Eddie Murphy is nog steeds een kanjer in aanstekelijk de tanden bloot lachen terwijl zijn ogen feller twinkelen dan een winkelstraat in de kerstperiode. Maar als de koning van de jarentachtigkomedie zijn troon terug wil, zou hij beter passen voor het halfbakken idee om de hits ...

Eddie Murphy is nog steeds een kanjer in aanstekelijk de tanden bloot lachen terwijl zijn ogen feller twinkelen dan een winkelstraat in de kerstperiode. Maar als de koning van de jarentachtigkomedie zijn troon terug wil, zou hij beter passen voor het halfbakken idee om de hits van weleer te herkauwen en harder zoeken naar origineel materiaal zoals Dolemite Is My Name, zijn prima Netflix-komedie van anderhalf jaar geleden. Zo doet toch deze sequel op Coming to America vermoeden, Murphy's neergesabelde hit uit 1988 die een cultaanhang kreeg. Omdat geen van zijn drie dochters hem kan opvolgen, zoekt de koning van Zamunda, een bedenkelijke karikatuur van een Afrikaans koninkrijk, in Queens, New York naar zijn bastaardzoon. In het begin zitten er tussen de boertigheden, Backeljau-kolder en wisecracks nog enkele dijenkletsers, maar tegen het einde halen de oninteressante plot en de flauwe boodschap de bovenhand. Over het exotisme en het beeld dat de film van vrouwen schetst, denk je beter niet te lang na. Elk idee uit de brainstormsessies lijkt het gehaald te hebben, inclusief de herinvoering van zoutloze bloopers. Eddie Murphy's toekomst ligt nu in handen van Adil El Arbi en Bilall Fallah. Zij moeten een hit maken van Beverly Hills Cop 4. Een serieuze uitdaging.