Maandag 2/5, 23.35 - Canvas
...

Maandag 2/5, 23.35 - Canvas Ten oorlog! De documentaire Comic Books Go To War onderzoekt hoe stripauteurs zich met potlood en penseel in de militaire strijd werpen. Conflictgebieden allerhande worden zo het decor van een genre dat zich de laatste decennia fel heeft ontwikkeld: de oorlogsstrip. Onze comicman Gert Meesters selecteert voor u alvast zijn vijf favorieten. Door een verblijf in Europa ontdekte Joe Sacco begin jaren 90 dat de rest van de wereld de Palestijnse kwestie niet zo pro-Israëlisch bekeek als de journaals in de VS. Hij besloot prompt twee maanden naar de Gazastrook en de westelijke Jordaanoever te reizen om de situatie zelf in te schatten. Onder Palestijnen valt onder andere op door de ironische manier waarop Sacco zichzelf in beeld brengt. Zijn komische rol is een tegengewicht voor de gruwel van de verhalen die hij uit een honderdtal interviews distilleerde. Later perfectioneerde Sacco zijn journalistieke stripstijl in nog te vertalen boeken als Safe Area Gorazde en Footnotes in Gaza. Loopgravenoorlog is het enige fictiewerk in dit rijtje, maar Jacques Tardi pakte zijn meesterwerk over WO I grondig aan, geïnspireerd door de verhalen van zijn grootvader. Met de hulp van zijn vriend-historicus Jean-Pierre Verney vertelt hij een beklijvende strip over de kleine soldaat die in een oeverloos conflict als kanonnenvlees werd gebruikt. Niet alleen de spanning van voortdurende beschietingen en aanvallen met mosterdgas nekken de soldaten, maar ook de hemeltergende stupiditeit van officieren en clerici. Met nog meer inbreng van Verney maakte Tardi recent de chronologische variant De grote slachting 1914-1919. MAUS (Art Spiegelman) Net zoals Tardi had Spiegelman een familiale reden voor zijn oorlogsstrip. Zijn beide ouders waren Auschwitzoverlevers en bleken daardoor voor het leven getekend - zijn moeder pleegde later zelfmoord. Maus is vooral een briljant verteld overgeleverd verhaal over de Holocaust. Van de veldslagen in de Tweede Wereldoorlog is weinig sprake. Spiegelman mengt persoonlijke twijfels en onhebbelijkheden van zijn vader met diens herinneringen aan het getto en Auschwitz. Door een subtiel spel met dierengezichten (Joden als muizen, Duitsers als katten) maakt Spiegelman de etnische discriminatie nog duidelijker. In de schaduw van geen torens bewees later dat hij ook bij een conflict dicht bij huis in zijn tekenpen kruipt: dat boek behandelt de nasleep van 9/11, een drama dat zich haast letterlijk bij hem om de hoek afspeelde. Alan Ingram Cope maakte als jonge snaak de Tweede Wereldoorlog mee. Omdat hij slechts tegen het einde van de oorlog vanuit de VS naar Europa inscheepte, kwam hij echter nauwelijks op het slagveld te staan. Door zijn levendige herinneringen aan ontmoetingen met andere soldaten en Europeanen van allerlei landen vormt zijn door Guibert gereconstrueerde oorlogsverhaal een tekenende weergave van de impact die de oorlogsmobilisatie op het leven van veel jonge soldaten kon hebben, ook als ze amper moesten vechten. Het grafische meesterschap van Guibert zorgt ervoor dat de vage herinneringen van Cope er werkelijkheidsgetrouw uitzien zonder te veel de aandacht van Copes voice-over af te leiden. Het afsluitende derde deel moet nog verschijnen. Ook van Guibert: de trilogie De fotograaf, over een reis naar strijdend Afghanistan van fotograaf Didier Lefèvre. Keiji Nakazawa maakte als kind de atoombom op Hiroshima mee en tekende er bijna dertig jaar later, toen hij naam had gemaakt als stripauteur, een emotionele, semi-autobiografische reeks over. Nakazawa maakt de onbeschrijflijke horror van de bom zichtbaar, zonder overigens de schuld enkel bij de Amerikanen te leggen. De Japanse militaristen krijgen er meer van langs. De stijl kan naar Europese smaak overdreven zijn, maar geen tranenstroom uit grote mangaogen of geen molenwiekend gebaar kan voorbereiden op de nachtmerrieachtige beelden (een brandend paard, mensen met gesmolten huid) die Nakazawa voor altijd op je netvlies brandt. Nog vijf delen wachten op vertaling. GERT MEESTERS