Als commissaris in een tv-serie kun je maar beter niet te vrolijk door het leven fietsen. Van In, Witse, Maes of, in deze gloednieuwe politiereeks, Liese Meerhout: gij zult met gefronste wenkbrauwen, donkere blik, opengesperde neusvleugels en verwrongen mondspieren naar de einder, verkapte lijken, uw collega's of het koffieapparaat staren. Voor een rechercheur, zo leren de screenshots van een halve eeuw politiepersonages, zijn emoties als die vuile, donkerbruine neusdruppels van vroeger: als ze je keelgat bereiken, slik je ze door zonder een krimp te geven.
...

Als commissaris in een tv-serie kun je maar beter niet te vrolijk door het leven fietsen. Van In, Witse, Maes of, in deze gloednieuwe politiereeks, Liese Meerhout: gij zult met gefronste wenkbrauwen, donkere blik, opengesperde neusvleugels en verwrongen mondspieren naar de einder, verkapte lijken, uw collega's of het koffieapparaat staren. Voor een rechercheur, zo leren de screenshots van een halve eeuw politiepersonages, zijn emoties als die vuile, donkerbruine neusdruppels van vroeger: als ze je keelgat bereiken, slik je ze door zonder een krimp te geven. Het is natuurlijk ook een zwaar leven. Iedere ochtend opstaan met de wetenschap dat er ergens wel een zwaar toegetakeld lijk uit de kast zal vallen, dat alle mogelijke verdachten zullen liegen, dat degene met het minst voor de hand liggende motief de grootste kans loopt om de dader te zijn en dat je je weer eens moet ingraven in de vuile geheimen van een ander. Je zou voor minder wat weerzin ontwikkelen voor je job. Dat is dus ook de indruk die Hilde De Baerdemaeker in de rol van Lies Meerhout op voortreffelijke wijze wekt: she hates it. Het leven is een open, stinkende riool waar zij als arm van de wet dagelijks in mag baggeren. Niet omdat ze drek zo plezant vindt, wel omdat iemand het moet doen en ja, daar verliest een mens zijn vermogen tot humor al eens van. Mag het, ja? Niemand wordt vrolijk van een half vertrappeld lijk achter in een stal. Zeker niet als je vader zit te zagen over kleinkinderen, je zelf een loodzwaar trauma torst en je collega's zich moeien met zaken die je liever voor jezelf houdt. Coppers, zoveel is duidelijk, doet weinig moeite om de verhaallijnen en psychologische profielen van de politieserie tegendraads, anders of onverwacht in te vullen. In de tweede aflevering stapte bijvoorbeeld een Aziatische vrouw met een blik Red Bull in de elegante hand in een bestelwagen - op dat moment weet je het al: dit is een verdacht voertuig voor een vrouw in een roze mantelpakje - om even later over te stappen in een taxi, om vervolgens door een staljongen naast een briesende hengst in de paardenstal ontdekt te worden. Dood. Een ongeluk, probeert de regisseur je nog te doen geloven, maar in een politiereeks - dat weten we allemaal sinds de honderd seizoenen van Aspe en Witse - gebeuren niet zo veel ongelukken. De enige die nog moeite doet om verbaasd te reageren op het nieuws dat dit 'niet zomaar een ongeval is', is de stalknecht. Zo stond het waarschijnlijk in het script: 'reageert verbaasd'. Coppers, dat moet gezegd, is mooi in beeld gebracht. De generiek waarin De Baerdemaeker getergd door de voorruit staart, aan een sigaret trekt en getergd verder staart, is sfeervol. Iedere scène is gefilmd alsof er een verduisteringsgordijn voor de camera hangt en iedereen acteert alsof hij met zijn voeten in een ijsemmer staat. Aan uitbundigheid doet men niet bij Coppers. Het maakt de reeks vooral herkenbaar en amper bijzonder. Of het nu Witse, Aspe of Liese Meerhout is die een crime scene investigeert, het verschil zit in de stijl, veel te weinig in de inhoud. **, VTM, elke maandag, 21.40 DOOR TINE HENSCOPPERS IS MOOI IN BEELD GEBRACHT, MAAR DAT MAAKT DE REEKS VOORAL HERKENBAAR, AMPER BIJZONDER.