Eerste zinnen Port-au-Bout, West-Afrika, oktober 2007. Probeer je een zwoele ochtend in de tropen voor te stellen.

Mark Oostermans is net terug van zijn vijfde Afrika-missie voor Artsen zonder Kleur. Onder leiding van Jeroen Ullings probeerde hij in het West-Afrikaanse kamp Bilonga te redden wat er te redden viel, wat - aangezien de kampbewoners gemiddeld slechts 1,8 ledematen hadden - niet echt veel was. Geschokt door wat hij heeft meegemaakt, gaat hij op zoek naar zijn vroegere vriendin Kristien, misschien wel om de verloren jaren in te halen. Dat is het uitgangspunt van de nieuwe roman van Yves Petry, een hedendaagse pendant van Joseph Conrads Heart of Darkness. De cynische Ullings heeft immers veel gemeen met Kurtz, de koloniaal die in het hart van Congo zijn eigen despotische rijkje oprichtte. De verlichte mens is een voorspelbaar en vervelend wezen, meent hij, iemand die gelooft in de oprechte goedheid van de ontwikkelingswerker, terwijl het allemaal slechts ijdelheid is. Maar - the horror - Petry is geen Conrad. Zijn roman lijdt aan wijdlopigheid en overtuigt niet altijd, alsof hij iemand wil doodslaan met een halfvolle pmd-zak. En waarom zijn hoofdpersonages naar de critici Mark Cloostermans en Jeroen Vullings zijn genoemd is ons al helemaal een mysterie.

De geesten **

Yves Petry, Das Mag, 307 blz., ? 24,99.