Maandag 18/4, 21.05, Canvas
...

Maandag 18/4, 21.05, Canvas In De kleedkamer gaat Sporza-journalist Ruben Van Gucht op zoek naar aangrijpende verhalen van ex-voetballers die ooit de pannen van het dak speelden in de Belgische competitie. Elke aflevering brengt vier ploegmakkers uit een legendarisch elftal - uit de jaren 70 tot 90 - op hun oudere dag samen in de kleedkamer of een andere plek die voor hun club belangrijk was. Regisseur van dienst is Robin Pront, de Antwerpenaar die met D'Ardennen net bewezen heeft in de Champions League van de Vlaamse cinema, en ver daarbuiten, te kunnen meespelen. 'Tv en docu's regisseren ligt niet echt binnen mijn interessesfeer, ' geeft Pront toe, 'maar iedereen weet intussen wel dat ik ook een grote voetbalfan ben. Ze hebben mij al eens gevraagd om een programma over de huidige Rode Duivels te maken, maar dat vond ik minder boeiend. Het idee van De kleedkamer fascineerde me dan weer wel. Wat als je vijftien jaar lang aan de top hebt gestaan? Wat doe je dan met die volgende vijftig jaar van je leven? Dat is ook de reden waarom ik liever regisseur dan topvoetballer ben: als regisseur kun je tenminste nog tot je 65 pieken, bij voetballers is het soms al op je 33e gedaan.' ROBIN PRONT: Voor de eerste aflevering, over het Anderlecht van 1972, had ik het idee om met spotlichten te werken in de kleedkamer - mijn poging er iets visueel interessants mee te doen. Het resultaat doet me zelfs aan The Godfather denken. (lacht) Ik zag die mannen ook als de peetvaders van het Vlaamse voetbal. Ook inhoudelijk wilde ik mee beslissingen nemen. We hebben eerst Inge Ejderstedt, ook ex-Anderlecht, opgezocht in Zweden. Hij heeft het voetbal achter zich gelaten, en plukt nu, op zijn 68e, bessen in het bos. Een schoon verhaal, dacht ik, maar inhoudelijk niet rijk genoeg. We hadden een contrast nodig. Toen ik hoorde dat Gille Van Binst zijn dagen eenzaam en alleen in een grimmig hotel aan de rand van Brussel slijt, dacht ik: vergeet de kleedkamer, we gaan hem opzoeken in zijn hotel. PRONT: Die dronk veel, werd er gezegd, en toen we begonnen te filmen, verloor hij zijn vrouw - én zijn been, door een ernstige blessure. Dat ontvouwde zich dus tijdens de opnames. Je kunt je dan afvragen of je zoiets wel in beeld wilt en kunt brengen. Maar dat is het soort verhalen dat je met fictie niet kunt nabootsen. Niet dat het programma alleen maar kommer en kwel is. Ik denk aan het ongelooflijke verhaal van de Argentijn Gustavo Lisazo. Die heeft vroeger nog met Pfaff bij Beveren gespeeld, en is nu de George Clooney van Zuid-Amerika. Een telenovellester. Zulke succesverhalen zijn er ook. PRONT: Zeker. Ik heb nu een scheur in mijn meniscus. Bij de eerste oefenmatch van mijn caféploeg heb ik een stamp gekregen van een of andere boerenzoon. Ik kan al sinds augustus niet meer sjotten. Ik heb mij nog nooit zo lamlendig gevoeld. En ik kan mij niet laten opereren, want ik moet nog verscheidene filmfestivals doen en je kunt niet reizen op krukken. Dus ik zit nu al lang zonder sport. Dan word je moddervet. En ik merk echt dat ik er heel gestrest van word. Dus ik ga mij nu toch laten opereren, volgende week. Een routineoperatie, maar ik moet dus wel met krukken rondwandelen. Anyway, sport, ik denk dat het voor iedereen gezond is. (grijnst)PRONT: Ik zou het nog altijd graag doen, mochten ze het mij vragen, maar ik zou de opties meer afwegen. D'Ardennen was net af toen ik De kleedkamer ging draaien. Toen was het de leukste optie, nu zijn er veel méér. Plus, ik wil ook dringend een nieuwe film maken. Ik merk dat mijn hart echt wel bij langspeelfilms ligt. Nergens anders kun je zo je goesting doen. In Vlaanderen althans. Met alle respect voor wat Tim Mielants en co. in het buitenland doen - internationale topreeksen regisseren - maar dat zegt mij op dit moment niet zo veel. Ik merk dat ik dingen moet maken die echt uit de buik komen. En dat heb ik met deze reeks trouwens wel kunnen doen. Die eerste aflevering over Anderlecht gaat voor mij over ouder worden, spijt hebben, keuzes maken. Zo heb ik het gevoel dat het een deel van mezelf is, of toch van mij als verhalenverteller. ANDREAS ILEGEMS