DE MENSENGENEZER ****
...

DE MENSENGENEZER **** Koen Peeters, De Bezige Bij, 319 blz., ? 19,99. Eerste zin Het wezen, er bestaat misschien zoiets als het wezen van de Westhoek. Remi is een boerenzoon uit de Westhoek die op het einde van de Tweede Wereldoorlog met een historisch schuldbewustzijn ter wereld komt. Van zijn op de boerderij inwonende oom Marcel hoort hij verhalen over die andere oorlog een paar decennia eerder, die de streek herleidde tot een gore poel vol modder en bloed, over de honderdduizenden doden en over die zwarte soldaat die beweerde dat je 'carabouya' moest zeggen wanneer je een nachtmerrie had. Wanneer een jezuïet een voordracht komt geven, weet Remi wat hem te doen staat: hij moet de wereld repareren en een mensengenezer worden. 'Wie heeft jou zo gestraft?' zegt zijn moeder wanneer hij die avond aankondigt dat hij ook jezuïet wil worden. In een parallelle verhaallijn laat Koen Peeters in De mensengenezer een jaar of zestig later de verteller op zoek gaan naar het levensverhaal van Remi. In feite was die niet zo gelovig, ontdekt hij algauw. Niet God interesseerde hem, maar wel de mens, en toen hij de kans kreeg om naar Congo te gaan, greep hij die met beide handen. Hij ontpopte er zich tot een expert van de Yaka-cultuur en besloot het geloof in te ruilen voor de wetenschap. Hij werd antropoloog en psychoanalyticus. De verteller wil een scriptie maken bij hem, maar gaandeweg ontdekt hij dat het levensverhaal van zijn promotor boeiender is dan de Congolese krokodillenverhalen die hij eigenlijk zou moeten bestuderen. Wat volgt, is een zoektocht die de verteller, als was hij een hedendaagse Henry Stanley op zoek naar zijn eigen Dr. Livingstone, naar het diepe hart van het Afrikaanse continent leidt. 'Ik heb geen fantasie' is een bekende slagzin van Koen Peeters, en ook deze roman berust op ware feiten. Remi is in realiteit de Leuvense hoogleraar Renaat Devisch, en de verteller die achter hem aangaat, is natuurlijk Peeters zelf. Niet alleen verraadt De mensengenezer een scherp oog voor de dagelijkse gebruiken van de Westhoek en Congo, wat deze roman meer dan interessant maakt zijn de filosofische bespiegelingen die erin aan bod komen. Net zoals de wereld is ook de mens fundamenteel onkenbaar, suggereert Peeters. We zijn blinden die ons een weg proberen te banen doorheen het duister. Het is precies dat tasten dat het leven - en dit boek - de moeite waard maakt. MARNIX VERPLANCKE