Pukkelpop 2012, dag twee. In de broeierige Clubtent beleeft Knack Focus-fotograaf Koen Keppens zijn dagje. Op het podium staat dan ook Willis Earl Beal, een imposante verschijning uit Chicago. Gebeitelde tronie en brede bast, zwarte zonnebril, zwart T-shirt, zwarte lederen handschoenen, jeans en zwarte motorboots. Enkel gewapend met een bandrecorder en een machtig, waarachtig stemgeluid brengt hij de songs uit zijn debuut Acousmatic Sorcery tot leven. Rammelende blues, gospel en soul, met een karaokemachine en speelgoedinstrumenten opgenomen tijdens een zwervend, veelal dakloos bestaan. Ruw, primitief, the real deal.
...

Pukkelpop 2012, dag twee. In de broeierige Clubtent beleeft Knack Focus-fotograaf Koen Keppens zijn dagje. Op het podium staat dan ook Willis Earl Beal, een imposante verschijning uit Chicago. Gebeitelde tronie en brede bast, zwarte zonnebril, zwart T-shirt, zwarte lederen handschoenen, jeans en zwarte motorboots. Enkel gewapend met een bandrecorder en een machtig, waarachtig stemgeluid brengt hij de songs uit zijn debuut Acousmatic Sorcery tot leven. Rammelende blues, gospel en soul, met een karaokemachine en speelgoedinstrumenten opgenomen tijdens een zwervend, veelal dakloos bestaan. Ruw, primitief, the real deal. Brussel 2013, het koele binnenterras van een hotel. Willis Earl Beal lijkt met zijn fedora, onderlijfje en een aan bretellen opgehouden broek uit tweed op een bastaardkind van John Lee Hooker. Hij komt er praten over zijn nieuwe langspeler, Nobody Knows. Een halfvolle fles whisky aan zijn zijde maakt het plaatje compleet, en is waarschijnlijk de reden waarom ons gesprek verloopt via verwarrende hersenkronkels en vreemde gedachtesprongetjes. Zelfs een onschuldige vraag als 'hoe gaat het?' kan Beal niet beantwoorden zonder in conflict te gaan met zichzelf: 'Geen idee hoe het écht met me gaat. Wat wil je, het ene moment word ik gepamperd en geïnterviewd, het volgende loop ik alleen over straat en weet geen hond wie ik ben. Dat is wreed en verwarrend. Het hele voorbije jaar was mijn leven een aaneenschakeling van ongebreidelde veranderingen en abrupte wendingen, ik weet op den duur niet meer hoe ik me moet voelen. (wijst naar ons beiden) Wat betekent dit eigenlijk? Ik moet mezelf verkopen, maar ik maak geen muziek om aan competitie te doen, ik probeer niks te winnen. Veel liever zou ik tien hectaren grond hebben en me daar terugtrekken. Zodat iedereen me met rust laat. Maar jammer genoeg moet ik de buitenwereld in en met mijn kont draaien voor mijn boterham.' WILLIS EARL BEAL:Overhaul, een complete revisie. Alles werd op zijn kop gezet. Ik heb nooit lang een job kunnen houden, en plots ging ik van 'geen job van 150 dollar per week waard' naar recording artist. Ik ben nog steeds op zoek naar de brug tussen die twee. (lacht)BEAL: Niet echt, nee, want ik voel me nog steeds een randfiguur. Ik ben een collage-artiest, ik werk met laagjes geluid. Wanneer ik andere mensen vertel dat ik muzikant ben, luidt de eerste vraag: welk instrument speel je? Maar ik speel niks. In mijn handen zijn instrumenten gebruiksvoorwerpen waarmee ik kan componeren en creëren, maar technisch beheers ik ze niet. Daarom wordt er vaak op me neergekeken, vooral door andere muzikanten. BEAL: Ik neem er geen aanstoot aan, want ik hou van outsiderkunst. Maar zelf beschouw ik me niet als een outsiderkunstenaar. Mijn intenties liggen in de mainstream, alleen had ik nooit de middelen om de songs zo te doen klinken. Luister maar eens goed naar Acousmatic Sorcery: die songs zijn behoorlijk rechtlijnig, helemaal niet zo experimenteel. In de uitvoering ervan heb ik me wel laten inspireren door experimentele artiesten als Scott Walker, Captain Beefheart en Nico van The Velvet Underground. Ook Bob Dylan is een inspiratie, vooral zijn recentere platen, zoals Time out of Mind en Tempest. Traditionele songs, maar met een flinke hoek af. Van Dylan wordt wel eens beweerd dat hij een slechte imitator is en daarom hou ik van hem. Zelf ben ik ook een slechte imitator. Ik steek de muziek waar ik van hou niet onder stoelen of banken. Wie naar mijn nieuwe plaat Nobody Knows luistert, zal Vincent Gallo horen, en Cat Power, Chet Baker... De stuff die op mijn iPod staat. BEAL: Ja, dat was leuk, dat ze geïnteresseerd was om haar steentje bij te dragen. Maar toch... Eigenlijk hou er ik helemaal niet van om met andere mensen samen te werken. Ik ben liever alleen, zonder dat ik moet communiceren met een producer of dergelijke. Dat was nu wel even anders. Op deze plaat spelen zelfs muzikanten mee die ik nooit ontmoet heb. BEAL: Ik en mijn vriend Miles Raymer creëerden de basis van de tracks met keyboards en drums. Die gaven we door aan de producer (de Schot Rodaidh McDonald, nvdr.), en die gaf de tracks met zijn muzikanten de structuur van een echte song. Daardoor voel ik me enigszins onthecht van deze plaat. Maar het was nodig, want het moest scherp zijn. Ik moet namelijk geld in het laatje krijgen, en ik wil natuurlijk ook dat de mensen mijn visie begrijpen. BEAL:(maakt wegwerpgebaar) Dat was nooit bedoeld als een echte plaat. Het was een experiment, schetsen die ik letterlijk op straat liet rondslingeren. Acousmatic Sorcery is wereldwijd zo'n 8000 keer verkocht, en heeft behoorlijk wat negatieve kritiek moeten slikken. Oneerlijke kritiek, alsof je kindertekeningen zou afkraken. Dat deed pijn, want het was nooit de bedoeling dat die songs werden blootgesteld aan zo'n groot publiek. Mensen moeten mij beoordelen op dit nieuwe album. BEAL: Daar moet ik mee leren leven. Ik ben nu eenmaal een zeer egoïstisch en zelfingenomen artiest. Ik probeer origineel en vernieuwend te zijn; dat is niet makkelijk als je tegelijk niemand wil plezieren, zoals ik. Maar ik heb hard gewerkt aan de songs, ze verdienen een publiek. BEAL: Inderdaad, hoe vreemd is dat niet? (lacht uitbundig) Wat denk jij daarvan? BEAL: Ik doe het niet graag, performen. Ik voel me naakt, nep. Dat charisma waar je over spreekt, is een andere, uitvergrote versie van mezelf. Een podiumpersonage, mannelijker en zelfverzekerder. Maar als ik op het podium sta, ben ik altijd bang dat het publiek dwars door me heen kan kijken. Optreden is als een mooi meisje aanspreken zonder te weten of ze je zal afwijzen. Heel zuiverend voor het ego. BEAL: Yeah, en ieder bandlid zal een zonnebril dragen, net echt! (lacht) Daar moet ik altijd om lachen op festivals, al die groepjes in dezelfde kleren, altijd en overal met een donkere zonnebril op hun neus. BEAL: De volgende keer dat ik kom spelen, zal het met een masker zijn, zoals Robin van Batman. Een masker dat eigenlijk niks verbergt. BEAL: Veel dingen. Ik ga het hier niet verklappen, je lezers moeten Charles Bukowski zijn boeken maar lezen, daarom draag ik het T-shirt! Ik heb altijd minstens een van zijn boeken mee in mijn bagage. BEAL: Niet echt. Ik lees nog niet zo lang, niemand heeft me ooit uitgelegd hoe prettig en leerzaam het kan zijn. Mijn ouders dropten me vroeger uit gemak voor de televisie met een doos koekjes. Veel cultuur heb ik van thuis uit niet mee gekregen. BEAL: Daar ben ik mee opgegroeid - en ik heb het genegeerd. (lacht) De blues interesseert me geen bal. Als ik vroeger naar muziek wilde luisteren, ging ik naar het huis van mijn grootouders. Mijn grootmoeder was cool, ze luisterde naar The Police, Cyndi Lauper en allerlei maffe eightiestoestanden. Joy Division, mijn grootmoeder was gek op Joy Division! (lacht, en schenkt zich nog een glas whisky in)BEAL: Rum, en gin. Ik drink vooral als ik weg ben van thuis, weg van New York en mijn vriendin. Anders krijg ik het moeilijk. Drinken helpt me een air van koelbloedigheid te bewaren, het onderdrukt al mijn nerveuze energie. Zeker in een onnatuurlijke situatie zoals deze. Geïnterviewd worden in een chic hotel, dat is niet het leven waar ik voor kies. Zorg je er een beetje voor dat ik goed voor de dag kom? Zodat de mensen naar mijn show komen kijken? Of beter, de cd kopen. Zelf prefereer ik cd's, livemuziek is zo pretentieus. Lap, dat had ik bijvoorbeeld niet moeten zeggen. Just make me look cool, okay? NOBODY KNOWS Uit op 9/9 via XL Recordings. Willis Earl Beal concerteert op 20/9 in de AB.DOOR JONAS BOELWillis Earl Beal 'IK ZOU ME LIEVER TERUGTREKKEN OP TIEN HECTAREN GROND. JAMMER GENOEG MOET IK DE BUITENWERELD IN EN MET MIJN KONT DRAAIEN VOOR MIJN BOTERHAM.'