'Het was 2011. We zaten nog helemaal in de euforie van de Arabische Lente toen Guillaume Vandenberghe en Vincent Coen me begonnen te filmen', vertelt Zineb El Rhazoui. De twee jonge Vlaamse regisseurs, die een paar jaar geleden van zich lieten horen met de documentaire Cinéma Inch'Allah, wilden in Marokko niet-religieuze jongeren filmen die voor meer vrijheid vechten. 'Zo wilden ze een parallel trekken met de Marokkaanse gemeenschap in België, waarvan de meerderheid nog steeds een rechtlijniger idee heeft van de Marokkaanse identiteit.'
...

'Het was 2011. We zaten nog helemaal in de euforie van de Arabische Lente toen Guillaume Vandenberghe en Vincent Coen me begonnen te filmen', vertelt Zineb El Rhazoui. De twee jonge Vlaamse regisseurs, die een paar jaar geleden van zich lieten horen met de documentaire Cinéma Inch'Allah, wilden in Marokko niet-religieuze jongeren filmen die voor meer vrijheid vechten. 'Zo wilden ze een parallel trekken met de Marokkaanse gemeenschap in België, waarvan de meerderheid nog steeds een rechtlijniger idee heeft van de Marokkaanse identiteit.' Vandenberghe en Coen bleven haar volgen toen ze Marokko ontvluchtte en uiteindelijk bij Charlie Hebdo belandde. 'Eindelijk heb ik een professionele familie gevonden', zegt ze daarover in de documentaire. En dan kwam die fatale dag, 7 januari 2015, waarop de broers Cherif en Saïd Kouachi een bloedbad aanrichtten op de redactie. El Rhazoui is op dat moment op vakantie, maar ook zij betaalt een zware prijs: enkele dagen later wordt #KillZinebElRhazoui 7000 keer gedeeld op Twitter. Ze krijgt sindsdien de klok rond politiebescherming. Aanvankelijk is ze geshockeerd, maar al snel besluit ze zich publiek te blijven uitspreken tegen de radicale islam. EL RHAZOUI: Ik weet tot op de dag van vandaag nog niet welke broer Kouachi nu Cherif is en wie Saïd. Dat zegt wel iets over hoe ik erover denk: ze waren niet meer dan kanonnenvlees, twee gemanipuleerde idioten. Onze echte vijand is de ideologie achter hun daden, het islamitische fascisme. Vergeven kan alleen als het echte proces van die aanslag is gevoerd. Niet het proces van de broers of hun opdrachtgever, maar dat van deze ideologie en het criminele milieu errond, van haar theoretici die er wel voor zorgen dat ze het terrorisme netjes veroordelen voordat ze het rechtvaardigen. Hun techniek: wie het islamisme en de uitingen daarvan afkeurt, zetten ze weg als een racist. We hebben geen lessen in antiracisme van hen te krijgen. Racisme shockeert hen alleen maar als het gericht is tegen vrouwen in boerka. Ze willen het monopolie op antiracisme om een racistische ideologie die alle interactie met de ander verbiedt te verdedigen. Racisme bestaat, maar je mag het niet als excuus laten gebruiken om een ideologie of een godsdienst aan gerede kritiek te onttrekken. Zo ga je de islam bovendien anders behandelen dan andere godsdiensten, tegen de geschiedenis van de godsdienstwetenschap in. Dáárom willen de islamisten me dood: ze kunnen van mij niet beweren dat ik racistisch ben. Ik ben Marokkaanse, ik spreek Arabisch, ik heb me ginder ingezet voor meer vrijheid, heb een master in de godsdienstsociologie... Kooklessen, praatgroepen: allemaal goed en wel, maar de enige remedie tegen radicalisering is ervoor te zorgen dat de religieuze kritiek vrij is. EL RHAZOUI: Die ideologie heeft álle kenmerken van fascisme. Er is de radicale afwijzing van alles wat anders is, er is het gebruik van geweld om dat uit te roeien, er is de absolute cultus van de leider, in dit geval de profeet, de eeuwige leider tot in de mist der tijden. Daarnaast heb je nog het seksisme en de homofobie en de haat jegens intellectuelen en de kunsten, jegens de vrijheid om te creëren. We hebben bij Charlie Hebdo gezien wat er gebeurt als je je daartegen verzet. Mijn collega's zijn dood. EL RHAZOUI: Ten tijde van de aanslagen hoorde je vaak: 'Dat is niet de ware islam.' Maar wat dan wel? Die term betekent niets. Naargelang met wie je praat, krijg je daar een andere definitie van. Wat lees ik in de heilige teksten? Geboden over de keel oversnijden, over haat tegen christenen en joden. Die teksten zijn geen probleem als je ze beschouwt als wat ze zijn, bedoeïenengeschriften van vijftien eeuwen geleden. Alleen zijn er vandaag nog mensen die ze zien als een grondwet. Je vindt trouwens gelijkaardige uitspraken in het katholicisme of het judaïsme. In de brieven van de apostel Paulus aan de Corinthiërs staan heel duidelijke geboden over het dragen van de hoofddoek, maar ondertussen zijn die teksten hier in hun historische context geplaatst, mét inachtneming van de geest van die geschriften. EL RHAZOUI: Zelfs als je Raqqa, Irak en Syrië van de kaart veegt, is het probleem niet opgelost. Als je IS verslaat, zullen die radicale islamisten zich gewoon elders, in een andere chaos, vastbijten, onder een andere naam. Wat we maar niet begrijpen is dat de worm in de appel zit: deze ideologie is al hier, bij ons, en overal elders. Beveiliging en een militair antwoord zijn belangrijk, maar je gaat er de oorlog niet mee winnen. Een oorlog tegen een fascistische ideologie win je in de eerste plaats op het intellectuele vlak, maar dan moet je dat fascisme wel durven te benoemen. EL RHAZOUI:Nee. Op dat vlak hebben de Kouachi's gewonnen. Het aantal tentoonstellingen en voorstellingen in Europa dat om veiligheidsredenen geschrapt is, is niet meer te tellen. Anderzijds stoppen we maar niet met te palaveren over de vrijheid om een boerkini te dragen. Alsof die een vrijheidssymbool is waarvoor we in Europa moeten vechten. Dat soort vrijheid interesseert me niet. Wat mij interesseert, is de vrijheid om me uit te drukken, de kunsten en de wetenschappen te steunen, om van elkaar te houden, om te denken en te praten. Aan dat gevecht heb ik mijn leven gewijd. We moeten niet strijden voor hun vrijheid om de onze in te perken. In die val ga ik niet trappen. - RIEN N'EST PARDONNÉ Zondag 19/3 om 21.50 uur op Canvas. Dit artikel is een ingekorte versie van een interview dat eerder in La Libre Belgique verscheen. door Aurelie Moreau'Van mij kúnnen islamisten niet zeggen dat ik racistisch ben. Daarom willen ze me dood.'