Meesterwerk Seventeen Seconds (1980)

The Cure breit voort op de klank van hun eersteling Three Imaginary Boys, maar rafelt zijn liedjes verder uit. Het machtige A Forest is het typevoorbeeld. Smith verlaagt het tempo, waardoor melancholie en depressie levensvatbaar worden. Zal symptomatisch en chronisch blijken te zijn.
...

The Cure breit voort op de klank van hun eersteling Three Imaginary Boys, maar rafelt zijn liedjes verder uit. Het machtige A Forest is het typevoorbeeld. Smith verlaagt het tempo, waardoor melancholie en depressie levensvatbaar worden. Zal symptomatisch en chronisch blijken te zijn. Pornography klinkt als ' Phil Spector in hell', schreef NME ooit. Volgroeide, overweldigende sound, gotischer dan The Cult of Sisters of Mercy, maar nooit zo potsierlijk. Pornography is een sleutelplaat van de new wave. Met een instant classic-opener als In Between Days kan The Head On The Door nog nauwelijks stuk. Solide rocksongs met hoge dansbaarheidsfactor. En toch heel doorvoeld. Ambitieus in zijn pretentieloosheid. Zweverige, epische composities krijgen in combinatie met de diepdroevige stem van Smith een hypnotiserend effect. Een chef d'oeuvre dat ook nog een commerciële hoogvlieger wordt. Verrassend in dit geval, want Disintegration is allesbehalve een hapklare popplaat. Boys don't cry is eigenlijk een heruitgave van het debuut Three Imaginary Boys, aangevuld met de eerste drie singles. Nerveuze drieminutenwavepop, jong onstuimig in een fletse, kale productie. Slaat de brug tussen de punk van eind jaren zeventig en de new wave van begin jaren tachtig. Het essentiële livealbum van The Cure. Een donker, grimmig en krachtig snapshot van een groep in topvorm. Een van de weinige hits die erop staan, A Forest, krijgt met de atmosferische intro en een stomende gitaarsolo zijn definitieve versie. Ook nog uit de tijd van het vinyl, en toen verschenen als dubbelelpee. Diverse complicaties, maar toch indrukwekkend in zijn variëteit, mede dankzij de aanvoer van oosterse klanktapijten, funky ritmes, en een collectie strijkers en blazers, die uitblinken in het dromerig poppy Catch en het vurig exuberante Why Can't I Be You?Op een ogenblik dat iedereen The Cure als passé beschouwt, en de groepsbezetting ingrijpend is aangepast, zet de band een plaat neer die qua sound vintage Cure is, en met opgeheven hoofd overleeft in de jaren negentig. Robert Smith nijgt steeds meer naar kommer en kwel en doem, en klinkt als het nog halflevende broertje van Ian Curtis. Misantroop lonkt naar de strop, maar stelt het uit. Op Faith luiden de begrafenisklokken nochtans al voluit. Niet blindstaren op de happy toon van Friday I'm In Love. Want ook al lijkt Wish lichter en zwieriger dan Disintegration, wie dwars door de eyeliner heen kijkt, ziet en hoort weer een heel zwaarmoedige Robert Smith. Na het beperkt verkrijgbare Entreat is Show een regulier, copieus dubbel livealbum van een groep met megastatus, opgenomen in de Verenigde Staten. The Cure trekt het grote blik met de meeste hitsingles erin open, maar valt nooit in de valkuil van de stadionrock. Deel drie van de trilogie die het moet vormen met Pornography en Disintegration, maar dat is te veel eer voor Bloodflowers. Bezaaid met alle traditionele Cure-ingrediënten, te zelden verrassend naar de keel grijpend. Spiderman has gone insane: Robert Smith wentelt zich in een wufte walm. Het speels krolse The Caterpillar staat haaks op deprimerende psychic wave als Dressing Up. The Top is een van de meest hermetische albums van The Cure, en slechts geschikt voor gemoedsgenoten. Livealbum opgenomen in de Wembley Arena, 1989. De nummers verschenen eerder als extra track op singles en maxis. Entreat zelf was een promotiealbum, en voer voor de verzamelaar, met Pictures of you en Fascination Street als karakterkoppen. Nog een livealbum, verschijnt enkele weken na Show, als een bezemwagen waarin enkele vergeten parels zetelen. Opgenomen in Le Zénith in Parijs, een presentje aan de trouwe schare Franse fans. Aardige versies van Play For Today, Catch en Lovesong. Eddy Hendrix'WE FILMEN ONS PUBLIEK NIET MEER. HET WAS te verontrustend om te zien voor wie we eigenlijk speelden.'