Rockabilly en jazz, blues en kleinkunst, salsa en cabaret: op Helden toont De Nieuwe Snaar zich weer van zijn veelzijdigste kant. Al springt één nummer eruit. De rauwe stem, de oerschreeuw in het refrein en de knoert van een relatiecrisis die door de strofen waart, maken van Amai meteen een - schrik niet! - hardrockklassieker van het Vlaamse lied. Maar over de wrange vraag 'waar gaan we vandaag met elkaar over zwijgen?' wil woordvoerder Jan De Smet het liever niet hebben. 'Het is niet míjn emotionele crisis en ik vind sowieso dat de mensen zich niet met ons privéleven moeten bemoeien.'
...

Rockabilly en jazz, blues en kleinkunst, salsa en cabaret: op Helden toont De Nieuwe Snaar zich weer van zijn veelzijdigste kant. Al springt één nummer eruit. De rauwe stem, de oerschreeuw in het refrein en de knoert van een relatiecrisis die door de strofen waart, maken van Amai meteen een - schrik niet! - hardrockklassieker van het Vlaamse lied. Maar over de wrange vraag 'waar gaan we vandaag met elkaar over zwijgen?' wil woordvoerder Jan De Smet het liever niet hebben. 'Het is niet míjn emotionele crisis en ik vind sowieso dat de mensen zich niet met ons privéleven moeten bemoeien.' Al voelt iedereen dat de liedjes op Helden persoonlijker zijn dan het vroegere werk van De Nieuwe Snaar, Jan De Smet heeft het nog steeds moeilijk met autobiografische teksten. 'Te overduidelijk autobiografisch maak ik ze haast nooit. Er zijn al genoeg zangers die hun platen met al hun zorgen volzingen als waren het vervelende dagboeken. Daar gaan mijn tenen van krullen: als je zoveel problemen hebt, zoek dan liever een goede psychiater. Wij moeten er natuurlijk ook voor zorgen dat we die liedjes met ons vieren kunnen brengen. Na al die jaren kennen we elkaar wel door en door, maar het is toch niet altijd makkelijk om je zo fel bloot te geven. Bovendien vind ik niet dat mensen tot in de details moeten weten wat ik meemaak of hoe ik me voel. Ik wil graag nog iets voor mezelf houden.' En toch staat er een ontroerend persoonlijk nummer als Als mijn vader... op de plaat, waarin De Smet het heeft over de te vroege dood van zijn vader. 'Eigenlijk heb ik dat nummer vooral geschreven omdat Geert ( Vermeulen, nvdr) erop aandrong. Ik durfde het eerst niet. Nu vind ik het wel sterk, toen ik het de eerste keer hoorde in de studio kreeg ik zelfs kippenvel - dankzij de bloedmooie gitaarpartij van Tom Vanstiphout. Als je dat krijgt van een van je eigen liedjes, dan is dat toch een beetje zelfbevrediging. (lacht) Het paste ook in het opzet van deze voorstelling. Mijn vader is jong gestorven - ik was amper twaalf - en hij was toen nog mijn grote held. In de puberteit was dat misschien omgeslagen, maar zover zijn wij nooit geraakt. Hij was zelf een entertainer in hart en nieren, ik vraag me af wat hij zou vinden van wat Kris en ik nu doen.' Na bijna 25 jaar is De Nieuwe Snaar nog steeds uniek, en Jan De Smet beseft maar al te goed dat dat uitzonderlijk is. 'Wij hebben een nieuwe stijl gecreëerd en daar zijn we fier op. Daardoor hebben we ook de vrijheid om voluit in die stijl door te gaan. Maar tegelijkertijd mis ik een jonge garde die iets in onze trant doet, een tegengewicht, wat gezonde concurrentie. Ik denk dat de meeste jonge muzikanten er schrik van hebben - wat we doen ís niet gemakkelijk - en dat ze gewoon de kans niet meer krijgen om te groeien. Ze moeten er meteen staan of ze worden opzijgeschoven. Wij konden rustig evolueren, ervaring opdoen. De pure slapstick die we in het begin brachten, houd je geen jaren vol. Dat was de puberteit van De Nieuwe Snaar, nu zijn we als 'ouder wordende mannen' tot ons eigen genre gekomen. Maar vraag me alsjeblief niet om daar een naam op te plakken.''Soms vraag ik me af of we hier niet te oud voor worden, ons jongste groepslid is 46 en ik ben zelfs al 53. In een popgroepje wordt het al gauw pathetisch als je op die leeftijd nog muziek wil maken, gelukkig slaag ik erin mezelf wijs te maken dat dat wel kan in het soort variétéorkest waarin wij spelen. Daarom ben ik nog steeds heel tevreden met de naam De Nieuwe Snaar, zelfs na al die jaren klinkt dat nog een beetje fris (lacht). Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik de schoolmeester in mij naar boven voel komen. Ik krijg steeds sterker het gevoel dat ik alles wat ik doorheen al die jaren geleerd heb, wil doorgeven aan een volgende generatie. Een beetje zoals Bob Dylan doet op zijn laatste platen.' Altijd weer Dylan, want dat was tenminste nog een échte held. 'Zoals ik ook zing in Waar zijn ze: 'de helden van vandaag, ze zijn zonderling en zeldzaam'. De mentale leiders waar ik als jong ventje naar opkeek, kom je nu niet vaak meer tegen. Er zijn anders wel genoeg valse profeten: modepausen en voetballers bijvoorbeeld. Zij hebben gewoon een truc gevonden om zich in de media te profileren en worden blind geadoreerd. Zelfs politici zijn geen mensen meer naar wie je kan opkijken. Ik geloof dat het Brusselmans was die eens zei 'er klopt iets niet als er ineens ministers zijn waarmee je naar bed wil gaan'. Hij kon het niet beter gezegd hebben. De ministers die ik mij herinner - Theo Lefèvre of Paul-Henri Spaak - waren onaantastbare staatsmannen. Die hadden geen bodyguards nodig, want ze hadden een soort natuurlijk cordon rond zich. Nu durven mensen op straat dingen te roepen als 'Hé Patrickske, hoe is met uw Greet?'. Maar de politici hebben het zelf gezocht, ze moeten maar niet in Het Laatste Nieuws over hun vakantie gaan vertellen.' Komende zondag staat ook Jan De Smet op het podium van 0110, hij zingt er nog eens zijn versie van de kinderliedjes van Woody Guthrie. 'Ik vind het flauw dat de politici zich niet uitspreken over 0110, want het is een goed initiatief. Vooral de grensoverschrijdende programmatie vind ik heel mooi: charmezangers staan naast keiharde rockers. Dat is iets wat op de radio steeds minder gebeurt, maar wat de organisatoren van 0110 wel durven. En net dat lokt reacties uit, daardoor krijgen artiesten als Clouseau haatmail. Het blijft niet bij preken voor eigen kerk.'Maar zal het iets uithalen? 'Kan kunst de wereld redden? Dat blijft de eeuwige vraag. De hele wereld zal - vrees ik - niet lukken, maar kunst kan misschien wel kleine wereldjes redden. Met muziek kun je mensen de ogen openen, zonder hen in een bepaalde richting te dwingen. Wie weet waartoe het samenbrengen van al die muzikanten kan leiden? Dit is nog maar een begin en ik heb er het volste vertrouwen in. Maar of het de noodzakelijke invloed zal hebben op het stemgedrag, dát weet ik niet.''HELDEN' : CD EN DVD ZIJN NU UIT EXTRA OP WWW.FOCUSKNACK.BE : DE DATABANK VAN JAN DE SMET Door Barbara De Coninck