Door Jo Smets
...

Door Jo Smets'The Misfits', vanaf 14 augustus in Ecran Total in Brussel.Vanaf 11 oktober loopt in het Caermersklooster in Gent een fototentoonstelling met het werk van de Magnum-fotografen tijdens de opnames voor 'The Misfits'.Het tragische verhaal van The Misfits begint in 1956 in Reno, Nevada, een stad die dan nog een reputatie heeft als paradijs voor kansspelen en scheidingen. Ook Arthur Miller, de toneelschrijver die in 1949 voor Death of a Salesman de Pulitzer-prijs kreeg, komt er op 11 juni scheiden, van Mary Grace Slattery. Om administratieve redenen moet hij zes weken verplicht in de staat resideren. Tijdens zijn verblijf leert hij een groep verdwaalde cowboys kennen die mustangs vangt, de wilde paarden die vroeger als kinderpony's werden getemd maar nu tot hondenvoer worden vermalen. Het lot van die misfits - onaangepasten, buitenbeentjes, zowel de te kleine paarden als de cowboys die hun Wilde Westen hadden verloren - inspireert hem tot een kort verhaal in Esquire in 1957. Maar zijn bekommernis vindt vooral zijn neerslag in een script dat hij speciaal schrijft voor de wereldbefaamde vrouw die hij drie weken na zijn scheiding in 1956 huwt. The Misfits was een valentine voor Norma Jean Baker, die zopas een miskraam had gehad. Het moest een kans worden om aan de zijde van haar man los te komen van haar filmimago als Marilyn Monroe. In 1959 krijgt John Huston, de briljante, avontuurlijke regisseur van onder meer The Maltese Falcon en Moby Dick thuis in Ierland een telefoontje van Frank Taylor, vriend, gewezen redacteur en kandidaat-producent. Of hij misschien een script wou lezen van Arthur Miller? Huston krijgt het opgestuurd met een brief van Miller zelf, waarin die in 'ongelooflijke bescheidenheid' vraagt 'of de tekst ook maar de minste waarde heeft.' Huston vindt het script geweldig en nodigt Miller uit op zijn landgoed om twee weken intens samen te werken. Het verhaal over drie verloren cowboys die vechten om de liefde van een pas gescheiden vrouw - de verpersoonlijking van hun geweten - en intussen op paarden jagen, is voor Miller een metafoor voor 'de betekenisloosheid van ons bestaan en misschien over hoe we zijn geworden wat we zijn.' Als de karavaan in 1960 neerstrijkt in Reno en zijn intrek neemt in het prestigieuze Maples Hotel, is The Misfits op papier een niet te kloppen affiche, met een roemruchte toneelschrijver als scenarist, een kei van een regisseur, een superbe cameraman (Russel Metty) en een cast met meer dan ronkende namen: Marilyn Monroe, Clark Gable, Montgomery Clift, Eli Wallach, Thelma Ritter en Kevin McCarthy. Bovendien krijgt het befaamde agentschap Magnum als onderdeel van de promotionele strategie de exclusieve rechten om tijdens het draaien te fotograferen. Acht van de meest vermaarde fotografen duiken op: Eve Arnold, Cornell Capa, Henri Cartier-Bresson, Bruce Davidson, Elliott Erwitt, Ernst Haas, Erich Hartmann, Inge Morath (met wie Arthur Miller later zou trouwen) en Dennis Stock. Producent Frank Taylor wordt zelfs lyrisch: 'Dit wordt een poging tot de ultieme bioscoopfilm.' En: 'Iedere acteur is de persoon die hij speelt.' Precies in die laatste zin ligt meer waarheid dan de productie kon dragen. Want The Misfits werd bovenal een clash van onaangepaste ego's en door het script en de motivaties van de steracteurs liepen make-believe en het 'echte' leven naadloos in elkaar over. De draaiperiode verliep desastreus en na al die jaren is het nog steeds moeilijk een juiste versie van de perikelen te achterhalen. De verantwoordelijkheid wordt nogal snel gelegd bij Monroe, die sinds 1953 aan chronische angsten leed en - vooral onder invloed van een perfide psychoanalyticus - tonnen pillen slikte. Haar gewoonte om steevast te laat te verschijnen op de set werd in de hand gewerkt door het feit dat ze pillen nam om te gaan slapen en pillen om weer wakker te worden. Tijdens de shoot zou ze er dermate onderdoor gaan dat ze twee weken lang van de set zou verdwijnen. Voor Huston (in zijn autobiografie An Open Book) was die gebeurtenis, samen met de astronomische gages voor de acteurs (800.000 dollar van de 3,5 miljoen voor Clark Gable), de reden waarom de film zijn budget overschreed en uitgroeide tot 'the most expensive black-and-white film... that had been made up until then'. De waarheid ligt volgens Donald Spoto in Marilyn Monroe: The Biography uit 1993 helemaal anders. Voor hem zijn vooral Arthur Millers incompetentie als scenarist en vooral ook Hustons volstrekt egoïstisch gedrag en gokverslaving de oorzaak. Monroes zenuwinzinking halverwege de film was volgens Spoto een handige bliksemafleider. Haar pillenprobleem was immers niet groter dan dat van Montgomery Clift. Clift, notoir toxicomaan, kon geen lijn uit een script onthouden en had een slechte reputatie wegens storend gedrag op de set. En voor Clark Gable was hij even een pain in the ass, toen hij tijdens diverse takes van een scène Gables pijnlijke rug als boksbal bleef gebruiken, tot de acteur van Gone With the Wind hem dreigde in elkaar te slaan en Monty in huilen uitbarstte. Clifts vertolking van rodeoster Perce Howland is evenwel magisch, deels omdat ze zo uit zijn recent verleden lijkt te zijn gegrepen In zijn eerste scène praat Clift aan de telefoon met zijn moeder over een ongeluk dat zijn gelaat ernstig had beschadigd, een verwijzing naar het ongeluk dat hij in 1956 tijdens het draaien van Raintree County had, waarbij Elizabeth Taylor hem van de verstikkingsdood redde door twee tanden die in zijn keel vast zaten weg te halen. Die 'levensechtheid' was een behoorlijk sinister kenmerk van Arthur Millers script geworden. Het had van bij zijn conceptie in 1957 tot 21 juli 1960, de dag waarop Monroe haar eerste, ellendige scène mocht draaien, een wel heel donkere weg afgelegd. Naarmate zijn huwelijk met Monroe verslechterde, was Miller uit wrok in het script immers steeds meer persoonlijke details gaan leggen. Bovendien blééf hij maar alles herschrijven en Monroe net voor ze ging slapen rewrites overhandigen, zodat haar setangst exponentieel groeide. De twee leefden in gescheiden kwartieren en stevenden af op de totale breuk. Het machogedrag van Huston, die door Millers aanwezigheid geïntimideerd was en Monroes rol opnieuw degradeerde tot die van de naïeve sekspop, dreef intussen iedereen tot het uiterste. Zelfs mannetjesputter Gable zou later tot zijn vrouw zeggen: 'Het kan ze niet schelen of ze leven of sterven. Wat mij verbaasde, is dat het niemand een zak kon schelen of ik wel of niet het loodje zou leggen.' En intussen soupeerde Houston in het casino van Maples Hotel een flink stuk van het budget op, waardoor de film in moeilijkheden raakte en United Artists een extra som moest toezeggen, een door Huston angstvallig bewaard geheim. Bovendien amuseerde hij zich met een legendarische, door hemzelf in An Open Book uitvoerig beschreven kamelenkoers, en later zelfs met slakkenraces. Bij het rijtje van onfortuinlijken die met The Misfits hun carrière zagen eindigen, wordt vaak ook Clift gevoegd. Ten onrechte, want de acteur zou nog drie films draaien (waaronder Freud, met Huston) en pas op 23 juli 1966 aan zijn einde komen: zijn kompaan Lorenzo James vond hem naakt op zijn bed, gestorven aan een hartverlamming. Voor Gable en Monroe kwam de dood echter wél vlug. Op 4 november 1960, veertig dagen later dan gepland, eindigde de draaiperiode, ergens op Stage 2 van Paramount Studios in Hollywood. In shot #269 mocht Gable de laatste woorden van de film uitspreken. Roslyn (Monroe) vraagt: 'How do you find your way back in the dark?' Waarop Gay (Gable) antwoordt: 'Just head for that big star straight on. The highway's under itit'll take us right home.' In An Open Book maakt Huston van die dag een soort van triomf voor zichzelf. Nadat hij Gable de first cut had getoond en zijn angst had uitgedrukt over de te hoge kostprijs, zou Gable hem hebben gerustgesteld. Hij wou desnoods zelf vier miljoen dollar neertellen om de film van de studio over te kopen, want: 'I think it's the best work I've ever done.' Het enige wat hij nog wou was zijn kind zien geboren worden. Helaas, op 5 november kreeg Gable een hartaanval, die hem 11 dagen later het leven zou kosten. Hustons versie wordt door Donald Spoto alvast tegengesproken. Naar verluidt zouden Huston, Miller en Taylor na klachten van executives bij United Artists hebben besloten nog maar eens dialogen te herschrijven en reshoots te doen. Maar een volkomen uitgeputte Gable en een totaal gedesillusioneerde Monroe hadden al een pact gesloten om onder geen beding nog wijzigingen te aanvaarden. Gable had namelijk om zijn reputatie als acteur die zijn stunts zelf deed niet te schaden, te veel van zichzelf gegeven: hij sprintte tweemaal de honderd meter, liep verscheidene takes lang met loodzware cementblokken te zeulen en liet zich voor een van de horse-breaking scenes door een truck honderd meter meesleuren. 'One of the myths of The Misfits,' zo omschreef Huston de bewering dat de film de hartaanval had veroorzaakt. Van Monroe bleef slechts een schim van een vrouw meer over. Haar breuk met Miller was definitief en haar hoop om ooit als volwaardige actrice te worden beschouwd volledig verdampt. Zoals bekend zou ze in 1962 nog een poging tot film wagen met Something's Got To Give maar op 5 augustus had ze dan toch haar lang uitgesteld rendez-vous met de dood. Spoto beschrijft hoe Henry Hathaway haar op 31 oktober, tijdens de laatste dagen van de shoot uit de Paramount Studios zag komen en staan huilen. Toen hij vroeg wat er scheelde, antwoordde ze: 'Mijn hele leven lang heb ik voor Marilyn Monroe, Marilyn Monroe en nog eens Marilyn Monroe gespeeld. Ik wil zo graag iets anders en dat was een van de dingen die me zo aanspraken in Arthur toen hij zei dat hij zich tot mij aangetrokken voelde. Toen ik met hem trouwde, was een van mijn fantasieën dat ik via hem mezelf van Marilyn Monroe kon bevrijden, maar in plaats daarvan gebeurt hier juist het omgekeerde.'