BIJNA ALLE FILMS VAN TRUFFAUT ZIJN VERSCHENEN OP DVD OP HET FRANSE LABEL MK2.
...

BIJNA ALLE FILMS VAN TRUFFAUT ZIJN VERSCHENEN OP DVD OP HET FRANSE LABEL MK2. Jean-Pierre Léaud, Albert Rémy, Claire Maurier Charles Aznavour, Marie Dubois, Nicole Berger, Michèle Mercier Jeanne Moreau, Oscar Werner, Henri Serre Jean-Pierre Léaud, Marie-France Pisier Jean Desailly, Nelly Benedetti, Françoise Dorléac Julie Christie, Oskar Werner, Cyril Cusack Jeanne Moreau, Claude Rich, Jean-Claude Brialy, Michel Bouquet, Michel Lonsdale Jean-Pierre Léaud, Delphine Seyrig, Michael Lonsdale François Truffaut, Jean-Pierre cargol, Claude Miller Catherine Deneuve, Jean-Paul Belmondo Jean-Pierre Léaud, Claude Jade, Hiroko Berghauer Jean-Pierre Léaud, Kika Markham, Stacey Tendeter Bernadette Lafont, Charles Denner, Claude Brasseur Jacqueline Bisset, Valentina Cortese, François Truffaut, Jean-Pierre Aumont, Jean-Pierre Léaud Isabelle Adjani, Bruce Robinson, Sylvia Marriott Jean-François Stévenin, Geary Desmouceaux, Philippe Goldman Charles Denner, Nathalie Baye, Nelly Borgeaud Nathalie Baye, Jean Dasté, François Truffaut Jean-Pierre Léaud, Marie-France Pisier, Claude Jade Catherine Deneuve, Gérard Depardieu, Jean-Poiret Gérard Depardieu, Fanny Ardant, Henri Garcin Fanny Ardant, Jean-Louis Trintignant, Philippe Laudenbach EXTRA OP WWW.FOCUSKNACK.BE UIT HET ARCHIEF EEN INTERVIEW MET FRANçOIS TRUFFAUTBijna vijftig jaar geleden zorgde Jean-Luc Godards debuut A bout de souffle voor een revolutie in de film. Minder bekend is dat het script werd geschreven door de eeuwige adolescent-met-de-melancholische-blik François Truffaut, inmiddels gepromoveerd tot een van de mythische figuren uit de Franse cinema. Hij werd als bastaard geboren op 6 februari 1932, leerde nooit zijn biologische vader kennen, werd veracht door zijn moeder en kon niet opschieten met zijn adoptievader. Een moeilijke jeugd was zijn deel en zou tot het einde van zijn dagen door zijn films blijven spoken. Want cinema, net als literatuur, was Truffauts uitweg voor een dwars en pijnlijk bestaan. Als zestienjarige snuiter richtte hij een filmclub op en trok daarmee de aandacht van criticus André Bazin. Toen hij zich hierdoor in de schulden stak, en toen hij later deserteerde uit het leger en publiek te schande werd gezet, werd hij door Bazin opgevangen. Met de hulp van deze ersatz vader wist Truffaut zijn mal de vivre om te buigen in een allesverslindende passie voor film. Eerst als criticus bij Les Cahiers du Cinéma, waar hij in januari '54 met het befaamd artikel 'Une certaine tendance du cinéma français'zowaar het machtige Franse filmbestel onderuithaalde. De tijd was er rijp voor, het was heus niet louter zijn verdienste, maar niemand had het zo goed verwoord. De cinéma à papa van regisseurs als Autant-Lara en Delannoy en de establishmentscenaristen Aurenche en Bost (later door Bertrand Tavernier in ere hersteld) moest het zwaar ontgelden. De zogeheten 'Qualité française'was noch reëel, noch psychologisch verantwoord, fulmineerde Truffaut. Weg met het psychologische realisme, het is tijd voor het echte leven. Samen met vrienden uit de Cahiers-stal begon hij aan een kruisvaart voor de auteurscinema, waarbij de auteur-regisseur van het eerste tot het laatste beeld zijn onmiskenbare stempel op de film drukt. Truffauts eerste lange film (na drie kortfilms) geldt als hét manifest van de Nouvelle Vague dankzij zijn levendige, semi-documentaire aanpak en tegelijk poëtische blik op de ziel van een rebelse puber. Een uitstekende Jean-Pierre Léaud geeft perfect gestalte aan de worstelende Antoine Doinel, een introverte adolescent die door zijn moeder en stiefvader wordt verwaarloosd en zijn schoolmoeheid bestrijdt met spijbelen en kruimeldiefstal. Doinel is Truffauts alter ego, de jongen die maar niet volwassen wil worden. Het personage liet hem niet meer los: in Antoine et Colette, Baisers volés, Domicile conjugal en L'amour en fuite volgt hij Doinel op zijn verdere levenswandel. Nog een sleutelfilm van de Nouvelle Vague waarin Truffaut les règles du jeu van de cinéma à papa herzag. Als reactie tegen de academische adaptaties van literatuur met grote L, zocht Truffaut zijn heil in een briljante pulproman, David Goodis' Down There. Hij weeft rond de misdaadintrige een bruisende mix van gangsterfilm, love story, cabaret, film noir, slapstick en musical. De plot is een ketting van misleidingen of no-way-outs, de stijl is uitbundig en gezwind: jump cuts (een knip in de montage die het beeld lijkt te doen springen of de regels van de continuïteit breekt - volgens het boekje een foute cut), split screens, handcamera, locatiefilmen (nog hoogst ongebruikelijk toen). Maar het hart van de film ligt in de vertolking van Charles Aznavour, als doubleface Charlie Kohler/Edouard Saroyan, gewezen concertpianist, nu een honky-tonkspeler verstrikt in een web van misdaad en liefde. Na twee grillige, ongrijpbare meesterwerken volgt deze pijnlijk romantische kroniek van onvoorwaardelijke vriendschap en onbeheersbare liefde. Dit is een van de mooiste evocaties van een ménage à trois uit de filmgeschiedenis. De relatie tussen een verlegen Duitse jood, een hartelijke Fransman en een flirtende schoonheid met de glimlach van een Grieks standbeeld, wordt een magisch stukje cinema, vol pathos en tragiek, gesitueerd voor, tijdens en na WOI. Deze stilistische triomf combineert een groot gevoel voor beeldcompositie, een slim gebruik van jump cuts, freeze frames en optische maskers, een vlekkeloos acterende cast (met de grote Jeanne Moreau in haar meest hypnotiserende vertolking) en een wondermooie weemoedige score van huiscomponist Georges Delerue. Het jaar van Jules et Jim draaide Truffaut ook het segment Antoine et Colette voor de omnibusfilm L'Amour à vingt ans (de andere episoden zijn van Renzo Rossellini, Marcel Ophüls, Andrzej Wajda en Shintaro Ishihhara). Het is een eerste vervolg op Les 400 coups, tegelijk lyrisch en bitterzoet, gereserveerd en ernstig, komisch en tragisch. Truffauts vierde film werd destijds afgedaan als een conventioneel melodrama rond een overspelige bourgeois, een stap terug ten opzichte van zijn drie vorige auteursfilms. Desailly is een schrijver die heen en weer wordt geslingerd tussen zijn vrouw (Benedetti) en een airhostess (Dorléac) die hij op een reis naar een literatuurconferentie in Portugal leert kennen. Het pijnlijk precies maar tegelijk speels relaas van een midlifecrisis heeft nochtans geen gebrek aan stijl en psychologische nuances. In zijn eerste film waarin hij zijn fascinatie voor Hitchcock probeert te verwerken, laat Truffaut het banale van een liefdesaffaire botsen met de literair-romantische beleving ervan. Midden jaren zestig trok Universal tijdens een korte beleidsstunt een aantal Europese filmmakers aan om in de Britse Pinewood Studios te komen werken. Ook Truffaut werd geïnviteerd, voor een adaptatie van Ray Bradbury's SF-roman Fahrenheit 451. Truffaut beheerste nauwelijks het Engels, maar ging dapper aan de slag. Als absolute bibliofiel was het thema van de roman een kolfje naar zijn hand: in een futuristische, door televisie en uniformiteit beheerste wereld worden boeken verboden en verbrand 'omdat ze de mensen slecht doen voelen'. Truffauts passie voor de vrouw in de cinema was een beetje besmet met de vaak hysterische machoangst voor femmes fatales uit de film noir. Cornell Woolrich (de vader van de noirfictie en schrijver van The Bride Wore Black wiens Rear Window door Hitchcock werd verfilmd) gaf misschien nog het meest pervers uiting aan de figuur van femme fatale, zwarte weduwe en mannenverslindster. Jeanne Moreau is de witte bruid die meteen rouwzwart mag dragen nadat haar man op de trappen van de kerk per abuis door vijf mannen wordt neergeknald. De weduwe gaat echter op wraaktrip, vermomt zich, verleidt een voor een de vijf daders en maakt ze dan van kant. Een onheilspellende superscore van Bernard Herrmann bindt een briljante strik rond het Hitchcockiaans pakket. Terwijl de meirevolte Frankrijk in rep en roer zette en ook heel wat collega-filmmakers de revolutie predikten, verdiepte Truffaut zich in een van zijn meest melancholische films. De prent is nergens te ernstig of te licht en vat perfect de stemming van het chanson van Charles Trenet, 'Que reste-t-il de nos amours?', waar de titel naar verwijst. Truffaut voert opnieuw zijn alter ego Antoine Doinel op. Na een oneervol ontslag uit het leger en een eerste hoerenbezoek lijkt de verwarde jongeman klaar voor het burgerlijke geluk. Truffaut zet Jean Renoirs adagium van 'film als een venster op het leven' om in een ogenschijnlijk nonchalante, maar ook romantische observatie van het Parijse grootstadsleven. Deze film is gebaseerd op een echte case study van Jean-Marc Gaspard Itard uit 1806 (Memoire et Rapport sur Victor de L'Aveyron). Het verhaal over een dokter die zich ontfermt over een in het woud achtergelaten wolvenkind is vooral een reflectie over de problemen van communicatie en morele adaptatie die elke tiener ervaart. Truffaut speelt zelf Dr. Itard. Waltz into Darkness luidt de titel van het tweede boek van William Irish (alias Cornell Woolrich) dat Truffaut vereeuwigde. Een absoluut meesterwerk, een van de grote Franse noirs (met een reflectie over het genre zelf) die het meest glamoureuze Franse koppel van toen opvoert. De tegendraads gecaste Belmondo paart kwetsbaarheid aan robuustheid. Hij is Louis, een harde zakenman, die in de luren wordt gelegd door postorderbruid Marion. De passie is immens, maar de berusting des te zwaarder: 'Ik kan niet zeggen dat ik gelukkig ben met haar, maar ik weet dat ik niet zonder haar kan leven.' In het bizarre vervolg op Baisers volés krijgen we de ineenstorting van Doinels huwelijk en zijn affaire met een Japanse. Het wordt door Truffaut met zoveel visuele humor en running jokes bekeken dat het soms even pijn doet. De stilaan irritante figuur van Doinel boeit niet langer en Truffauts pogingen tot spielerei falen. Truffauts meest literair opgebouwde film is het relaas van een nooit voltrokken ménage à trois in de belle époque, gebaseerd op de roman van Henri-Pierre Roché (tevens auteur van Jules et Jim). Een Franse jongeling raakt in Wales in de ban van twee zussen, een sensuele schoonheid en een preutse maagd. Via de voice over van Truffaut, die voorleest uit brieven en dagboeken, ontrafelt deze intens weemoedige film nauwgezet een kluwen van gevoelens van liefde, pijn en verlies. Grappige variatie op het motief van de femme fatale, gebaseerd op de roman van Henry Farrell. Bernadette Lafont is uitstekend en bijzonder opwindend als een gewiekste moordenares die uit de biecht klapt tegen criminologiestudent Claude Brasseur, maar hem intussen toch volledig inpakt. Overbekende, heerlijke liefdesverklaring aan de cinema door de meest cinefiele Franse regisseur. Opvallend zijn weer de tegenstellingen in toon - bitter, bitterzoet, zoet, affectievol, gekweld - die visueel vlekkeloos in elkaar overgaan in een bedwelmende evocatie van de filmset. Truffauts psychologisch historisch drama over de dochter van Victor Hugo die rond 1860 obsessioneel een Engelse luitenant achternazit die niets van haar moet weten, is gebaseerd op de authentieke dagboeken van Adèle Hugo. Om het leven draaglijk te maken, schreef ze als bezeten brieven en dagboeken (die pas in deze eeuw werden teruggevonden); toch raakte ze steeds meer het noorden kwijt. Truffaut gaf Isabelle Adjani terstond sterrenstatus met deze sombere en vooral sobere studie van romantische obsessie. Een van die typische freewheelende Truffauts, een episodisch komisch drama dat doorheen een aantal sequenties de kindertijd evoceert en bestudeert. De stukjes werden opgenomen in Thiers in het Zuiden van Frankrijk en bestrijken een breed spectrum, van een baby van twee weken tot een jongen van veertien. De film is bijwijlen semi-antropologisch in zijn focus op emotie. Vrouwen en liefde vormen een van de grote obsessies in het werk van Truffaut. Met een spotlachje op het gezicht zet Truffaut een hopeloze rokkenjager en daarmee zichzelf weer (autobiografisch) in de kijker. Opzienbarend is de manier waarop geen enkel moreel oordeel deze kroniek van een obsessie komt storen. Misschien de minst bekende van Truffauts jaren-zeventigfilms. Hij speelt zelf de rol van Julien Davenne, een journalist die zijn kameraden ziet sneuvelen op de WOI-slagvelden en geobsedeerd raakt door de dood. Thuis heeft hij een altaar voor zijn overleden vrouw, en ofschoon een meisje wat verstrooiing brengt, zinkt hij dieper en dieper weg in een necrofiel, uiteindelijk ook suïcidaal verlangen. De toon is spiegelend, meditatief en melancholisch. Een van Trufffauts donkerste en meest miskende films. Ach, dat catchy deuntje gezongen door Alain Souchon ('Toute ma vie c'est courir après des choses qui se sauvent')! En die heerlijke muziek van Georges Delerue! Deze zwakke afsluiter van de Doinel-cyclus is niet meer dan een samenraapsel van fragmenten uit de vorige etappes in de saga ( Les 400 coups, Antoine et Colette, Baisers volés, Domicile conjugal). Drie ambities wou Truffaut hier realiseren: het klimaat herscheppen van de nazibezetting in Parijs, een blik werpen achter de coulissen van het theater en Deneuve de rol gunnen van een verantwoordelijke vrouw. Het waren er te veel. Hij faalt met glans door een onvermogen om ziel en vindingrijkheid te stoppen in zijn mise-en-scène. Deneuve is de vrouw van een joodse theatermanager die moet onderduiken in de kelder. Zij zet zijn werk voort, evalueert haar huwelijk en wordt in toenemende mate gecharmeerd door Depardieu, een nieuwe speler in het gezelschap. Truffauts voorlaatste film is beduidend sterker dan Le dernier métro en groeit uit tot een van zijn beste prestaties, een bittere, bijzonder pessimistische kijk op passie en le mal d'amour. Bernard en Mathilde zijn gewezen minnaars die na zeven jaar door een speling van het lot buren worden, het weer met elkaar aanleggen en een mentale hellegang inzetten. Truffaut benadert het liefdesverhaal met bedrieglijke afstandelijkheid, via de figuur van Madame Jouve, de uitbaatster van een tennisclub die als verteller objectief het relaas van waanzin en dood doet. Truffaut houdt de bovenlip stijf in zijn testamentfilm, een luchtige, ietwat maanzieke misdaadthriller. Hij is gebaseerd op een mystery van Charles Williams en helemaal geconstrueerd rond de onwerkelijk mooie verschijning van Truffauts partner Fanny Ardant. Ze is een secretaresse die verliefd is op haar baas, en als hij wordt verdacht van de moord op zijn vrouw en haar minnaar is ze vastbesloten zijn onschuld te bewijzen. Jo Smets