Zhang Yimou met Gong Li, Chow Yun-Fat, Jay Chou, Ye Liu, Dahong Yi
...

Zhang Yimou met Gong Li, Chow Yun-Fat, Jay Chou, Ye Liu, Dahong Yi Begin jaren 90, toen China nog vanuit het graf werd bestierd door Voorzitter Mao, specialiseerde Zhang Yimou zich in intieme familiesoaps. Maar na vijftien jaar en de grote, kapitalistische sprong voorwaarts schiet er van die kleinschalige arthouseaanpak maar weinig meer over. Net als de rest van China heeft Zhang zich allang tot de geglobaliseerde markt bekeerd en ook in zijn derde gigaproductie is het van dattum: knallende kleuren, weelderige kostuums, smachtend sentiment, complexe cameracapriolen en barokke, digitaal opgefokte massascènes waarvoor zelfs het Hollywoodmonster verschrikt weer over de Chinese Muur wipt. Nochtans is het visuele delirium dat China's regerende filmkeizer dit keer ineenknutselde géén vlammend martialartsepos zoals de sublieme voorgangers Hero (2002) en House of Flying Daggers (2004). Veel kwieke actie of sierlijk door de lucht tollende krijgers vallen er in het eerste uur niet te bespeuren; in tegenstelling tot intrigerende, overspelige en esthetisch zwetende edellieden. Zhang laat zijn camera dit keer bijna onophoudelijk door de gangen en troonzalen van de Verboden Stad zwerven en houdt het bij een pulpversie van een Shakespeariaans koningsdrama, maar dan gesitueerd in het tiende-eeuwse China van de Tangdynastie, en overgoten met een licht hysterisch en heerlijk theatraal sausje. In the right hand corner: de rebelse keizerin (Gong Li, bloedmooi en hyperintens als altijd) die ooit een affaire had met haar stiefzoon. In the left hand corner: de norse keizer (Chow Yun-Fat) die zijn gemalin uit wraak dagelijks gif doet drinken. Maar veel interessanter dan de karikaturale intriges en melodramatische emootsies zijn de visuele aankleding, cinematografie en montage. Vooral in de slotact, waarin een paleisrevolutie uitbreekt, trekt Zhang weer eens alle registers open, met als duizelingwekkende, met de computer opgedreven hoogtepunten: de raid door het ravijn van een soort Chinese ninja's, de Two Towers-achtige pijlenregen die neerkletst op het binnenplein van de Verboden Stad en de ontelbare explosies van tranen, bloed, brokaat, jade en klatergoud. Toegegeven: met het raamverhaal hebben die actiesequensen weinig te maken en verhaaltechnisch houdt Zhangs zotte mix van tragische familiesoap, keizerlijke kitsch en wuxiaspektakel zelfs niet de minste steek. De kans dat deze Ran op speed een gevoelige snaar weet te raken, is dan ook onooglijk klein. Maar saai, duf of voorspelbaar wordt het, met dank aan de larger-than-life-vertolkingen, plotse tempowissels en Vicente Minelliachtige production design, gelukkig niet. Vliegt Zhang uit de bocht, dan doet hij dat met stijl. Dave Mestdach