DAVID BOWIE ****
...

DAVID BOWIE **** Five Years 1969-1973rock Parlophone Een joekel van een Bowiebox (cd of vinyl, u kiest). Niet de eerste en beslist niet de laatste. Want god weet wanneer dit fenomeen op relatieve rust - twee jaar geleden was er nog de guerrillarelease van The Next Day - nog eens een nieuwe plaat bij elkaar zal schrijven. Tot het zover is, kan David Bowie - tenslotte toch een popster die ooit aandelen van zichzelf naar de beurs heeft gebracht - net zo goed zijn catalogus laten renderen. Five Years 1969-1973 belooft zodoende de eerste in een allesomvattende reeks van drié joekels te worden: alle officiële studio-en liveplaten van The Dame samengebonden, plus extraatjes, uiteraard. Sparen of lenen, u kiest. De 22-jarige David Bowie nam in 1969 een vliegende start met de hit Space Oddity en dat is maar goed ook. Want de rest van zijn debuutelpee noch het zware rockvehikel The Man Who Sold the World (1971) liet bevroeden hoe hoog en flitsend deze jongeman het popfirmament wel zou doorklieven. Maar vanaf Hunky Dory (1971) en vooral de briljante zelfvervullende voorspelling The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars (1972) - een plaat over een fictieve wereldster, gemaakt door een aspirant-wereldster - is er geen ontkennen meer aan: een blijver. Ziggy is in deze box driemaal vertegenwoordigd, met ook nog de soundtrack van de begeleidende concertfilm en de remix uit 2003 door de originele producer Ken Scott. Verder aanwezig: de voormalige bootleg Live at Santa Monica (1972), het rusteloze Aladdin Sane (1973), de matige coversplaat Pinups (1973) en ook nog Re: Call 1, een dubbele verzameling b-kantjes, single- en monoversies. Over Pinups schreef NME destijds: 'Hij heeft nog maar eens een plaat geproducet die haar manifeste belofte niet inlost.' Dat oordeel geldt min of meer voor David Bowies hele eerste lustrum: duizelingwekkend ambitieus, maar nog fragmentarisch in zijn schittering. En toch is deze box bijna zo essentieel in het huishouden als kurkentrekker en waterkoker. Bowie etaleerde een weelde aan ideeën en stijlen, was niet te beroerd om openlijk met zijn voorbeelden (Nietsche, Dylan, Warhol, Burroughs) uit te pakken, wist tegelijk de zeitgeist aan te voelen én met gestrekte arm en wijsvinger een nevelig punt in de toekomst aan te wijzen. Dat zijn er zo ontzagwekkend veel, daar beginnen we niet aan. Dan maar gewoon de meest recente diepe buiging citeren, uit Reckless, de autobiografie van Chrissie Hynde die nog maar net van ons nachttafeltje verdwenen is: 'Witnessing David Bowie onstage (...) was life-changing.' Daar. KURT BLONDEEL