Carlos Reygadas; Mexico l In het najaar in de bioscoop
...

Carlos Reygadas; Mexico l In het najaar in de bioscoop Jean-Pierre en Luc Dardenne; België l Vanaf 7 of 14 september in de bioscoop Joao Pedro Rodrigues; Portugal Nog geen Belgische distributeur Hou Hsiao-Hsien; Taiwan l In het najaar in de bioscoop David Cronenberg; Canada l Vanaf 2 november in de bioscoop Michael Haneke; Frankrijk l Vanaf 12 oktober in de bioscoop Im Sang-soo; Zuid-Korea l Nog geen Belgische distributeur Gus Van Sant; VS l Vanaf 15 juni in de bioscoop François Ozon; Frankrijk l Vanaf november in de bioscoop Johnny To; Hongkong l Vanaf november in de bioscoop Het verhaal. Hoofdpersonage is de dikkige en royaal transpirerende Marcos, chauffeur van Ana. Deze dochter van een generaal werkt louter voor de kick in een chique bordeel ('de boetiek') en gaat en passant ook naar bed met Marcos. Samen met zijn zwaarlijvige vrouw heeft Marcos een baby van kennissen ontvoerd. Het kindje sterft nog voor ze het losgeld kunnen vragen. Geplaagd door schuldgevoelens biecht Marcos zijn misdaad op aan Ana. DE FILM. Als één film zich niet in het keurslijf van een verhaaltje laat dwingen, dan is het wel deze tweede speelfilm van Carlos Reygadas, een Mexicaan (geboren in 1971) die na zijn studies in de rechten een tijd in Brussel woonde. In 2002 maakte hij zijn overrompelende debuut met de arthouse-favoriet Japon.Batalla en el cielo is een extreem geval van pure mise-en-scène en put zijn kracht en fascinatie uit de symboliek van beeld en geluid. Reygadas vat Marcos' zoektocht naar verlossing (wat uitmondt in een hallucinerende bedevaart naar de basiliek van Onze Lieve Vrouw van Guadalupe) in één lange ceremonie van virtuoze cinematografische hoogstandjes: tergend lang aangehouden shots, contrastrijke afwisseling van statische opnamen en voluptueuze travellings, een geraffineerde klankband vol loeiharde muziek of dramatische stiltes. Zo nadrukkelijk Japon in een onherbergzame woeste natuur speelde, zo overweldigend is het hedendaagse Mexico City in deze film. In een mix van documentaire observatie en gedurfde stilering, transformeert Reygadas deze chaotische metropolis tot een inferno van pollutie, geluidshinder en congestie. Met een ongehoorde kracht dompelt Reygadas ons onder in een grootstedelijke versie van het Mexico van Bunuel en de Eisenstein van Que Viva Mexico, waar dood en liefde, religie en seks, materialisme en mystiek, schuld en boete, perversiteit en openbaring elkaar omhelzen. Dé scène. De minutenlange fellatio waarmee de film opent en die niks obsceens of provocerends heeft, zet meteen de toon van deze transcendente filmervaring. Het verhaal. Het leven van een stuurloos jong paar (Sonia leeft van de uitkering, Bruno verkoopt spullen die hij met zijn kinderbende steelt) wordt grondig door elkaar geschud als ze een baby krijgen. Jérémie Regnier, de adolescent met een geweten uit La promesse (1996), speelt nu een twintiger die zich zelf nog gedraagt als een kind. Door het ouderschap wordt hij gedwongen zijn leven in de criminele marginaliteit te herzien. DE FILM. 'L'Enfant, ou la consécration d'un cinéma menacé', kopte Le Monde bij het verslag van het palmares van Cannes, een vingerwijzing naar de dwingende regels van de Hollywoodindustrie die ook de Europese cinema steeds meer willen 'formatiseren'. Zolang er filmmakers zijn als de Dardennes hoeven we ons geen zorgen te maken. L'enfant, na Rosetta hun tweede Gouden Palm, is misschien wel de beste film van de Luikse broers. Het is hun meest directe, aangrijpende en rake sociale kroniek over jonge mensen die in de liberale jungle uit de boot vallen, over een samenleving waarin alles, zelfs een zuigeling, als handelswaar kan dienen. Dé scène. De nonchalante wijze waarop Bruno, die alles ziet in termen van geld, zijn eigen baby voor vijfduizend euro verpatst. (Zie ook het portret van de gebroeders Dardenne in de Knack van vorige week).Het verhaal. Odete (de Portugese mannequin Ana Christina De Oliveira), een rolschaatsende verkoopster, raakt bezeten door de geest van haar homoseksuele buurjongen Pedro, die achter het stuur verongelukte. Ze infiltreert zich langzaam in het leven van de jonge minnaar van het slachtoffer, de ontroostbare Rui. DE FILM. Joao Pedro Rodrigues (38) maakte een opzienbarend debuut met de gay cultfilm O'Fantasma en bevestigt met zijn tweede film zijn uniek talent en zijn lef om tot het uiterste te gaan. In Odete zitten scènes die zich aan de rand van het bespottelijke bewegen maar - tenminste voor de toeschouwer die zich ontvankelijk opstelt - aan het sublieme reiken. Zelden zo'n mooie, verheven film gezien over passie, rouw, verdriet, seksuele transfiguratie en de liefde die de dood overstijgt. Deze radicale cross gender-fantasie is gedrenkt in klagende melancholie, het handelsmerk van zovele Portugese kunstenaars. Dé scène. De finale waarin de geest van Pedro, het lichaam van Odete en de lust van Rui een triootje vormen op muziek van Mancini. Het verhaal. Hou Hsiao-Hsien refereert aan zijn eigen filmografie met drie liefdesverhalen uit drie verschillende tijdperken: 1966 (een tijd voor liefde), 1911 (een tijd voor de vrijheid) en 2005 (een tijd voor de jeugd). De minnaars worden telkens door dezelfde acteurs gespeeld, de lumineuze Shu Qi en de weemoedige Chang Chen. DE FILM.Oorspronkelijk zou deze ode aan de tijdloosheid van de liefde toevertrouwd worden aan drie verschillende regisseurs. Toen Hou Hsiao Hsien de financiering niet rond kreeg, nam hij alle episodes voor eigen rekening. De voorman van de Taiwanese nouvelle vague schildert plechtstatige tableaus van een hypnotiserende schoonheid, in zijn bekende weelderig minimalistische stijl. In het middenluik (1911) grijpt de cineast terug naar de taal van de stille film: we horen niet wat de acteurs zeggen, hun dialogen verschijnen in tussentitels. Dé scène. De amoureuze verkenningen die zich voltrekken rond een biljarttafel op het tempo van romantische deuntjes uit de jaren zestig (onder meer Smoke Gets in Your Eyes). Het verhaal. Tom Stahl (Viggo Mortensen), een stoere maar vredelievende Midwesterner, grijpt naar de wapens om zijn gezin (liefhebbende vrouw en twee kinderen) te verdedigen. Maar is Tom Stahl de man die hij beweert te zijn? Hoe komt het dat iemand die geen vlieg kwaad doet plots als een natural born killer uit de hoek komt en met genadeloze efficiëntie zijn belagers onschadelijk maakt? DE FILM. Cronenberg-adepten kunnen opgelucht ademhalen: met deze opdrachtfilm verzaakt de Canadese meester van de body horror noch aan zijn stokpaardjes, noch aan zijn unieke stijl. Hij bewandelt uiteindelijk veel minder de mainstream-paden dan de premisse laat vermoeden. Ondanks de oer-Amerikaanse setting speelt A History of Violence wel degelijk in Cronenbergland. Vanaf de eerste beelden houdt de regisseur ons in zijn ijzeren greep. Het motief van de waakzame burger die het recht in eigen handen neemt, is bekend. Maar de variante van Cronenberg is rijk aan perverse ironie en akelige dubbelzinnigheid. Geleidelijk sluipen ook zijn grote obsessies in het ogenschijnlijk doodeenvoudige wraakverhaal. Bij de extreme gewelduitbarstingen trakteert de regisseur ons op beelden van de afschuwelijke ravages die kogels aanrichten op vlees, beenderen en organen; het geweld verspreidt zich als een virus over de generaties; de Amerikaanse held uit één stuk blijkt een gespleten creatie. Identiteit is geen gegeven maar een constructie, wat al wordt aangekondigd bij het rollenspel tijdens een stevige vrijpartij (ook al atypisch voor het genre waartoe de film lijkt te behoren). Dé scène. De sarcastische confrontatie van Tom Stahl met zijn broer (William Hurt) die door diens schuld naast een grote carrière bij de georganiseerde misdaad greep. Het verhaal. Georges (Daniel Auteuil), presentator van een literair programma op de Franse televisie en zijn vrouw (Juliette Binoche) leiden een gezapig bourgeoisleventje. Tot een reeks onheilspellende gebeurtenissen hun rust verstoort: ze worden opgeschrikt door anonieme telefoontjes en ontvangen videotapes waarop hun huis vanop straat clandestien werd gefilmd. De cassettes zijn gewikkeld in wrede kindertekeningen die suggereren dat de oplossing van het mysterie in de jeugdjaren van Georges gezocht moet worden. Als Georges vermoedt wie de dader is, licht hij zijn vrouw niet in. Dat drijft het gezin nog verder uit elkaar. DE FILM. De Oostenrijkse regisseur Michael Haneke combineert in deze Franse productie twee thema's die dit festival domineerden: het schuldgevoel van het rijke westen tegenover de minder bedeelde volkeren en het onverteerde verleden (ofwel 'le passé qui ne passe pas' zoals een Franse schrijver het zo mooi formuleerde). Caché functioneert perfect als een spannende morele thriller, maar Haneke knoopt er ook een politieke dimensie aan vast. Auteuils halsstarrige weigering om de verantwoordelijkheid voor een jeugdzonde te dragen (hij heeft de Algerijnse weesjongen weggepest die door zijn ouders werd geadopteerd) verwijst ook naar Frankrijks collectieve schuld in een pijnlijke episode uit het koloniaal verleden. Haneke bespeelt subtiel het voyeuristische motief van zijn verhaal. Hij zaait verwarring bij de toeschouwer over de origine van zijn maniakaal precieze beeldenreeksen: vaak weten we niet meteen of we naar een scène uit de film kijken of naar een van de desoriënterende videocassettes. Een zeer verdiende prijs van de mise-en-scène voor de Oostenrijkse misantroop. Dé scène. Een schokkende, onverwachte zelfmoordscène waarmee Haneke de toeschouwer compleet uit het lood slaat. Het verhaal. Reconstructie van de moord in 1979 op Park Chung-hee, president en dictator van Zuid-Korea, door de chef van de nationale veiligheidsdienst. De moordaanslag heeft plaats tijdens een nachtelijk feestje waarbij de president en enkele rivaliserende getrouwen het gezelschap krijgen van een zangeres en een aankomend filmsterretje. DE FILM. Im Sang-soo ( A Good Lawyer's Wife) geeft zijn persoonlijke interpretatie van een politiek moordcomplot dat in veel opzichten nog steeds niet is opgehelderd en voor onverwerkte trauma's zorgt. De film schopte schandaal in Korea; de dochter van president Park (nu leider van de centrumrechtse oppositie) spande een proces in tegen de filmmakers. De journaalbeelden waarmee de film opende en eindigde, moesten worden verwijderd. Wat vooral in het verkeerde keelgat schoot, is dat Im Sang-soo de gebeurtenissen met een verwoestende zwarte humor in beeld zet. Hij ensceneert de intriges, de executie van de moord en de paniekerige reacties in al hun triviale details. In de sombere vertrekken van het presidentiële paleis ontrolt zich een lange ceremonie van geklungel, verwarring, tirannieke willekeur en pompeuze machtswellust. Dé scène. De slordige, slecht voorbereide en chaotische moordpartij halverwege de film. Het verhaal. De laatste dagen in het leven van een rockster, vaag geïnspireerd op Kurt Cobain, de frontman van Nirvana die zich in 1994, op zijn 27e, een kogel door de mond schoot. DE FILM. De fans van Cobain zullen nog geen klein beetje uit het lood geslagen zijn: Last Days is geen biografie van hun idool. De protagonist heeft een andere naam, Blake. De muziek die hij speelt, is niet van Nirvana. En er is geen enkele poging om de tragische dood van Cobain uit te leggen. Nevermind! Last Days is vooral gemaakt voor de fans van Van Sant. Het is een voortzetting van de radicale experimenten uit zijn twee vorige films, Gerry en Elephant, waarmee Last Days een losse trilogie vormt. De regisseur laat opnieuw bepaalde sequenties terugkeren, gezien vanuit een andere hoek, in een film die volledig van alle drama is ontdaan. Hij componeert een bevreemdend, dromerig requiem rond de laatste dagen van een ontredderde jonge muzikant, die in zijn negentiende-eeuws landhuis in de buurt van Seattle helemaal alleen met zijn demonen worstelt. Zijn entourage heeft geen oog voor zijn wanhoop, net zo min als de occasionele indringers - allemaal karikaturen van Amerikaanse emblemen - die recht uit een absurd toneelstuk van Beckett komen gestapt. Blake is minder een echt personage dan een verschijning; Van Sant filmt hem vaak op de rug en bij frontale shots blijft zijn engelachtige gezicht verborgen achter zijn blonde haren. We zien hem dolend door het woud, badend in een bosrivier of bibberend bij een geïmproviseerd vuurtje. Beelden waarin hij de fragiele junkie voor de geest roept die River Phoenix (intussen zelf aan een overdosis bezweken) neerzette in My Own Private Idaho, de derde film van Van Sant uit 1991. Dé scène. Na de off-screen zelfmoord treedt Blake uit zijn sterfelijke lichaam en klimt hij langs het tuinhuisje naar de hemel. Het verhaal. Romain (Melvin Poupoud), dertig, homo, modefotograaf, verneemt dat hij uitgezaaide kanker heeft en nog maar enkele maanden te leven. De tijd die hem rest, gebruikt hij niet om zich te verzoenen met familie en geliefden, maar om in het reine te komen met zichzelf. DE FILM. Le temps qui reste is na Sous le sable het tweede deel van een geplande trilogie over de rouw. Het sluitstuk, over de dood van een kind, is volgens François Ozon nog niet voor morgen. Zoals in al zijn films windt Ozon er geen doekjes om, hij gaat integendeel zijn onderwerp frontaal te lijf. De dood wordt niet geromantiseerd. De stervende Romain komt in zijn laatste dagen niet heroïsch uit de hoek, maar blijft egocentrisch en hard. Hij kiest ervoor om eenzaam zijn lot te trotseren en is alleen zichzelf rekenschap verschuldigd. Wat hem bezighoudt, is wat hij zal achterlaten op deze wereld. Ozon gebruikt een gedurfde plotwending om zijn laatste wens te realiseren. Ozon is er de regisseur niet naar om zich in de morbiditeit te wentelen: rekening gehouden met het onderwerp is Le temps qui reste een vrij opbeurende film, die zoals vaak bij deze regisseur, eindigt met een serene afscheidsscène op het strand. Ozon filmt voor het eerst in Cinemascope; het breedbeeldformaat mag dan nog een vreemde keus lijken voor dit intiem gegeven, volgens de regisseur is dit het ideale kader om de horizon, het neerliggen in bed en de dood te filmen. Dé scène. De mythische Jeanne Moreau domineert met één scène de hele film. Ze incarneert de grootmoeder van Romain, de enige met wie hij zijn eenzaamheid en nakende dood deelt, omdat ze gezien haar leeftijd zelf niet meer zo ver verwijderd is van de dood. Het verhaal. De tweejaarlijkse verkiezing van de nieuwe voorzitter van de Wo Shing, de grootste en oudste Triad van Hongkong, ontketent een bloedige strijd die zelfs de heilige tradities van het geheime criminele genootschap in gevaar brengt. DE FILM. Lijkt soms de Hongkong versie van een maffiakroniek van Martin Scorsese. Snelfilmer Johnny To ( The Mission, Breaking News) verzoent zijn elegante, gestroomlijnde actiecinema met een meer contemplatieve observatie van machtsintriges in de Chinese onderwereld. Het parti-pris dat er in de hele film geen enkel schot wordt gelost of zelfs geen vuurwapen te zien is, wordt mooi volgehouden. To verwerkt in zijn ingewikkeld vertakte en dito vertelde plot zelfs een heuse MacGuffin. Het object waar iedereen naar zoekt, maar dat de toeschouwer verder gestolen kan worden, is hier een Drakenkopstaf, het ultieme machtssymbool van de clan in een Hongkong van neon, staal en bloed. Dé scène. De onthutsende epiloog waarin de ogenschijnlijk redelijke Simon Yan met een ongelofelijke koelbloedigheid en meedogenloosheid een laatste obstakel uit de weg ruimt. Patrick Duynslaegher