'RKO 281 (Citizen Welles)' vanaf 5 september in de bioscoop.
...

'RKO 281 (Citizen Welles)' vanaf 5 september in de bioscoop.'The Chief. The Life of William Randolph Hearst' door David Nasaw, Houghton Mifflin Company, 687 p., f 85,05'Citizen Hearst' door W.A. Swanberg, Galahad Books, 555 p., f 65,60 Maar Kane werd evenmin als Hearst president. Hij vervreemdde van zijn vrouw (Millicent) en stortte zich met het volle gewicht van zijn ambitie op het bijna vijfendertig jaar jongere, aankomende Hollywood-sterretje Marion Davies, van wie hij Hollywoods leading lady wilde maken. Daartoe zette hij zijn kapitaal, zijn energie en de onschatbare publicitaire macht van zijn krantenimperium in. Evenmin als hij een president Roosevelt was, was zij een Greta Garbo. Op zijn oude dag bleef een tragische figuur over die zijn aanzienlijke talenten had verspild aan krankzinnige projecten en zich terugtrok in zijn Xanadu met zijn miljoenen en zijn jonge vrouw die _ ontgoocheld, eenzaam en verveeld _ onverbeterlijk aan de drank raakte. Hoewel de opnamen van de film in de RKO-studio's met een haast legendarische geheimzinnigheid waren omgeven, kreeg de Hearst-clan er natuurlijk toch voortijdig lucht van. De toen achtenzeventigjarige Hearst was, begrijpelijkerwijs, not amused. Wat hem stak was dat het beeld van Davies leugenachtige, valse trekken had. Ze dronk wel meer dan hij graag zag, maar ze was daarbij geestig en levendig en een buitengewoon hartelijke gastvrouw, en heel Hollywood _ iedereen, van Charlie Chaplin tot Gary Grant, was haar gast geweest _ kon daarvan getuigen. Binnen Hearsts imperium sprak het voor zich dat Orson Welles' film alle publicitaire tegenstand kreeg waarover men beschikte. Het sprak ook voor zich dat de velen in Hollywood die van Hearst, zijn geld en zijn publiciteit afhankelijk waren, zich uit zichzelf al haastten om aan de Chief te laten weten dat zij niet zouden meewerken aan de distributie of promotie van Citizen Kane. Hearst zelf probeerde de roulatie te voorkomen, liet Orson Welles zwart maken in zijn kranten en negeerde verder de film die hij overigens veinsde zelf nooit te hebben gezien. Het was allemaal niet echt nodig. Citizen Kane was hoe dan ook een film voor filmkenners, totaal ongeschikt voor een breed publiek. De film zou pas in de jaren zestig onder filmliefhebbers furore maken. Orson Welles stond met zijn kritiek niet alleen. In 1941 was Hearst op een dieptepunt in zijn leven aangekomen. Hij balanceerde op de rand van het bankroet, was onder curatele gesteld, moest kranten en kunstschatten verkopen en zelfs zijn Xanadu dreigde hem te worden ontnomen. Hij gaf altijd al geld uit als water, was een gerenommeerde overbieder en de Amerikaanse beurscrash in 1929 bracht in dit alles weinig verandering. Tot aan 1937 bleef Hearst op een weergaloos roekeloze wijze geld uitgeven, aan kunst, huizen en kranten. Eind 1937 verkeerde hij in acute financiële problemen. Hij verloor geld, sympathie en lezers met zijn redactionele politieke gedram tegen de New Deal en tegen president Roosevelt, wiens populariteit hij had onderschat. Hearst zelf kwam aan alle kanten zwaar onder vuur te liggen. 'Je maakt geen jacht op een oude leeuw die al ziek op de grond ligt,' schreef een van Hearsts oudste New Yorkse journalistieke vijanden naar aanleiding van Citizen Kane. Het moet gezegd worden dat Welles ook sympathie had voor Hearst _alles aan hem was bigger than life. Hij was voor velen de ideale man they loved to hate. De film is een studie van een raadselachtig buitensporig karakter, evenals Citizen Hearst, de zeldzaam onderhoudende biografie van W.A. Swanberg uit 1961 en het onlangs verschenen The Chief, van de historicus David Nasaw, die over veel nieuwe bronnen kon beschikken, waaronder zeldzaam elegant geschreven geestige brieven en telegrammen van Hearst zelf. Wat er ook scheelde aan zijn karakter, er was weinig mis met zijn stijl. VolksHearst was de zoon van een niet erg goed geschoolde selfmademan. Zijn miljoenenerfenis, verdiend aan zijn mijnen in Californië en Mexico, liet hij voorzichtigheidshalve na aan zijn verhoudingsgewijs zuinige vrouw, bij wie de zoon tot haar dood, op zijn zesenvijftigste, beleefd-geestig bedelde. Moeder Phoebe Hearst was een oud-onderwijzeres die ontzag had voor een goede opleiding en veel geld gaf aan de universiteit van Berkeley, waar de naam Hearst nu nog op veel plaquettes prijkt. Zorgelijk, met hulp van spionnen (!), volgde ze alle stappen van haar enige zoon, op zijn eenentwintigste een verwende, gesjeesde student, wiens buitensporige zelfingenomenheid zijn leergierigheid in de weg zat en die, met zijn nouveau-richemanieren, niet goed lag in Harvards keurige kringen. Op een keerpunt in zijn leven, bij het verlaten van Harvard, zonder bul, voelde William dat het tijd werd zich te bewijzen ten overstaan van zijn redelijk ongeïnteresseerde vader. Hij nam zich voor diens noodlijdende Examiner tot een succes te maken, naar het voorbeeld van de New Yorkse krantenman Pulitzer. Zonder enige scrupules maakte hij gebruik van het geld en gezag van zijn vader, en diens politieke invloed als senator en zakelijke contacten, die hij beurtelings dwong, half chanteerde en vleide. Tot ze allen adverteerden in de Examiner. Hij was uit op vers advertentiegeld en op vele nieuwe lezers, die hij wilde laten lachen, huilen en gruwelen in de kleine uurtjes. Zijn journalistieke formule was daartoe bewust 'volks'. Hij wilde de bevolkingsgroep bereiken die nog maar net had leren lezen. Dit was in de krantenwereld tamelijk nieuw. De voor prille lezers ontmoedigende, massieve opmaak met kolommen vol kleine lettertjes verving hij door bladzijden die waren verlucht met illustraties en komische cartoons. Veel ouderlijk geld stak hij in innovatieve druktechnieken, een aantrekkelijke opmaak en het kopen van de beste schrijvers en tekenaars. Liefst kaapte hij ze bij Pulitzer of andere rivalen weg, om zodoende dubbel profijt te hebben van zijn geld. Hearst was vindingrijk. Hij is de uitvinder van de sob story _ verhaaltjes die medeleven opwekken, die inspelen op emoties _ van zijn hoog gespecialiseerde en goed betaalde sob queens (een van hen liet hij de biografie van zijn moeder schrijven). Hij maakte veel werk van de societyrubriek, die ook zogeheten betere lezers moest lokken en waarin hij zijn minnares Marion en zijn vrouw Millicent graag liet figureren -uit kiesheid nooit op dezelfde pagina. Hijzelf fêteerde samen met Marion de westkust, met Millicent de oostkust en de elite van Washington en New York. Alle nieuws werd zoveel als maar kon gepresenteerd in verhaalvorm en liefst in vervolgverhaaltjes van het type dat aansloot bij de leefwereld van zijn lezers. Rechtbankverslagen toverde hij om tot vervolgverhalen met een morele, liefst opvoedkundige les, en de ware held was meestal niemand minder dan de lucide verslaggever zelf, die met een fijn stukje eigen onderzoek het immer incompetente onderzoek van de politie te kijk zette. Hearsts les was dat nieuws niet werd gevonden maar werd gemaakt. Hij verstond de kunst een hype te creëren die dagen achtereen de lezers aan zijn voorpagina's gekluisterd hield. Binnen zijn journalistieke formule was het briljante zoekwerk van de krant zelf niet zelden het belangrijkste voorpaginanieuws. Als geen ander verstond hij de kunst van de zelfpromotie. Hijzelf, zijn vrouw, zijn minnares en iedere Hollywood-ster en presidentskandidaat die hij wenste te steunen (en lange tijd was hij dit zelf) verscheen zo vaak en zo prominent en zo glansrijk in zijn snel groeiend aantal kranten als hem goeddunkte. Zijn invloed in Hollywood en zijn politieke macht berustten hierop. Geen enkele zichzelf respecterende krant zou vandaag de dag met eenzelfde schaamteloosheid de middelen van de zelfpromotie op deze manier durven aanwenden, maar het is duidelijk dat de nieuwe commerciële zenders van de aanpak van Hearst veel hebben geleerd. De belangenverstrengeling is er systematisch en uit principe. We zien het vandaag de dag Van der Meijden doen: hij schrijft in De Telegraaf en Story tot vervelens toe sob en glamour stories over de sterretjes in de musicals waarvan hijzelf de aandelen bezit. Na zeer aanzienlijke startschulden, waaronder zijn moeder en zijn boekhouders meer hadden geleden dan hijzelf, groeide Hearsts imperium ongekend. In zijn gouden dagen stonden Aldous Huxley, Bernhard Shaw, Hitler (die saaie voorspelbare stukken schreef) en Mussolini (die nooit de deadline haalde en altijd zeurde over geld) op zijn loonlijst. Na de beginfase, waarin hij zelf nog op zijn krantenredacties rondhing (meestal in smoking, op weg naar of net terug van een avondje theater), behelsde het besturen van zijn immense imperium het per telegram afvuren, vanaf Hearst Castle, van dwingende richtlijnen aan zijn redacties in de verschillende staten aangaande de personen die doelbewust mochten worden beschadigd en verguisd (gehate presidentskandidaten, communisten, rivalen) en de zaken die hem aan het hart gingen of waarbij hij een financieel belang had en die moesten worden opgehemeld. Hij had een broertje dood aan serieuze kritiek, die hij snobistisch vond en ook nog eens stierlijk vervelend om te lezen. Hij ging zelf graag naar het theater, maar hij peinsde er niet over een toneelcriticus in dienst te nemen. LesHearst wilde promotie en human interest. Voor de verzending van zijn onafzienbare stroom instructies bevond zich een persoonlijke secretaris vierentwintig uur per etmaal aan zijn zijde, waar hij ook was. Om een indruk te geven van de publicitaire macht waarover Hearst beschikte is het genoeg om aan te halen hoe hij vlak voor zijn dood op achtentachtigjarige leeftijd een van zijn redacteuren de les las, thuis, vanuit zijn rolstoel. De journalist had de dag ervoor per telegram te verstaan gekregen positief te moeten schrijven over een zaakje dat zijn oude baas na aan het hart lag. Nog geen etmaal later werd de man bij de Chief thuis ontboden en het spreekt wel voor zich dat men zich in dit soort gevallen haastte. Het gesprek verliep als volgt: 'Mr. Woolard, wie is de eigenaar van de Examiner?' 'Hoezo? U natuurlijk, meneer Hearst.' 'Wel, als ik de eigenaar ben en ik er iets in wil hebben, waarom krijg ik dat dan niet?' Nu begreep de redacteur dat Hearst zijn artikel van die ochtend over het hoofd had gezien en dus liet hij het hem zien. Hearst staarde ernaar.'Mr Woolard, vergeef me, ik ben een oude zieke man en ik ben blijkbaar niet meer zo alert als ik was.' Enkele dagen hierna stierf Hearst, in 1951, tien jaar na het uitkomen van de film van Orson Welles. Die zou goud hebben gegeven voor het scenario van dit sterfbed. De Chief, zwaar vermagerd, met een zwak hart en een ongebroken geest, bewoonde met Marion Davies (naar eigen zeggen op dat moment achtenveertig) een aan zijn toestand aangepast praktisch en overzichtelijk huis in Beverly Hills. Het was, met drie verdiepingen, een lift en een serie dienstvertrekken, nog altijd royaal in de termen van een premie A-woning, maar klein, gehorig en onaanzienlijk vergeleken bij zijn eigen Hearst Castle in San Simeon, dat hij miste. Rond zijn sterfbed gonsde het van de verpleegsters. Storender waren de schrille ruzies tussen Hearsts minnares en zijn zonen; vier van de vijf waren voor de gelegenheid bij hem ingetrokken en samen maakten ze meer kabaal dan voor een stervende goed is, zoals een hysterische en bij vlagen zeer dronken Davies probeerde duidelijk te maken. Op de avond voor zijn sterven lieten de zonen haar slaapmiddelen geven en ze was totaal van de wereld op het moment dat haar geliefde Hearst stierf. Toen ze wakker werd was het stil in huis en was van hem al geen spoor meer te bekennen. Zijn stoffelijk overschot werd door zijn vier zonen naar San Francisco gevlogen, de vijfde escorteerde zijn moeder, Hearsts wettige echtgenote, op haar vlucht vanuit New York. Eensgezind ontfermden zij zich over een begrafenis die een staatsman niet zou hebben misstaan en waarvoor de draaiboeken allang klaarlagen. Dit laatste eerbetoon voltrok zich in aanwezigheid van oud-presidenten en hoogwaardigheidsbekleders van over de hele wereld, en in afwezigheid van de vrouw met wie Hearst de laatste vijfendertig jaar van zijn leven had gedeeld. Zij maakte twee uur na zijn dood een foto van zijn lege hemelbed met daarop die andere troost van zijn oude dag, de verweesd ogende tekkel Helena. Copyright Vrij NederlandHet is duidelijk dat de nieuwe commerciële zenders van de aanpak van Hearst veel hebben geleerd.