Net zoals Guy Delisle had ondergetekende op achttienjarige leeftijd een vakantiebaan in een papierfabriek. Blijkbaar zijn er niet zo veel verschillen tussen zo'n fabriek in Montréal en eentje in onze contreien, want de anekdotes zijn ...

Net zoals Guy Delisle had ondergetekende op achttienjarige leeftijd een vakantiebaan in een papierfabriek. Blijkbaar zijn er niet zo veel verschillen tussen zo'n fabriek in Montréal en eentje in onze contreien, want de anekdotes zijn bijzonder herkenbaar. Delisle vertelt over de loodzware rollen, het snijdende papier, het lawaai en de gebeurlijke ongevallen. Toch is zo'n fabriek vooral een plek waar je als jongen uit een beschermd milieu heel verschillende mensen ontmoet, van studenten psychologie die hun studie financieren over joviale arbeiders die niets anders kennen dan de fabriek tot gefrustreerde etters die uit pure gewoonte alle nieuwkomers een moeilijke tijd proberen te bezorgen. De open interactie op de werkvloer laat Delisle contrasteren met zijn eenzame bestaan als gesloten adolescent die op zijn kamer zat te tekenen. Delisle senior, een gescheiden vader die weinig contact had met zijn zoon, werkte in dezelfde fabriek, als technisch tekenaar. De papierfabriek wordt zo ook een mijmering van een zoon over zijn overleden vader, met wie hij nooit een innige band heeft opgebouwd.