Drie jaar geleden blies Ryan Coogler de boksfilm en de dement gebeukte Rocky-franchise nieuw leven in door bekende genreclichés uit te buiten, terug te keren naar de intimiteit van het origineel en zijn eigen stempel te drukken. Des te jammer dus dat hij door zijn Black Panther-avo...

Drie jaar geleden blies Ryan Coogler de boksfilm en de dement gebeukte Rocky-franchise nieuw leven in door bekende genreclichés uit te buiten, terug te keren naar de intimiteit van het origineel en zijn eigen stempel te drukken. Des te jammer dus dat hij door zijn Black Panther-avontuur de handdoek moest werpen voor dit vervolg. Daarin wordt kersvers kampioen Adonis Creed (Michael B. Jordan, met indrukwekkende bicepsen en sixpack) in de hoek gedwongen om de dood van zijn vader te wreken. Ditmaal stapt hij immers in de ring met de zoon van Ivan Drago, de Russische vechtmachine die Apollo Creed doodmepte in Rocky IV. Sly Stallone neemt opnieuw de rol van de empathische mentor Rocky Balboa op zich, maar was de eerste Creed nog een geslaagde update van de originele hit uit 1976, dan is dit vervolg een ietwat luie versie van de met anabolen opgefokte Koude Oorlog-klassieker Rocky IV. Regisseur Steven Caple Jr. deelt dan wel uppercuts uit inzake familiewaarden en verwaarlozing, maar voorspelbaarheid is troef. Caple - net als Coogler een adept van de Amerikaanse sociaalrealistische indiecinema - scoort punten met zijn minimalisme en de obligate, door opzwepende rap begeleide trainingsmontage buiten de ring, maar erbinnen mist hij de visuele punch die Cooglers vechtscènes typeerde. Op naar de volgende ronde.