Voorjaar 1956. In het hoofdkantoor van 20th Century Fox vindt geheim topoverleg plaats. Aan de onderhandelingstafel: de verzamelde filmbonzen van Fox aan de ene kant, Elvismanager Colonel Parker moederziel alleen aan de andere. Voorwerp van discussie: het ereloon dat Presley straks zal opstrijken voor Love Me Tender, de eerste van een lange reeks Elvisfilms. Fox legt een ultiem voorstel op tafel. Vijfentwintigduizend dollar, een astronomisch bedrag voor die tijd. 'Prima', zegt Tom Parker. 'Dat bedrag had ik zelf ook in gedachten. ...

Voorjaar 1956. In het hoofdkantoor van 20th Century Fox vindt geheim topoverleg plaats. Aan de onderhandelingstafel: de verzamelde filmbonzen van Fox aan de ene kant, Elvismanager Colonel Parker moederziel alleen aan de andere. Voorwerp van discussie: het ereloon dat Presley straks zal opstrijken voor Love Me Tender, de eerste van een lange reeks Elvisfilms. Fox legt een ultiem voorstel op tafel. Vijfentwintigduizend dollar, een astronomisch bedrag voor die tijd. 'Prima', zegt Tom Parker. 'Dat bedrag had ik zelf ook in gedachten. Maar zeg eens: hoeveel dachten jullie aan Elvis te betalen?' Het staaltje blufpoker is symptomatisch voor de schaamteloze geldwolf die Parker was. Van Elvis' muziekinkomsten verdween zo'n 25 procent rechtstreeks in zijn zakken - veel meer dus dan de gangbare commissie van 10 procent - en voor een flink deel van de speelfilms van de King bedong hij zelfs een fiftyfiftydeal. Voor Tom Parker was Presley gewoon een cashcow die tot de laatste druppel moest worden leeggemolken. Hij noemde zijn kantoor niet voor niets het Elvis Exploitation Bureau. 's Mans personeel kreeg het nog harder te verduren. Dat commandeerde hij met behulp van een blaffend speelgoedhondje: woef voor zijn secretaresse, woef-woef voor zijn loopjongen. Tijdens belangrijke besprekingen sommeerde hij hen niet zelden in zijn kantoor om er op bevel te tapdansen of al kakelend over de vloer te kruipen, enkel en alleen om zijn autoriteit te onderstrepen. Het was die autoritaire geldduivel die Elvis' filmambities fnuikte - de snelle tienerflicks brachten hem meer op dan ernstige dramafilms - en het was die doortrapte egoïst die de King veroordeelde tot een triestig fin de carrière in Las Vegas en hem met een moordend concertritme hoogstpersoonlijk naar het knekelhuis begeleidde. Een dode Elvis was hem minstens evenveel waard als een levende. Elvis left the building voorgoed in 1977, maar Colonel Parker bleef zijn koe uitmelken, tot aan zijn eigen dood, twintig jaar later. Niet slecht voor een boerenkinkel uit West Virginia. Hoewel. Tom Parker gaf zich wel uit voor een southerner uit de Midwest, in werkelijkheid was hij een Nederlander die als twintigjarige illegaal de States was binnengekomen. Andreas van Kuijck, dat was zijn echte naam. Waarom hij in 1929 van Breda naar Amerika emigreerde en er een nieuwe identiteit aannam: het blijft tot vandaag voorwerp van giswerk en speculatie. Zeker is wel dat in de nacht voor zijn vertrek, vlak bij zijn woonst in Breda, een zekere Anna Hageners werd vermoord. De vrouw van zijn lokale kruidenier werd thuis de kop ingeslagen en van een grote hoeveelheid geld beroofd. Nog diezelfde nacht vertrok Andreas van Kuijck halsoverkop naar Amerika. In zijn huis vond de politie een koffer met geld. Vincent Byloo