Zo doe je dat als wereldmacht: terwijl je de VN afdreigt met vage foto's waar massavernietigingswapens op te zien zouden zijn, val je onder valse voorwendselen een land binnen dat je platbombardeert en nog voor het stof gaat liggen, annexeer je olievelden en schenk je je lobbyvriendjes lucratieve wederopbouwcontracten.
...

Zo doe je dat als wereldmacht: terwijl je de VN afdreigt met vage foto's waar massavernietigingswapens op te zien zouden zijn, val je onder valse voorwendselen een land binnen dat je platbombardeert en nog voor het stof gaat liggen, annexeer je olievelden en schenk je je lobbyvriendjes lucratieve wederopbouwcontracten. Net daar loopt het mis in Richard House' Irakthriller Sutler. Tussen de chaos en de bermbommen en het feit dat je in een godvergeten woestenij opereert, is er niemand die je echt controleert en dan is het zeer aanlokkelijk om in de budgetdoos te gaan graaien. Een beetje afromen kan nooit kwaad, niemand die erop let, niemand die het aandurft om in een oorlogsgebied je boekhouding te komen controleren. Behalve als het over een kloeke 50 miljoen dollar gaat. Een veelvoud daarvan was voorzien voor Kolos, een gloednieuwe stad die zou moeten verrijzen bij enkele olievelden. Via een stroman, Stephen Lawrence Sutler, probeert Paul Geezler, die het project van de nodige financiële injecties moest voorzien, zijn gigafraude toe te dekken. Dat kan werken, want Sutler is een dekmantel. De man bestaat niet eens - Sutler heet in het echt John Ford. Enigszins naïef aanvaardt Sutler het aanbod om voor 250.000 dollar een bezoekje te brengen aan een compound, een compound die luttele seconden na zijn aankomst bestookt wordt met mortiergranaten. Toeval? Sutler kiest het zekere voor het onzekere én het hazenpad. De enige compensatie voor de schrapnel in zijn vel: een kwart miljoen op een versleutelde rekening, enkel te openen met vier codes die hij op dogtags heeft laten stansen. Maar eerst: vluchten. Dat lijkt in het begin goed te lukken. De Turkse grens over, Istanbul bezoeken en dan richting Malta, met als einddoel het Duitse Koblenz. Tijdens zijn vlucht ontmoet hij onder meer enkele goedwillige journalisten en een jonge Amerikaanse toerist, Eric, die geobsedeerd is door een true-crimeroman en in een vreemde code notities maakt in een Moleskine-schriftje. Opnieuw: is het toeval dat hun wegen elkaar kruisen? Of maakt hij deel uit van de klopjacht op Sutler, die natuurlijk het hele financiële schandaal in de schoenen geschoven krijgt? Wanneer ook Eric van de landkaart verdwijnt, stuurt zijn New Yorkse moeder een stelletje privédetectives naar het Midden-Oosten, die het algauw ook op Sutler gemunt hebben. Veel netten, en almaar kleinere mazen om doorheen te glippen. Richard House scoorde alvast één unicum: zijn Sutler-reeks werd als enige thriller ooit genomineerd voor de Man Booker Prize. Dat is meteen het grootste raadsel aan dit eerste deel: noch op literair, noch op thrillervlak valt hier iets te rapen. Al zet House enkele lijntjes uit die in de volgende delen misschien volledig tot hun recht kunnen komen. Zo zijn we benieuwd naar de mysterieuze en moordende roman die Eric in handen heeft en in een van de volgende boeken centraal staat. House vraagt veel geduld met deze proloog-thriller - traagheid is niet hetzelfde als landerigheid - en waarschijnlijk was het een fout om de cyclus niet meteen in één band op de markt te gooien. Nu is het resultaat te versplinterd: we hoopten op een shellshock, we kregen een deukje in het pantser. SUTLER ** Richard House, De Geus (originele titel: Sutler), 384 blz., ? 17,50. RODERIK SIXSLEUTELZIN Er bestaat een parasiet, een veel voorkomende parasiet - ik weet niet waar ik dit ook alweer vandaan heb - die in elke situatie iets anders wordt.