Eerste zin Langzaam liep ze de heuvel af; niet over de brede straatweg die in bochten naar de stad in het dal leidde, maar over het smalle pad tussen de wijngaarden.
...

Eerste zin Langzaam liep ze de heuvel af; niet over de brede straatweg die in bochten naar de stad in het dal leidde, maar over het smalle pad tussen de wijngaarden. Soms vat de tekst op de achterflap een roman perfect samen: 'Berta Garlan is een jonge weduwe. Drie jaar na de dood van haar man bekruipt haar een zekere onrust. Dan leest zij in de krant een stukje over haar jeugdliefde, die inmiddels een beroemd violist is geworden. In Berta rijpt een plan.' Dat 'plan' behelst niet meer dan dagenlang gesmacht en gepieker, ijlings geposte brieven, een nachtje in een Weens hotel, voorspelbaar gevolgd door liefdesverdriet. Vertaler Jef Rademakers doet in zijn nawoord zijn best om deze roman van bon vivant Arthur Schnitzler (1862-1931) als een 'mijlpaal in de ontwikkeling naar een vrijere seksuele moraal voor beide seksen' te omschrijven maar schroeft daarmee ongelukkig de verwachtingen hoog op. Wat je krijgt, is een tergend saai stationsromannetje over een burgervrouwtje dat naar een oud lief hunkert. De seks mag je er zelf bij verzinnen, als je daarvoor niet in slaap gesukkeld bent. Ongetwijfeld shockerend in zijn tijd, nu hopeloos gedateerd. Altijd fijn wanneer uitgeverijen oog hebben voor verborgen klassiekers, maar dit schamel geneuzel behoefde echt geen heruitgave.