[DE KLASSIEKE SCÈNE]

In dit kortverhaal, het laatste van de vijf die samen de bundel Nocturnes vormen, krijgen we het verhaal van Tibor, een jonge Hongaarse cellist. De verteller is een muzikant in een van de typische orkestjes die 's zomers de typische toeristen op een typisch plein in een typische Italiaanse binnenstad vermaken. Hij spot op een dag Tibor, verbleekt en verdikt sinds hij hem zeven jaar voordien op gelijkaardige wijze had gezien: te dure koffietjes drinkend in de schaduw op de piazza. Tibor was indertijd een beloftevolle c...

In dit kortverhaal, het laatste van de vijf die samen de bundel Nocturnes vormen, krijgen we het verhaal van Tibor, een jonge Hongaarse cellist. De verteller is een muzikant in een van de typische orkestjes die 's zomers de typische toeristen op een typisch plein in een typische Italiaanse binnenstad vermaken. Hij spot op een dag Tibor, verbleekt en verdikt sinds hij hem zeven jaar voordien op gelijkaardige wijze had gezien: te dure koffietjes drinkend in de schaduw op de piazza. Tibor was indertijd een beloftevolle cellist, gevormd aan de Londense Royal Academy en dan bij de legendarische, hoewel verzonnen Oleg Petrovic in Wenen. Hij ontmoet de veel oudere Amerikaanse Eloise McCormack, die hem een recital hoort spelen, zich voorstelt als een cellovirtuoze en hem aanbiedt middels privélessen op haar hotelkamer zijn talent te 'ontplooien'. Ik weet wat u denkt, maar nee, ze raken elkaar niet aan. Tibor krijgt les, maar nooit ziet hij zijn lerares met een cello... In dit fragment speelt hij haar voor het eerst voor: 'En iets dat te maken had met de schaduw in de kamer en haar plechtige akoestiek, de middagzon die door de wiegende kanten gordijnen werd verstrooid, het geroezemoes van de piazza op de achtergrond, en vooral haar aanwezigheid ontlokten hem tonen die nieuwe diepten omsloten, nieuwe suggesties. Na een uur was hij ervan overtuigd aan haar verwachtingen te hebben voldaan, maar na zijn laatste stuk, en nadat ze een hele tijd hadden zitten zwijgen, draaide ze zich uiteindelijk in haar stoel naar hem toe en zei: "Ja, ik begrijp perfect waar je staat. Het zal niet gemakkelijk zijn, maar je kunt het. Zeker, je kunt het. Laten we beginnen met Britten. Speel hem opnieuw, alleen het eerste deel, en dan hebben we het erover."' We komen in Ishiguro's verhaal veel niet te weten, ook niet om welk stuk van Benjamin Britten het gaat. Allicht is het een van de drie magistrale suites voor cello solo die hij schreef in navolging van wat Bach ruim twee eeuwen eerder deed. Ik denk graag dat het om de derde suite gaat. Ze lijkt perfect te passen bij de merkwaardige mengeling van passie, plechtigheid en ongemak die deze scène biedt. De sfeer van afscheid en vergankelijkheid, die alle vijf de novellen in Nocturnes doordesemt, hangt ook buiten dit verhaal om samen met Brittens stuk. De drie suites werden geschreven voor de legendarische Russische cellist Slava Rostropovitsj. Toen die de première van de derde suite speelde, in 1974 tijdens Brittens festival in Aldeburgh, was het de laatste keer dat hij zijn goede vriend levend zag. Hij zou de derde suite nooit opnemen, waardoor ik verplicht ben u een andere lezing aan te bevelen. Truls Mørk, Virgin Classics. RUDY TAMBUYSER