Een man is een eenzaam dier. Dat wordt weleens vergeten. Er zijn nu allerlei zalfjes voor mannen. In reclame en in sitcoms maar ook op sociale media zijn mannen geestig en ruiken ze lekker, ze zijn altijd bereid tot praten en ze hebben fijne relaties met fijne mensen.
...

Een man is een eenzaam dier. Dat wordt weleens vergeten. Er zijn nu allerlei zalfjes voor mannen. In reclame en in sitcoms maar ook op sociale media zijn mannen geestig en ruiken ze lekker, ze zijn altijd bereid tot praten en ze hebben fijne relaties met fijne mensen. En dat kan best zijn. Meer dan ooit doen we ons best om te voldoen aan compleet onhaalbare standaarden. Dat is niet fout. Pogen is nobel. Maar we moeten niet vergeten dat een man eigenlijk en in wezen een eenzaam dier is. Tony Soprano gaat net in therapie wanneer we hem in The Sopranos leren kennen. Hij is flauwgevallen en zoekt hulp. Niet evident, hulp zoeken. Bij een vrouw dan nog. Maar hij kan niet anders. Als hij anders kon, dan deed hij het wel anders, dat mag je geloven. Maar de wereld is sneller vooruitgegaan dan hij hem kon volgen. Zijn kinderen zijn niet klein genoeg meer om te knuffelen, maar nog niet oud genoeg om het huis uit te trappen. Zijn vrouw verwacht kracht van hem, en toegeven dat het hem daaraan mankeert, is nooit een optie. Tony Soprano is het eenzaamste dier der eenzame dieren. En dan heb je de eenden die in zijn zwembad kamperen. Hij alleen, tot zijn middel in het water. Zijn gezin achter het raam van zijn burgerlijke misdaadpaleis. Ze kijken en denken: pa heeft het niet meer, de arme gek begint het nu echt te verliezen. Maar misschien zijn moeder eend en haar jongen wel de beste vrienden van Tony. Hij houdt van de eenvoud, van de zorg van een echte moeder. Want wat is er toch fout gegaan, denkt hij? Hij denkt aan zijn vader. Die is dood. Dat was nog een echte man. Die moest je geen verwende kinderen voorschotelen want dan was het de ceintuur of klappen. Hij leek het allemaal wel aan te kunnen. Hij triomfeerde. Tony snapt er niks van. Wat doet hij dan fout? Waarom valt hij godverdomme flauw op een kinderfeestje? Flauwvallen is iets wat meisjes doen, net voor een jongen hen opraapt. Het is allemaal naar de kloten, vindt Tony. En nu zit hij bij een therapeute. Dat komt niet eens omdat zijn leven bestaat uit misdaad. Terwijl misdaad niet leuk is. Die gaat namelijk meestal gepaard met geweld. Een vuist in je maag krijgen is niet leuk. Bloedend op de grond liggen is niet leuk. In angst leven of mensen moeten neerschieten: niet leuk. Toch kijken we graag naar misdaad. Het intrigeert ons, het laat adrenaline los in onze chemische huishouding en we gaan helemaal mee in een fictie waarin geweld tot de normaliteit behoort. We kijken graag naar hoe het fout gaat. We kijken graag naar Tony. Want wanneer de eenden op een dag uit het zwembad vertrekken en Tony achterlaten, wordt hij in essentie elke man die ooit geleefd heeft. Hij stelt vast wat geen mens vaststellen wil, namelijk dat hij uiteindelijk, en ondanks alles, helemaal alleen is. En dat is zwaar om dragen. Te zwaar, ook voor Tony Soprano. Ook voor de maffiabaas van New Jersey. Elke man is een eenzaam dier, maar tegen beter weten in gaat hij eindeloos op zoek naar een bewijs van het tegendeel. WANNEER DE EENDEN OP EEN DAG UIT HET ZWEMBAD VERTREKKEN EN TONY ACHTERLATEN, WORDT HIJ IN ESSENTIE ELKE MAN DIE OOIT GELEEFD HEEFT.