'De buren klaagden over stankoverlast.' Als je die zin in een krantenartikel leest, weet je meestal hoe laat het is. Stapels post die de deur barricaderen, een walmende koelkast, een uitgemergelde kat, en ergens op de grond of in bed: de zoveelste vereenzaamde bejaarde die een anonieme dood is gestorven.
...

'De buren klaagden over stankoverlast.' Als je die zin in een krantenartikel leest, weet je meestal hoe laat het is. Stapels post die de deur barricaderen, een walmende koelkast, een uitgemergelde kat, en ergens op de grond of in bed: de zoveelste vereenzaamde bejaarde die een anonieme dood is gestorven. Het kan erger. Er kan wél nog iemand thuis zijn. Op 17 juli 1895 krijgen Robert en zijn jongere broertje Nattie bezoek van hun tante. Die is ongerust, want ze heeft al tien dagen niets van haar zus Emily, de moeder van de twee jongens, gehoord. Robert wil eerst niet opendoen, tot de tante met de politie dreigt. Een wijkagent draaft op en ontdekt de oorzaak van de stank waar de melkboer over klaagde: in haar slaapkamer ligt het lijk van Emily Coombes, onder het geronnen bloed, omwolkt door zwarte vliegen en aangevreten door maden. Meteen legt Robert een verklaring af: hij heeft zijn moeder doodgestoken. Hij is op dat moment dertien jaar. Tien dagen lang hebben de broertjes hun gruweldaad genegeerd. Ze gingen naar cricketmatchen kijken, speelden in de tuin, beleenden zilverwerk om eten te kopen en schreven bedelbrieven aan hun vader, die op een schip richting New York zit, onwetend over de dood van zijn vrouw. De moordzaak schokt victoriaans Londen. De kranten smullen van de moedermoord en hebben de mond vol over de ontaarde jeugd, maar vragen zich ook af of de armoedige toestanden in de arbeiderswijken niet tot misdaden leiden. Ook het gerecht staat voor een raadsel: hoe moet het deze minderjarigen vervolgen? Zijn ze krankzinnig of moeten ze als volwassenen berecht worden, wat inhoudt dat hen de galg wacht. Een dertienjarige opknopen? Daar deinst zelfs de strengste rechter voor terug. Kate Summerscale raakte gefascineerd door het verhaal van de jonge moordenaar Coombes en spit de hele zaak akelig precies uit - vaak weet ze tot op de minuut waar de jongens mee bezig waren. Daarbij voorziet ze de lezer van de nodige cultuurhistorische achtergrond. Zo gaat ze uitgebreid in op de penny dreadfuls, de pulpverhalen die destijds door de jeugd gretig gelezen werden en die - net als de hedendaagse videogames - door verschillende artsen als verderfelijk werden beschouwd. Vooral de humane behandeling die kinderen en 'geestesgestoorden' in die tijd kregen, valt op, in schrijnend contrast met de opvang die psychiatrische patiënten tegenwoordig in gevangenissen krijgen. Politici die met penitentiair beleid bezig zijn, zouden deze passages met schaamrood op de wangen moeten lezen. Summerscale maakt er gelukkig geen groteske penny dreadful van. Het siert haar dat ze op zoek gaat naar de mens achter Coombes, zijn beweegredenen probeert te achterhalen en laat zien dat berouw mogelijk is. Ze slaagt erin om een krantenregel tot leven te wekken en de wereldgeschiedenis - de schaduw van Wereldoorlog I valt nadrukkelijk over het boek - samen te ballen in één noodlottig leven. HET OPZIENBARENDE VERHAAL VAN ROBERT COOMBES **** Kate Summerscale, Nieuw Amsterdam (originele titel: The Wicked Boy), 416 blz., ? 22,99. RODERIK SIXCENTRALE ZIN In juni 1930 liep een elfjarige jongen zeven kilometer over een zandweg in Nieuw-Zuid-Wales, in het zuidoostelijk deel van Australië, om een misdaad aan te geven.