Het woord 'hitfabriek' kreeg een kwalijke bijklank in de tweede helft van de eighties, toen het Britse productieteam Stock, Aitken & Waterman aan de lopende band de hitparades bevruchtte met singles van onder meer Kylie Minogue, Bananarama, Rick Astley en Jason Donovan. Wegwerppop, werd gezegd. 'We doen net hetzelfde wat Motown deed', klonk hun verweer. En daar was iets van.
...

Het woord 'hitfabriek' kreeg een kwalijke bijklank in de tweede helft van de eighties, toen het Britse productieteam Stock, Aitken & Waterman aan de lopende band de hitparades bevruchtte met singles van onder meer Kylie Minogue, Bananarama, Rick Astley en Jason Donovan. Wegwerppop, werd gezegd. 'We doen net hetzelfde wat Motown deed', klonk hun verweer. En daar was iets van. De authentieke hitfabriek stond in dé industriestad onder Amerikaanse industriesteden: Detroit, Motor City, epicentrum van de automobielnijverheid. Daar stampte Berry Gordy, een ex-bokser, in 1959 een familiebedrijfje uit de grond dat zou uitgroeien tot een muziekimperium dat de loop van de muziekgeschiedenis, en zelfs een deel van de algemene geschiedenis, grondig beïnvloedde. Er is een tijdperk voor en een tijdperk na Motown. Voor Motown was popmuziek het terrein van blanke artiesten. 'Muziek was in die dagen strikt in hokjes ingedeeld', zegt Smokey Robinson, als songschrijver en zanger een van de Motownsterren van het eerste uur, in het lijvige Motown - Het geluid van jong Amerika. 'Als je een zwarte was, werd je plaat beschouwd als een zwarte plaat. Je kon Tiddlywinks zingen en dan nog was het een zwarte plaat, rhythm-and-blues. Als je blank was en je zong hetzelfde lied, was het pop.' In 1961 kwam daar verandering in, toen The Marvelettes met Please, Mr. Postman de eerste nummeréénhit scoorde voor Motown. Met zijn gepolijste soul en r&b zal Motown tussen 1961 en 1971 110 toptienhits scoren in Amerika, ongezien voor een onafhankelijk label. Maar Motown was, in tegenstelling tot Stock, Aitken & Waterman, zo veel meer dan een bedrijvig hitfabriekje. Motown was een kweekvijver (en een duiventil) voor songschrijvers, producers en muzikanten, een stijlbewuste, met de tijdsgeest mee evoluerende esthetiek, en een familie waarin zich talloze shakespeareaanse taferelen afspeelden. Zoals de innige muzikale en persoonlijke band tussen Marvin Gaye en Tammi Terrell, die in duet hits scoorden als If This World Were Mine en You're All I Need to Get By. In 1967 stuikte Terrell tijdens een van hun gezamenlijke optredens op het podium in elkaar. Drie jaar later overleed ze aan een hersentumor. Gaye, de ideale schoonzoon in de Motownfamilie - letterlijk: hij trouwde met de dochter van Berry Gordy - raakte depressief en aan de drugs, en vervelde tot de sociaal bewogen artiest met het album What's Going On (1970). Na vele ups en downs, omzwervingen (waaronder een verblijf in Oostende) en een comeback met Sexual Healing werd Gaye in 1984 in het hart geschoten door zijn vader. En dan zijn er nog Diana Ross, de groeipijnen van de familie Jackson en koning Michael, het reilen en zeilen van The Temptations, Rick 'Superfreak' James, en Stevie Wonder, misschien wel het grootste talent dat Motown ooit onder het dak had, en een van de weinige nog actieve overlevenden van het Motowntijdperk. Barney Ales maakte het als hoofd verkoop - en eerste blanke werknemer - van Motown allemaal mee vanaf de eerste rij. Samen met muziekjournalist Adam White stelde hij een rijkelijk geïllustreerd, leerrijk, ouderwets kolossaal koffietafelboek samen waarin het aangenaam snuisteren is. MOTOWN - HET GELUID VAN JONG AMERIKA Verschenen bij Fontaine Uitgevers. JONAS BOEL