[DE KLASSIEKE SCENE]

Wie Thomas Mann wil begrijpen - wie wil dat niet? - moet Fontane lezen. Effi Briest is beroemd, zijn Jeugdherinneringen bevatten het mooiste vaderportret mij bekend. Dolingen, dwalingen registreert verbluffend fijn de sociale onmogelijkheid van de relatie tussen de eenvoudige Lene en de adellijke militair Botho. In dit sleutelfragment hebben ze clandestien een afgelegen hotel geboekt, maar botsen ze al bij hun eerste uitstap op Botho's vrienden, die hun dames voorstellen als koningin Isabeau en de freules Johanna en Margot. Botho stelt daarop Lene voor als Agnès S...

Wie Thomas Mann wil begrijpen - wie wil dat niet? - moet Fontane lezen. Effi Briest is beroemd, zijn Jeugdherinneringen bevatten het mooiste vaderportret mij bekend. Dolingen, dwalingen registreert verbluffend fijn de sociale onmogelijkheid van de relatie tussen de eenvoudige Lene en de adellijke militair Botho. In dit sleutelfragment hebben ze clandestien een afgelegen hotel geboekt, maar botsen ze al bij hun eerste uitstap op Botho's vrienden, die hun dames voorstellen als koningin Isabeau en de freules Johanna en Margot. Botho stelt daarop Lene voor als Agnès Sorel. Ze begeven zich in de natuur, mannen en vrouwen apart: '"Isabeau heeft altijd gelijk", lachte Balafré, en gaf haar een klap op haar schouder. "We gaan een kaartje leggen. De plek hier is kapitaal; ik geloof bijna dat iedereen hier moet winnen. En de dames gaan intussen wat wandelen of doen misschien een dutje. (...) En om twaalf uur reünie. Menu naar het goeddunken van onze koningin. Ja, koningin, het leven is toch mooi. Dat is dan wel uit Don Carlos, maar moet dan alles uit De maagd zijn?" Dat sloeg in, en de twee jongsten giechelden, hoewel zij alleen het trefwoord hadden verstaan. Isabeau daarentegen, die te midden van zulk een woordkeus was opgegroeid, bleef volkomen in de plooi en zei, terwijl zij zich tot de drie andere dames wendde: "Dames, met uw welnemen: wij zijn nu zo goed als ontslagen en hebben twee uur voor onszelf. Wat nog zo kwaad niet is, trouwens."' Dit fragment schetst goed aan welke hoge eisen de causeur destijds moest voldoen. Koningin Isabeau en de freules zijn personages uit Schillers Die Jungfrau von Orleans, een stuk over Jeanne d'Arc. Isabeau is de vrouw van de gekke koning Charles VI, de freules zijn Jeanne d'Arc - Johanna - en een zus van haar. Botho repliceert gewaagd: Agnès Sorel was de maîtresse van Isabeaus zoon, de ooit onterfde Charles VII. Schillers stuk was de basis voor een populaire opera van Tsjaikovski. Nog populairder was Don Carlos, de enorme, Franse opera van Verdi, ook al naar Schiller. Daarin is een andere driehoeksverhouding aan de orde: die tussen Elisabeth van Valois, geliefde van Don Carlos, zoon van Philips II, die echter als deel van de vredesonderhandelingen na de Italiaanse Oorlog tussen de Habsburgers en de Valois aan Philips II zelf werd uitgehuwelijkt. Fontane spint hier dus in een korte passage een web van ongenadige sociale controle, eruditie die enggeestigheid moet maskeren - zij het toch ook niet zonder flauwe seksuele toespelingen - en goddeloosheid. Want dat Verdi een ketter was, staat buiten kijf. Meer nog: de pointe van Don Carlos is precies dat je bij Gods vertegenwoordigers - de Grootinquisiteur, in die dagen - ook niet voor rechtvaardigheid en ethische voortreffelijkheid terechtkunt. [DE OPNAME] Solti, Tebaldi, Bumbry, Bergonzi, Fischer-Dieskau (Decca) RUDY TAMBUYSER