Chen Kaige is een van de groten van de Chinese film. Zijn Farewell My Concubine (1993) was de eerste (en nog altijd de enige) Chinees gesproken film die in Cannes de Gouden Palm wegkaapte, en sindsdien oogstte Kaige ook met onder meer Temptress Moon en The Emperor and the Assassin internationaal prijzen en populariteit. Na een ongelukkig Hollywood-avontuur met de snel naar de dvd-rekken afgevoerde erotische thriller Killing Me Softly als resultaat, keerde Kaige terug naar zijn vaderland om opnieuw te doen waar hij het best in is: epische films maken vol visuele grandeur, felle kleuren en passionele liefde.

The Promise, gesitueerd in een fantastisch China waar de grenzen tussen het echte en het bovennatuurlijke even wazig zijn als sommige van de CGI-beelden - de film bewoont een vreemdsoortig landschap ergens tussen opera en cartoon - bulkt van de weidse locaties, enorme legers en spectaculaire veldslagen. Geen wonder dat het de duurste Chinese productie ooit werd, met een budget van 300 miljoen yuan of 30 miljoen euro. (Ter vergelijking: in 1984 draaide Kaige, zelf zoon van een filmmaker, zijn allereerste film Yellow Earth voor amper een half miljoen yuan of 50.000 euro.) Aan de zes maanden opnames van zijn nieuwe martialartsfabel gingen liefst drie jaar voorbereiding vooraf. De inmiddels 55-jarige cineast trok met honderd vrachtwagens en auto's het land rond om te filmen op de mooiste locaties (van Beijing tot het binnenland van Mongolië), en bracht voor sommige scènes een leger van duizend figuranten (waaronder heel wat echte soldaten) op de been.

Het waren geen vergeefse kosten en moeite. Mede dankzij een intensieve promotie verpulverde The Promise in China tijdens zijn eerste weekend het record dat Kung-Fu Hustle er vorig jaar had gevestigd en wist de film uiteindelijk 9 miljoen kijkers naar de bioscoop te lokken. Niet slecht, als je weet dat het Chinese publiek door de hoge prijs van een filmticket en het beperkte aantal zalen hooguit tien miljoen toeschouwers telt. Maar voor Kaige telt naar eigen zeggen de boodschap die hij in het script verwerkte veel meer dan het financiële succes. The Promise gaat tenslotte over een meisje dat haar kans om ooit de liefde te beleven laat varen in ruil voor een luxueus bestaan.

'Together', je vorige, ging over het uit elkaar groeien van China onder druk van het economische succes. Is 'The Promise' een reactie daarop?

Chen Kaige: Ik had veel redenen om deze film te maken. Eén ervan was dat ik me zorgen maak over de culturele tradities van mijn land. Economisch gaat het China voor de wind, maar spiritueel raakt het steeds dieper in een crisis. Met The Promise wilde ik elke Chinees een spiegel voorhouden. De generaal staat symbool voor de manier waarop heel veel Chinezen zich momenteel gedragen. Het enige waarin ze geïnteresseerd zijn, is roem, rijkdom en succes. Die mensen zijn gevangenen van hun eigen hart en hun bekrompen manier van denken - veel meer dan van de politieke situatie in hun land.

Vrijheid is een belangrijk thema in 'The Promise'. Wat betekent dat woord precies voor jou?

Kaige: China was vroeger een heel gesloten maatschappij. Je kon er zelfs niet praten over vrijheid, en niemand had dan ook een duidelijk idee wat het begrip inhoudt. Toen China plots openging voor de wereld, werden veel mensen bang voor de vrijheid die daarmee gepaard ging. Plots konden ze hun job zelf kiezen of gaan wonen waar ze wilden. Vandaag denken alle Chinezen dat ze vrij zijn, maar dat is niet zo. Naarmate de economie groeit, raken we geestelijk steeds meer opgesloten. Mensen die echt vrij zijn, kijken verder dan hun bankrekening. In het Westen vind je mensen die met weinig middelen heel gelukkig zijn. In China wil iedereen miljonair worden en wie daar niet in slaagt, voelt zich een mislukkeling.

Zit je zelf ook niet gevangen in die economische molen? Je films kosten veel geld en als ze floppen, mag je er een punt achter zetten.

Kaige: Dat klopt. Maar ik heb de laatste jaren een meer boeddhistische kijk ontwikkeld. Mijn doel is tot rust komen, waardoor ik automatisch ook veel makkelijker kan omgaan met de druk die de buitenwereld me oplegt. Ik probeer niet toe te geven aan al de verleidingen die je elke dag ontmoet. Een film is maar een film. Niet meer dan dat. Natuurlijk spelen economische factoren mee, maar als ik een betere regisseur wil worden, zal het volledig van mezelf moeten komen.

'The Promise' heeft gruwelijk veel geld gekost. Voel je dan onvermijdelijk ook geen grotere verantwoordelijkheid?

Kaige: Ik was behoorlijk nerveus met zo'n budget, ja. Ik had nog nooit zoveel geld uitgegeven. En als je over zoveel middelen beschikt, is de verleiding heel groot om te veel te willen, de perfecte locatie, de perfecte decors, meer figuranten, meer spektakel en effecten. Maar ik wou in de eerste plaats een ambitieuze film maken met Aziatisch talent. In het Westen maalt niemand erom als je Duitse acteurs cast in een Franse productie; in Azië gebeurt dat nooit. Je zal geen Japanse acteurs zien in een Chinese productie. Ik wou duidelijk maken dat we de waarde van de Aziatische cultuur beter kunnen tonen als we allemaal samenwerken.

'Farewell My Concubine' bezorgde je in het Westen de reputatie van geëngageerd cineast. Is het moeilijk om aan die verwachtingen te beantwoorden?

Kaige: Ik geniet die reputatie niet alleen in het Westen. (lachje) Ook in China verwachten de mensen dat ik iets zeg over mijn wereld. Maar als filmmaker is het je eerste plicht om jezelf te ontwikkelen en telkens iets nieuws te doen. Het is niet mijn bedoeling iemand te bekritiseren; ik wil alleen trouw blijven aan de geschiedenis van het moderne China. Er zijn heel veel belangrijke verhalen te vinden die verteld moeten worden nu de ziel van China nog niet aangetast is. Met de nadruk op 'nog'.

Je bent al lang een epische film over de Culturele Revolutie aan het voorbereiden. Komt het er nog van?

Kaige: Niet in de eerstkomende jaren. Ik wil het nog steeds doen omdat ik het allemaal zelf heb meegemaakt, maar als ik het project aan de filmcommissie voorleg, krijg ik steevast het antwoord dat zo'n film niet goed zou zijn voor de sociale stabiliteit van het land. Dat begrijp ik niet. Hoe kan een goeie film nu schadelijk zijn? Ik heb trouwens geen film in gedachten die het Westen een schokkend portret wil tonen van een tijd zonder mensenrechten. Ik wil het Chinese publiek bereiken, en hen eerlijk laten zien wat er zich toen heeft afgespeeld. Dan kunnen we daar onze lessen uit trekken.

Lopen alle Chinese regisseurs met zulke frustraties rond?

Kaige: Ik zie een fundamenteel verschil tussen mijn films en die van veel van mijn landgenoten. In mijn werk is er altijd een onderliggende betekenis, je kunt het geluk en de pijn van de personages voelen. En ze proberen altijd terug te vechten, hun lot te veranderen. In The Promise gaat de generaal uiteindelijk ten onder, maar hij is ook een andere man geworden. Hij weet nu dat roem en glorie niks betekenen en dat enkel de liefde de moeite waard is om voor te strijden.

Denkt u dat de gemiddelde kijker die onderliggende boodschap ziet?

Kaige: Negen miljoen Chinezen hebben de film gezien, en een aanzienlijk deel moet de boodschap hebben opgepikt. Veel mensen zeiden achteraf dat ze zichzelf in het verhaal hadden herkend. En hij heeft een enorme sociale discussie op gang gebracht. Dat vind ik het belangrijkste. Natuurlijk heb je ook mensen die de film niet begrijpen, die in de war zijn omdat ik geen duidelijk afgelijnde held en schurk opvoer.

Wat voor gevolgen heeft de economische bloei van China voor de filmindustrie?

Kaige: Er worden veel films gemaakt, maar die vinden niet altijd hun weg naar de bioscopen. We werken nog steeds met twee systemen. Je hebt de propagandafilms die volledig gefinancierd en geproduceerd worden door de overheid. Die vinden doorgaans maar een klein publiek. De meeste mensen zijn er niet meer in geïnteresseerd. Het grootste deel van de koek gaat naar een stuk of vijf producties, een paar uit China zelf, een paar uit Hongkong. Daar zitten we echter met een probleem qua opvolging. Ik zou de jongere regisseurs heel graag helpen, maar ik merk dat onze visies op cinema sterk uiteenlopen. Mijn generatie heeft de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en de Culturele Revolutie meegemaakt en een brede blik op de wereld ontwikkeld. De jongere generatie heeft het altijd comfortabel gehad en staart liefst naar de eigen navel. Daarom maken wij epische films en blijven zij liever bij kleinschalige intimistische verhaaltjes. Maar het Chinese publiek houdt van grootse cinema en verwacht die ook van de regisseurs. Als je wil scoren, moet je het dus groots aanpakken. Het gevolg is dat de jongere generatie het moeilijk heeft om de aandacht te trekken.

Door Ruben Nollet