Hij zag zichzelf als een componist die maar af en toe voor de cinema scores schreef en hij vond alle filmmuziek, behalve de zijne, 'één hoop troep'. Bemoeienis van regisseurs of producers vervloekte hij en toen Robert Wise hem eens schoorvoetend meldde dat hij slechts 10.000 dollar had voor de score van The Captive City werd hij razend: '10.000 dollar? Hoe durf je de muziek te kleineren met zo'n habbekrats?' Maar laat dat er u zeker niet van weerhouden om via de vierde Focus Scoort-cd zijn werk te leren kennen of er ...

Hij zag zichzelf als een componist die maar af en toe voor de cinema scores schreef en hij vond alle filmmuziek, behalve de zijne, 'één hoop troep'. Bemoeienis van regisseurs of producers vervloekte hij en toen Robert Wise hem eens schoorvoetend meldde dat hij slechts 10.000 dollar had voor de score van The Captive City werd hij razend: '10.000 dollar? Hoe durf je de muziek te kleineren met zo'n habbekrats?' Maar laat dat er u zeker niet van weerhouden om via de vierde Focus Scoort-cd zijn werk te leren kennen of er opnieuw van te genieten. Muziek was namelijk nooit zo persoonlijk als voor Bernard Herrmann (1911-1975), de somber gestemde componist die het hardst zijn stempel op Hollywoods klankbord zou zetten en van alle collega's uit de golden age de meest volmaakte symbiose tussen beeld, dialoog en score wist te bereiken. Als kind luisterde Herrmann naar zijn vaders avonturenverhalen, terwijl hij de muziek met de paplepel meekreeg, en als scholier verslond hij écrivains maudits als D.H. Lawrence en Eugene O'Neill. In zekere zin zijn zijn eigenzinnige sensualisme, zijn experimentele en tegelijk in traditie gewortelde werk en zijn hang naar het wat scheef bekeken 'fantastische' genre restanten van die literaire vorming. Na een bliksemstart als componist en dirigent kwam hij in 1933 bij CBS Radio terecht, waar hij in 1938 een 23-jarig genie zou ontmoeten dat hem opdroeg een score te schrijven voor zijn eerste film: Orson Welles (Herrmann zou in 1941 echter niet voor CitizenKane een Oscar winnen, maar voor de komedie All that Money Can Buy). In de jaren veertig gaf Herrmann vorm aan zijn gotisch romanticisme, in Robert Stevensons Jane Eyre, maar bovenal in Joseph L. Mankiewicz' bedwelmende spokenromance The Ghost and Mrs. Muir (zijn favoriet). Van 1951 tot 1961 beleeft Herrmann zijn bloeiperiode, met zijn muziek voor Robert Wises sciencefictionklassieker The Day the Earth Stood Still, maar bovenal met zijn werk voor Alfred Hitchcock (van The Trouble With Harry in 1955 tot... de trouble rond Torn Curtain in 1966, toen Hitchcock Herr-manns score weigerde). The Man Who Knew Too Much, Vertigo, North By Northwest: wie kan ze zich voorstellen zonder Herrmanns muziek? Het was evenwel in Psycho dat Herr-mann zijn gave in alle eenvoud zou blootleggen (het was ook Herrmann die Hitchcock ervan moest overtuigen Psycho niet rechtstreeks naar het tv-scherm te verbannen). Toen voor Herrmann Hollywoods golden age voorbij was, verhuisde hij naar Engeland, waar hij nog door François Truffaut ( Fahrenheit 451), Larry Cohen ( It's Alive) en Brian De Palma ( Sisters, Obsession) zou worden geëerd. En door Martin Scorsese natuurlijk, voor wiens Taxi Driver hij zijn laatste werk schreef, een samenvatting van zijn duistere, onrustige, overgevoelige genie. Door Jo Smets