Opvallend: er zijn deze keer geen Bono's of Dave Gahans te bespeuren.

ANTON CORBIJN: Een groot deel van de expo bestaat uit recente foto's. Er zitten ook oudere, nooit eerder vertoonde werken tussen, zoals een portret van Mick Jagger en Keith Richards uit 2005. Ik selecteer mijn werk vaak vrij snel nadat ik het gemaakt heb, en dan vallen sommige dingen natuurlijk uit de boot.
...

ANTON CORBIJN: Een groot deel van de expo bestaat uit recente foto's. Er zitten ook oudere, nooit eerder vertoonde werken tussen, zoals een portret van Mick Jagger en Keith Richards uit 2005. Ik selecteer mijn werk vaak vrij snel nadat ik het gemaakt heb, en dan vallen sommige dingen natuurlijk uit de boot. Mijn tentoonstellingen draaien bijna altijd om individuen, en deze is daarop geen uitzondering. Ik maak zelden groepsfoto's, omdat dat mij niet echt interesseert. Ik vind dat je als fotograaf altijd meer in contact staat met één persoon dan wanneer er vier mensen voor je camera staan. CORBIJN: Een groot deel van mijn inkomen kwam aanvankelijk uit groepsfoto's van muzikanten die ik in de jaren zeventig en tachtig heb gemaakt. Die worden nog altijd het vaakst gebruikt, dus mensen kennen mij vooral daarvan. Maar dat is maar een klein gedeelte van wat ik doe. Het heeft een bepaalde functie gehad in mijn leven, vroeger, en daarom hang ik nu niet zo gauw meer groepsfoto's aan de muur. Afgezien van één foto van U2, waarop de bandleden met hun vaders staan. Een heel aparte foto: je ziet op een vreemde manier het verleden, en vooral het heden en de toekomst in elkaar overgaan. Dat had ik niet echt door toen ik ze maakte, maar pas achteraf. CORBIJN: De imperfectie is voor mij een soort perfectie. Tegenwoordig is de verleiding groot om via Photoshop naar de perfectie toe te werken. En ik moet toegeven: bij de afwerking, als je eenmaal die foto hebt gemaakt, hou ik wel van perfectie. Dan scan ik het negatief in en doe ik de eindbewerking digitaal. Maar het moment zelf moet levendig zijn, er moet een soort menselijkheid in zitten. Het imperfecte is altijd aanwezig in de mens, en ik vind een foto veel beter werken als je als fotograaf openstaat voor het falen van je onderwerp. Althans, in mijn werk. Ik spreek me niet uit over anderen. CORBIJN: Ik maak niet zozeer een onderscheid tussen muzikanten en kunstenaars. Hier in Zeno X hangt zo ook een portret van Kate Moss. Haar zou ik nu niet bepaald een kunstenares noemen. Ik heb ook foto's gemaakt van Elmore Leonard, John McCrae, Nelson Mandela of Lance Armstrong. Het is een beetje een mix. Wel een groot verschil is dat ik bij muzikanten nooit instrumenten mee in beeld breng, terwijl ik schilders bijna altijd in hun werkomgeving fotografeer. Muzikanten probeer ik net los te zetten van hun theatrale omgeving en hun imago, ze meer, tja, mens te maken. Het heeft zeker ook te maken met het niet willen leunen op de bekendheid van mensen, maar er juist mee te spelen. Is de foto goed omdat de persoon die erop staat bekend is, of is het gewoon een goeie foto? Dat is de ambivalentie in mijn werk. CORBIJN: Nee. Helemaal niet. Thuis hangt geen enkele foto van mezelf. Soms wil ik zelfs niet dat een bepaald werk het daglicht ziet. Ik ben nu voorbereidingen aan het treffen voor het Gemeentemuseum in Den Haag. Daar opent volgend jaar een overzichtstentoonstelling, dus dan moet ik wel teruggrijpen naar vroeger. Maar het heeft iets heel vreemds om te zitten spitten in dat verleden. Zeker op dit moment. Momenteel probeer ik me zo veel mogelijk te focussen op de toekomst. En dat is: films maken. Fotografie is voor mij een soort hobby geworden. Een oude liefde. CORBIJN: Film is de nieuwe uitdaging! Er kruipt veel meer tijd en energie in. Een beeld kun je in een paar minuten tijd maken. Dat is ook het mooie eraan: het heeft iets zenachtigs. Dus laten we zeggen dat het erg plezierig is om de juiste balans te zoeken tussen mijn fotografie en mijn drukke filmwerk. ANDREAS ILEGEMS