Ergens aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, midden in een pikzwarte nacht, loopt het mis voor John. Zijn B24-bommenwerper wordt boven Frans grondgebied geraakt en in een wolk van vlammen stort hij neer. John overleeft zijn parachutesprong, maar zijn kameraden sterven in het wrak. Met de hulp van enkele patriottische Franse boeren ontsnapt hij aan de Duitse klopjacht en zwaar gehavend - van zijn been blijft weinig over - zwerft hij door het Europese oorlogslandschap tot hij op een slagveld terechtkomt waar de lijken manshoog opgetast liggen. Een tank dreigt hem finaal plat te walsen en hij valt in een put waar hij een gewonde Duitse soldaat een pistool ...

Ergens aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, midden in een pikzwarte nacht, loopt het mis voor John. Zijn B24-bommenwerper wordt boven Frans grondgebied geraakt en in een wolk van vlammen stort hij neer. John overleeft zijn parachutesprong, maar zijn kameraden sterven in het wrak. Met de hulp van enkele patriottische Franse boeren ontsnapt hij aan de Duitse klopjacht en zwaar gehavend - van zijn been blijft weinig over - zwerft hij door het Europese oorlogslandschap tot hij op een slagveld terechtkomt waar de lijken manshoog opgetast liggen. Een tank dreigt hem finaal plat te walsen en hij valt in een put waar hij een gewonde Duitse soldaat een pistool in de mond drukt. Urenlang houden beiden elkaar in bedwang tot het gevaar lijkt geweken. Daarna delen ze samen een korst brood en gaan elk huns weegs. Jaren later, in een rusthuis in Los Angeles, brengt Martin alles in gereedheid om de nieuwe bewoner, meneer Hugo, die een groot deel van zijn schedel mist, te verwelkomen. Martin kent zijn ouders niet; ooit, in de Parijse nadagen van de oorlog, werd hij in de handen van een vrouw gedrukt en samen met zijn nieuwe ouders bouwde hij een bakkersimperium op. Ook meneer Hugo tast in het duister over zijn verleden. Of beter: hij houdt de donkere herinneringen liever op afstand. Hij werd zwaargewond aangetroffen in de Parijse straten met een boek van Victor Hugo op zak - meer was niet nodig om de John Doe van een nieuwe naam te voorzien. Dat hij later als een monster een paar jaar op de zolder van een sanatorium doorbrengt, is natuurlijk een mooie referentie naar Hugo's klokkenluider. Ondanks zijn dubieuze jeugd - meneer Hugo krimpt in elkaar als hij Duits hoort; zegt dat genoeg? - heeft hij tijdens zijn pensioen voor buurjongen Danny gezorgd, een zorgelijk kind dat niet graag naar school ging maar later een gevierd Hollywoodregisseur werd. Aan het sterfbed van een van zijn favoriete actrices denkt Danny terug aan de warme woensdagnamiddagen die hij bij de misvormde meneer Hugo doorbracht. En dan is er nog de blinde Amelia, kleindochter van oorlogsheld John. Zij werkt aan een kunstexpositie over de Tweede Wereldoorlog, zij het een die ook voor blinden begrijpelijk - lees: tastbaar - moet zijn. De jonge auteur Simon Van Booy baseerde zich op een waargebeurd verhaal: dat van twee vijanden die de oorlog beu zijn en besluiten elkaars leven te sparen. Op zich niet meer dan een mooie kerstanekdote, maar Van Booy laat zien dat die kleine daad van pacifistisch verzet grote gevolgen heeft, dat een moment van ontkiemend erbarmen later en onnavolgbaar in de geschiedenis zijn vruchten afwerpt. Daar heeft hij nauwelijks tweehonderd pagina's voor nodig. Want Van Booy schrijft spaarzaam. Liever dan het grote gebaar kiest hij voor de juiste zin op de juiste plaats en zet hij vooral de lezer aan het werk: Van Booy schuwt de uitleg, zelf meedenken is de boodschap. Een tweede leesbeurt dringt zich op, maar dat kun je nauwelijks een opgave noemen: Van Booys gracieuze en in melancholie gedrenkte zinnen herlees je met plezier. DE ILLUSIE VAN ALLEENZIJN **** Simon Van Booy, Querido (originele titel: The Illusion of Separateness), 197 blz., ? 18,95.RODERIK SIXCENTRALE ZIN Het nieuws van tien uur begon. We luisterden naar de Big Ben en de hoofdpunten. Danny zei dat alles in de wereld misliep.