[DE KLASSIEKE SCENE]

Muziek spreekt blijkbaar niet voor zichzelf; de muziekgeschiedenis is rijk aan polemiek. Een goed voorbeeld is het werk van Richard Wagner, dat destijds een enorme impact had, zowel filosofisch als muzikaal. Het kreeg ook al vroeg sterke kritiek, en niet toevallig waren Wagners meest toegewijde critici eerst zijn grootste fans. Friedrich Nietzsche bijvoorbeeld, de filosoof met hamer en knevel, fileerde in Der FallWagner genadeloos alles waarvoor Wagner stond: een zeker Duitsland, door Heine lang daarvoor al een 'wintersprookje' ge...

Muziek spreekt blijkbaar niet voor zichzelf; de muziekgeschiedenis is rijk aan polemiek. Een goed voorbeeld is het werk van Richard Wagner, dat destijds een enorme impact had, zowel filosofisch als muzikaal. Het kreeg ook al vroeg sterke kritiek, en niet toevallig waren Wagners meest toegewijde critici eerst zijn grootste fans. Friedrich Nietzsche bijvoorbeeld, de filosoof met hamer en knevel, fileerde in Der FallWagner genadeloos alles waarvoor Wagner stond: een zeker Duitsland, door Heine lang daarvoor al een 'wintersprookje' genoemd. Hij werd daarbij zelfs gemeen. Geen grotere belediging voor Wagner dan hem de mindere van Georges Bizet te noemen. 'Deze muziek lijkt me volmaakt. Ze komt lichtvoetig en soepel aanlopen, een en al hoffelijkheid. Ze is beminnelijk, ze zweet niet. 'Het goede is lichtvoetig, al het goddelijke loopt op tere voetjes': de eerste stelling van mijn esthetica. Deze muziek is boosaardig, geraffineerd, fatalistisch: ze blijft daarbij echter populair - ze heeft het raffinement van een ras, niet van een enkeling. Ze is rijk. Ze is precies. Ze begint te bouwen, ze organiseert en ze komt klaar: daarin is ze het tegenovergestelde van de poliep in de muziek, de 'oneindige melodie'. Heeft men op het podium ooit accenten gehoord van een schrijnender tragiek? En hoe worden deze accenten bereikt! Zonder grimassen! Zonder valsemunterij! Zonder de leugen van de grote stijl! Tot slot: deze muziek gaat ervan uit dat de toehoorder intelligent is, ja zelfs dat hij verstand heeft van muziek - ook hierin is ze het tegendeel van Wagner, die, wat hij ook verder geweest moge zijn, in ieder geval het onhoffelijkste genie van de wereld was.' Behalve door de inderdaad zeer directe partituur van Bizet, werd Nietzsche ook geïnspireerd door haar zonnige setting in Sevilla: om gezondheidsredenen bracht hij veel tijd in Zuid-Europa door. Maar er is meer: de eenvoudige, aardse, onomwonden seksuele manier waarop in Carmen een woordspeling wordt onderzocht - de merkwaardig muzikale overeenkomst tussen 'l'amour' en ' la mort' - staat in schril contrast met het oeverloze geëmmer over verlossing, kuisheid en Arische voortreffelijkheid die we in Wagners opera's vinden. Bizets Carmen, zelfzeker en uitdagend, wordt vermoord. Wagners Isolde, kuis en toegewijd, pleegt zelfmoord. De geniale Nietzsche ontwikkelt dat eenvoudige verschil tot een indrukwekkend exposé, waarin welbeschouwd de buiten zijn oevers getreden romantiek wordt begraven en de 'eeuw van de psychologie' wordt aangekondigd. De liefde is niet verheven, ze is ' un oiseau rebelle'. En dat is geen slechte zaak. Al ligt het eraan wat je liever hebt: een nacht van bil met Carmen, of voor eeuwig en drie dagen Isoldes fraaie hand vasthouden. Berganza, Abbado (Deutsche Grammophon).