DAVID LEAVITT
...

DAVID LEAVITT DE HARMONIE/MANTEAU, 217 BLZ., a 15,50 OORSPRONKELIJKE TITEL: 'The Body of Jonah Boyd'Vertelster Denny Denham is de secretaresse en maîtresse van dr. Ernest Wright, een ouderwetse Freudiaanse professor Psychologie. Ze observeert zijn gezin met evenveel zelfspot als voyeuristische gein. 'In de literatuur is te lang het perspectief van de secretaresse genegeerd,' merkt ze droogjes op, en in één beweging maakt ze een heldere analyse van de zwakheid der getrouwde mannen waarmee ze relaties aangaat en de geschifte gezinsleden van de professor. De oudste zoon van het gezin Wright heeft zijn biezen gepakt naar Canada, op vlucht voor een legerdienst in Vietnam. De dochter zit in een arrogante hippiefase. De jongste zoon Ben is een door smetvrees bevangen neuroot die zijn wanstaltige pubergedichtjes te pas en te onpas voordraagt in familiekring. Zijn trotse moeder stimuleert hem om zijn gedichten op te sturen naar The New Yorker. Interessant, omdat David Leavitt zelf debuteerde als wonderkind met een kortverhaal in deze krant. Aanvankelijk schreef hij eenvoudige verhalen over familiale taferelen. Zijn veelgeprezen roman While England Sleeps ging echter gepaard met gerechtelijke perikelen. De plot leek sterk op het levensverhaal van de dichter Stephen Spender, die Leavitt van plagiaat beschuldigde. Leavitt bracht nochtans in dat je het verhaal van een leven niet kan plagiëren. Spender trok naar de rechtbank, en de roman werd voor publicatie fors aangepast. Het gezin Wright krijgt de bekende schrijver Jonah Boyd op bezoek, wat bij de moeder angstaanvallen veroorzaakt. Wat als hij over haar lelijke beddenspreien gaat schrijven? Boyd blijkt bovendien het prototype te zijn van 'de nieuwe man' uit de late jaren zestig, een tijd waarin een alcoholprobleem en je vrouw in elkaar timmeren nog tekens van opgekropte viriliteit en dus heel gewoon waren. Hij leest voor uit zijn nieuwste handgeschreven manuscript waarvan slechts één exemplaar bestaat, tot grote ergernis van zijn jonge vrouw Anne die er als de dood voor is dat het kleinood verloren gaat. Het manuscript raakt inderdaad spoorloos tijdens het noodlottige weekend. Het is aan de lezer om te ontdekken wie het manuscript oppikt en lustig plagieert. Het spel met literaire spiegels - volgens het beproefde principe van de roman in de roman in de roman - wordt hier nergens irritant dankzij Leavitts elegante schrijfstijl, de laconieke beschrijvingen van de anachronistische zeden van eind jaren zestig en de scherpe bespotting van de spanningen binnen families. Olivier Braet