1 Tegenwoordig woon je in Oxford maar je bent geboren in het kuststadje Paignton. Mogen we het mythische Veenland daar situeren?

Daisy Johnson: Mythisch is een goed woord. De fictieve plek Veenland is een amalgaam van de dorpjes waar ik heb gewoond. Mijn ouders verhuisden vaak. Ik heb zeker in tien verschillende huizen gewoond, zelfs in een kerk - ik herinner me het gigantische crucifix boven mijn bedstijl nog levendig. Niet dat ik daar een trauma aan heb overgehouden, en Veenland is evenmin een afrekening met het dorpsleven. Dat bleek vooral een perfecte achtegrond waar mijn rare verhalen goed gedijen.

2 Waarom al die spookhuizen?

Johnson: In mijn tienerjaren was ik een grote liefhebber van Stephen King. Er wordt soms op hem neergekeken en niet al zijn werk is even goed, maar zijn verhalen overstijgen altijd de platte horror. Zo is Carrie geen slasherstory maar een verhaal over een meisje dat worstelt met haar puberteit en de ingrijpende lichamelijke veranderingen die daarmee gepaard gaan. Mijn metamorfoses zijn daarop geënt, ze staan symbool voor die rare tienerjaren waarin je letterlijk een ander mens wordt.

3 Veenland is niet mild voor mannen.

Johnson: Goh, het klopt dat mijn vrouwelijke personages niet altijd de beste mannen in hun leven hebben maar fictie drijft op conflict. Akkoord, de mannen komen vaak bonkig en stil over, maar mijn blik is vrouwelijk en het onbegrip tussen de seksen blijft een bron van frustratie én inspiratie. Soms begrijp ik mannen even goed als vossen - met andere woorden: niet - maar het levert wel goeie verhalen op.