MICHAEL WINTERBOTTOM
...

MICHAEL WINTERBOTTOM MET SAMANTHA MORTON, TIM ROBBINS, CHRISTOPHER SIMPSON, BRUNO LASTRA In een nabije toekomst is vrijheid van verkeer voorbehouden aan een rijke, genetisch superieure, maar kwetsbare elite, zolang die de 'cover' (tegen de zon en ziekte) van de totalitaire verzekeringsmaatschappij Sphinx en zijn veelvoud aan regels respecteert. Dat wil zeggen: de juiste 'papellen' (reisvisa) en de juiste genetische partner heeft. Voor William, een getrouwde inspecteur die naar metropool Shanghai reist om er met behulp van zijn telepathische gaven een vervalser van 'papellen' te ontmaskeren, wordt de verplaatsing een trip naar de ontkenning van alles wat veilig is. Hij wordt stapel op de schuldige, de jonge vrouw Maria die op haar verjaardag 24 uur lang wakker blijft om een jaarlijks terugkerende nachtmerrie te ontwijken. Het onmogelijke paar beleeft als in een kwade droom zijn romance die hen ver van alle 'cover' ook naar de schaduwkant van de safe new world voert. Ofschoon elke SF-film wel een sociaal commentaar geeft, zijn er maar weinig die het met zoveel actuele reflectie doen als Winterbottoms elfde film (hij heeft ondertussen nog 9 Songs gemaakt en is nu Laurence Sternes Tristram Shandy aan het verfilmen). De titel van deze zacht perverterende, bewust ondoorzichtige combinatie van SF-anti-utopie, film noir en love story verwijst naar een seksver-grijp in een wereld die pure toekomstfantasie lijkt, maar alle problemen van onze geglobaliseerde samenleving weerspiegelt. Nieuwe reproductietechnieken hebben de mens niet bevrijd, maar scheppen integendeel overregulering van voortplanting. Volgens Code 46 is seks of liefde tussen genetisch gelijken strikt verboden. En waar het woord 'cover' zekerheid zou moeten genereren, waarborgt het vooral angst en de kloof tussen bezitters en niet-bezitters van papellen (de confrontatie met de bidonvilles, favelas of hoe men het ook noemt, waar de papierlozen samenkrotten zorgt voor een hallucinante breuk in de droom). Aldous Huxley, George Orwell en Philip K. Dick komen samen in een film die Godards Alphaville, Scotts Blade Runner en warempel ook David Leans Brief Encounter evoceert. De mix getuigt van Winterbottoms eclectische cinema, maar zeker ook van zijn buitengewoon talent om genres naar zijn hand te zetten. In zijn dertien films deed hij het met een verbazende sou-plesse, waarbij hij zonder schroom de filmgeschiedenis plundert en even stoutmoedig niet-professionele acteurs én sterren regisseert als dat hij 35mm-pellicule voor digital video inruilt. Door bewust de rechtlijnige plot te vermijden en eerder via details een coherente sfeer te scheppen, volgt Code 46 de logica van de droom. Die suggestie van irrationaliteit en irrealiteit werkt perfect in een aan onze tijd ontleende wereld waarin de mismatch van het paar niet aan het toeval kan worden overgelaten (Morton en Robbins zijn aldus subliem gecast). Het meedogenloze einde is zo ook erg 'logisch,' al verliest het kracht door de lamme Coldplay-song Warning Sign op de soundtrack. Jo Smets Jo Smets