenen. Ik zou liever met penseel werken.Herr Seele: Niet echt. Ik wilde van die barokke gespierde mannen tekenen zoals in De Rode Ridder, maar desondanks werd het iets simpels. Wat Joost Swarte ooit 'de klare lijn' noemde toen hij over Kuifje sprak. Maar in feite heb ik daar niets mee te maken. Noch met Hergé, noch met diens klare lijn. Ik ben opgegroeid met de Vlaamse expressionisten. Het is me met de moedermelk meegegeven _ moeder was ook kunstenares. Op een bepaald moment ben ik echter een jaar restauratietechnieken gaan studeren in Firenze en daar ben ik contact gekomen met de Renaissance. Dat was een cultuurschok voor me. Je krijgt hier in Vlaanderen geen Italiaanse Renaissance te zien. Giotto (13de-eeuwse schilder uit de buurt van Firenze, algemeen beschouwd als grondlegger van moderne schilderkunst, red.) en Cimabue kende ik alleen uit de kunstboeken. En plots stond ik voor die panelen en fresco's ... Mijn tekenkunst is dus een mengeling van expressionisme en classicisme, een beetje zoals het werk van Breughel.Herr Seele: Het grote verschil is dat ik een schilderij volledig zelf maak, terwijl Kama de scenario's maakt voor de tekeningen. Zo kijkt hij als het ware steeds over mijn schouder mee. Met zijn tweeën zijn we tot fantastische dingen in staat, maar het lijkt me gezond om nu en dan eens iets alleen te maken. Om de geest alert te houden. In principe ben ik een leerling van de Kamagurkiaanse school, te situeren eind 20ste-begin 21ste eeuw. Het is niet vanzelfsprekend voor me om solo te werken, omdat ik zo gewend ben aan het oordeel van Kama. Bovendien heb ik de neiging humor als een vorm van religiositeit te zien. Iets wat met de grootst mogelijke concentratie moet worden gemaakt. Een heel intensieve bezigheid, maar wel met een luchtig resultaat. Dat is de kunst! Ik denk trouwens dat Cowboy Henk dé religieuze vorm is. Spiritualiteit en humor liggen immers dicht bij elkaar. Ik zou het liefst die religiositeit nastreven.Herr Seele: Nee, in mijn levenshouding. De Grieks-orthodoxe levenswijze. De iconenschilders op de berg Athos, de zoektocht naar het constante gebed. Dat is iets voor mij, net zoals tekenen en schilderen. Om het constante gebed te verkrijgen, gebruikten de vroege orthodoxe monniken een handboek: de Filokalia. De 'aandachtige beoefening', met totale overgave iets doen: dat is het allerbelangrijkste voor mij. Herr Seele: Jazeker. Betere vrouwenknieën bijvoorbeeld. Ik ben gek van vrouwenknieën. De figuren van Eric Stanton, een tekenaar van SM-strips, hebben fantastische knieën. Op termijn zou ik graag zoals Rubens of de grootmeester Michelangelo, goed gewrichten en spieren kunnen tekenen. Dat doet niets af aan de humor, integendeel. Het slagen van een mop hangt niet af van de vorm van een knie, dus moet het ook kunnen met realistische in plaats van vormeloze cartoonknieën. Herr Seele: Nee, alleen succes kan onze samenwerking dwarsbomen. Als we door de bomen het bos niet meer zien. Maar gelukkig is Kama heel sterk in het overzicht bewaren. Dat is volgens mij zelfs zijn grootste talent. De samenwerking met Kama is vooral een zaak van respect. Respect voor elkaars talent. En het is belangrijk dat we kritisch blijven voor mekaar. Als dat zo blijft, dan kunnen we samen nog geweldige dingen maken. Gebrek aan tijd zou eventueel ook een oorzaak van verval kunnen zijn. Als Kama geen tijd meer heeft om scenario's klaar te stomen, dan is er geen Cowboy Henk meer. Zo simpel is het. Maar het is en blijft een fantastische samenwerking. Voor mij is het een beetje een luie positie, ondanks het feit dat ik er het meeste aantal uren werk in steek. Kama schrijft de scenario's en tekst, ik zet ze op papier.Herr Seele: In 99 procent van de gevallen toch. Hij is daarin trouwens niet te evenaren. Geef Kama pen en papier en binnen de tien minuten schrijft hij een klassieker. A classic for once and for all. Herr Seele: Mag ik nog even? Ik kan het dan wel opkrikken tot een echte tekenkundige klassieker. Kama creëert enorm veel en is daardoor wat slordig. Wat me goed uitkomt. Door dan dwingende beelden en poses te tekenen, kan ik de mop een tijdloos karakter geven. We werken eigenlijk een beetje tegen mekaar. Kama maakt de grap en beschouwt het als iets en passant. Ik probeer dat dan op te blazen tot iets heel statisch, monumentaals zelfs. Het klinkt misschien raar, maar ik laat Cowboy Henk een grap sereen, met een zekere ernst uitvoeren. Helden mogen de mop niet te veel aandikken door hun bewegingen, hun houding. Henk heeft iets straks, à la Monsieur Tout le Monde van René Magritte. Ik probeer in zekere zin de mop anders in beeld te brengen dan dat Kama hem geschreven heeft. Het is niet mijn bedoeling het er nog eens extra dik bovenop te leggen, zoals veel cartoonisten wél doen. Denk maar aan Zaza, Marec. Sympathieke jongens overigens. Herr Seele: Ik vind het rotzooi. Er zit niets interessants bij. Franse tekenaars als Reiser en Wolinski, dát zijn echte krakken. Ook de school van Hara Kiri. Maar in België is er momenteel niets wat ik echt de moeite vind. Herr Seele: Een beeld van Henk zou leuk zijn. Ik ben dol op beelden, vooral in een stad. Tijdens de 19de eeuw zijn er veel knappe beeldhouwwerken neergepoot in Brussel. Oostende heeft dan weer te weinig beelden. De Zee is wel een heel knap beeldhouwwerk. Ik zie er een vrouw in, zoals de Amerikaanse tekenaar Robert Crumb ze zou tekenen. Het is een meesterwerk van Georges Grard, niet te onderschatten. Of de ietwat speels liggende vrouw van Aristide Maillol in het Museum van Schone Kunsten in Brussel. Ik zou graag zo'n beeld maken, met van die ronde vormen. Cowboy Henk monumentaal weergegeven, welke kunstenaar zou dat niet willen met zijn schepping? Niet om Henk bekender te maken, het is interessant om de figuur tot leven te zien komen. Zo'n beeld is trouwens een nuttig iets, als herkenningspunt in een stad.Herr Seele: Tegenwoordig is álles een icoon. Elke foto die een man maakt van zijn vrouw tijdens een vakantie in Ibiza is een icoon. Waarom noemt de uitgeverij Taschen haar pockets over kunstenaars Icons? Ik heb hier een exemplaar liggen over Man Ray. Alles wat tegenwoordig een kop representeert in een vierkant of een rechthoek is een icoon. Dat is voor mij de kunstvorm van nu. Herr Seele: Eens hij gemaakt is, interesseert hij me niet meer. Mijn levensdoel is een mop van Kama in beeld te brengen, ongeacht de format. Herr Seele: Ik heb iets masochistisch in me en doe graag de dingen waarvoor ik niet in de wieg ben gelegd, die me worden opgelegd. Sinds mijn jonge jaren ben ik eigenlijk iemand die zich traint in dingen doen die moelijk, lastig zijn. Ik ben altijd zeer gedisciplineerd geweest. Ik heb iets stoïcijns. Oefenen om je te harden. Mijn karakter sterken. De wereld van Kama ligt me niet altijd, en daarom vind ik het een enorme uitdaging, een oefening. Een geestelijke oefening. Ik vind niets leuker dan iets doen dat tegengesteld aan mijn aard is. De scenario's van Kama zijn tegengesteld aan mijn aard - ik denk niet op die manier. En ik vind het leuk om die twee werelden met elkaar te verzoenen. De mens moet werken in het zweet zijns aanschijns. Herr Seele: Hij is perfect voor 3D. Daarom hebben we het ook gedaan. De derde man van onze bvba The Cowboy Henk Foundation houdt zich bezig met dergelijke projecten. Kama is ook altijd met vanalles bezig. Hij was er als de kippen bij om destijds een eigen site op poten te zetten. Hij was een van de eerste kerels die ik kende met een fax. Hij kocht zo een ding toen het nog 200.000 frank kostte. Het was een kolos, een kubieke meter groot. Herr Seele: Ik heb eraan meegewerkt. Die jongens wisten ook niet echt hoe het moest. Cowboy Henk zit 100 procent in mijn vingers. Het is een stripfiguur die aan een uiterst nauwkeurige vormgeving beantwoordt, geheel uit geometrische figuren opgebouwd. Het resultaat komt wat vreemd over, maar ik vind dat Henk uitstekend werkt als ruimtelijk figuur. Een project voor de nabije toekomst is om Cowboy Henk in schilderijvorm te brengen. Ik kan hem al voor me zien als een gigantische Christus van Cimabue, met een gouden kuif die, zoals het aureool van Jezus, buiten het eigenlijke schilderij staat. Op een plank weergegeven, groots. Met een groene ondertint, in tempera. En daarop het roze van de huid. Een goed gemaakt schilderij is trouwens tijdlozer dan enige andere kunstvorm. Herr Seele: Vraag is, wat moet het worden: een expressionistische Henk, een barokke, een classicistische? De oude meesters maakten soms stripachtige dingen. De Medici-reeks van Rubens bijvoorbeeld. Het interesseert me vooral vanuit technisch oogpunt. Die nieuwsoortige dingen, dat is teren op wat Henk al is. Ik wil liever totaal nieuwe dingen doen, met een wetenschappelijke aanpak. Hoe moet je ergens aan beginnen? Animatiefilms maken is meer bandwerk. Het wordt te veel uit handen gegeven. Mochten Kama en ik de tijd hebben om dat allemaal te doen; het zou een instant succes zijn. Wij zijn extreme denkers, de tussenpersonen zijn een stuk braver, wat dat betreft. 'De wereld van Kama ligt me niet altijd, en daarom vind ik het een enorme uitdaging, een geestelijke oefening.'