woensdag 26/10, 21.08, Canvas
...

woensdag 26/10, 21.08, CanvasIn de lift steekt Charles Van Praet (Jan Hammenecker) een sigaar op. Van Praet is zo'n man die een rookverbod als een wijvenregel beschouwt, een man met een lange jan en een ijzeren arm, een man die geen nee aanvaardt en zijn ja door ieders strot duwt. En toch heeft ook die Van Praet een zwakte: hij is een trouwe partijsoldaat omdat hij weet dat trouw aan de voorzitter hem op de lange termijn meer oplevert dan blinde ambitie of tijdelijke populariteit. Als de voorzitter van De Partij - men zou er de CD&V in kunnen zien - hem zegt dat hij tijdskrediet moet vragen aan de ECB om het kabinet van het goudhaantje Steven Kennis (Michael De Cock) op te kuisen, dan slikt en knikt hij en bezweert hij de man alles in stelling te brengen om dat goudhaantje zelf voor een subtiele machtsovername klaar te stomen. Van vice met bevoegdheidspakket Begroting moet Kennis in de ambtswoning van de premier belanden, de 16 - als premier, uiteraard, niet als schoothondje of voetveeg. En het moet lijken alsof iedereen die personeelswissel een uitmuntend idee vindt. Ook de staatssecretaris van dezelfde partij die dezelfde ambities koestert. Kennis is de dankbare idioot van dienst. Hij is een personage gekneed uit politieke clichés - van de handtas op kosten van het kabinet tot pikante uitschuivers op sociale media - een man als een uithangbord die knipogend de quotes aan elkaar rijgt. Om de kloof tussen de politicus (hemzelf) en de burger (iemand ergens ver weg) te verkleinen, heeft hij een ploeg van de openbare omroep toestemming gegeven alles te filmen. Want Kennis is een man die niets te verbergen heeft. Het had de valkuil van De 16, een comedy over politiek, kunnen zijn: dat het allemaal te veel één op één is, dat de verwijzingen er te vingerdik op liggen, dat de clichés het verhaal versmachten, de personages te veel bijgepoederde doorslagjes lijken van mensen die we vaagweg kennen en dat de grappen opgewarmde kost zijn. Maar als regisseur, scenarist, scriptdokter en noem maar op heeft Willem Wallyn De 16 twee kenmerken gegeven die mogelijke zwaktes netjes wegmoffelen: snedigheid en vaart. De dialogen schieten alle kanten op, het zijn steekpartijen op olympisch niveau, waarbij de eindstoot meestal een fijne oneliner is, van het type: 'Ge ziet eruit alsof ze een tand langs uw gat hebben getrokken.' De iPhones waarmee alles gefilmd werd, kruipen tot onder de wallen en achter de oorlellen van acteurs. Het ritme van De 16 is dat van de ADHD'er. Aan rust doet men daar in de gangen van de kabinetten niet. Filmlaag wordt op filmlaag gelegd. Personages praten in camera's tegen zichzelf, tegen de onzichtbare kijker, tegen de cameraman, geven commentaar op wat net gebeurde, vragen of wat ze daarnet zegden niet te zenuwachtig klonk. Er loopt veel door elkaar in De 16, onder andere stijlen en registers, want de reeks heeft evenveel van De collega's - die oubollige bureaus! - als van The Office - de mockumentarytechniek. Er wordt met veel een loopje genomen - met het managementjargon van SWOT-analyses, stakeholders en asaps, met vrouwen, met Belgen uit andere landen - en niet iedere uitvergroting werkt even goed. Maar dan is er het tempo: ze duren nooit lang, de scènes waarvan je denkt: hier had de scriptdoktor wel wat wild vlees mogen wegschrapen. Het is een dunne koord waarop De 16 balanceert: tussen karikatuur en rauwe werkelijkheid, tussen net niet geloofwaardig genoeg en dolkomisch accuraat. Maar het is in ieder geval een serie die fluitend de zeepbellen van de macht doorprikt. Bij iedere ploertige flipflop op het kabinet hoop je dat het in werkelijkheid minder erg is, maar vrees je dat het nog erger is. door Tine HensHet is een dunne koord waarop De 16 balanceert, maar het is in ieder geval een serie die fluitend de zeepbellen van de macht doorprikt.