FREDERIK GOOSSENS
...

FREDERIK GOOSSENS1938. In de Library of Congress in Washington doet Ferdinand 'Jelly Roll' Morton voor de microfoon van een piepjonge Alan Lomax zijn verhaal over New Orleans. Meer dan acht uur lang neemt de legendarische (nooit was het woord meer toepasselijk) pianoprofessor je op sleeptouw door een wereld van hoeren en pooiers, pool sharks, gangsters en muzikanten. Tussendoor speelt hij ragtime, blues, habanera's, opera, spirituals en houdt hij de jazz boven de doopvont. Na afloop besef je dat Morton misschien geen ongelijk had wanneer hij zichzelf 'the originator of jazz' noemde. Verplichte luisterkost, en hoogst verslavend. 'Luisteren naar Armstrong is als staren naar de zon', dixit trompettist Max Kaminsky toen hij voor het eerst deze muziek hoorde. Little Louie zou alles wat voor hem kwam verschroeien. Vergeet Hello Dolly of What a Wonderful World. Deze opnames, gemaakt tussen 1925 en 1928 door de beste muzikanten uit New Orleans, worden terecht beschouwd als de meest invloedrijke in de twintigste-eeuwse Amerikaanse muziek. West End Blues en Potato Head Blues zijn hoogtepunten. Gebeten door de Heebie Jeebies leerde Satchmo en passant de wereld ook scatten. De muziek heeft nog niets van haar glans verloren, dus hou je zonnebril binnen handbereik. Antoine 'Fats' Domino had beslist om de doordocht van Katrina gewoon thuis uit te zitten, maar na afloop wist niemand nog waar hij was. Tot zijn dochter hem herkende op een foto tussen andere geëvacueerden. De helft van zijn gouden platen was verdwenen, maar New Orleans slaakte een diepe zucht toen de man die de rock had leren rollen heelhuids boven water kwam. In 1949 gingen de dominostukken al aan het vallen met zijn eerste hit The Fat Man. Daarna volgden Ain't That a Shame, Blueberry Hill en veel meer. Op deze uit haar voegen barstende compilatie vind je zijn grootste krakers. Omineus en broeierig - de muzikale pendant van films als Deliverance of Southern Comfort. Verdwalen in de dreigende nacht van de mistige bayou zonder kompas, met als enige compagnon de geheimzinnige Dr. John, voodoomeester van professie. Het debuut van r&b-pianist Mac Rebennack - want zo heet de man echt - is een bad trip doorheen de onderlagen van New Orleans. Dat Rebennack in Treme zelf in de huid van 'Dr. John the Night Tripper' kroop was nochtans toeval. De manager van Ronnie Barron, de zanger die de rol had moeten vertolken, vond het geen goede carrièrezet. Voodoo, zonder twijfel. In 1955 had Art Neville met zijn groepje The Hawketts een eerste, bescheiden hitje met de Mardi Gras Mambo. Het groeide uit tot de officiële hymne van het jaarlijkse volksfeest. In 1981 (hetzelfde jaar dat Columbia die andere broers uit New Orleans, Wynton en Branford Marsalis, ontdekte) nam A&M The Neville Brothers onder contract. Met hun gumbo van funk, cajun, r&b, reggae en rock deden Arthur, Neville, Charles en Cyril meer dan wie ook om de sounds van het moderne New Orleans over de wereld te verspreiden. Op deze plaat staan hun geüpdatete versies van klassiekers als Hey Pocky Way en Iko Iko. FREDERIK GOOSSENS