Ik zou graag over Boris Vian schrijven, maar kan het niet. Ik heb nochtans verschillende pogingen ondernomen. Eerst ging ik voor de journalistieke aanpak en zocht ik op Wikipedia naar details over zijn leven in het Parijs van de jaren veertig en vijftig. Dit kwam ik te weten:
...

Ik zou graag over Boris Vian schrijven, maar kan het niet. Ik heb nochtans verschillende pogingen ondernomen. Eerst ging ik voor de journalistieke aanpak en zocht ik op Wikipedia naar details over zijn leven in het Parijs van de jaren veertig en vijftig. Dit kwam ik te weten: Boris Vian was een Frans schrijver. In zijn surreële boeken krimpen huizen, groeien er levensbedreigende waterlelies in longen, plegen muis en mens zelfmoord en is de liefde en het leven speels en tragisch tegelijkertijd. Boris Vian zat achter het pseudoniem Vernon Sullivan, een niet-bestaande Amerikaanse schrijver die na de Tweede Wereldoorlog stennis schopte met zijn gewelddadige pulpromans. Aanvankelijk deed Vian alsof hij de vertaler was, maar toen de Franse justitie zich met al die onzedelijkheid begon te bemoeien, moest hij wel toegeven dat hij de auteur was van onder meer Ik zal spuwen op jullie graf. Boris Vian speelde trompet, tot zijn dokter zei dat zijn zwakke gezondheid dat niet meer toeliet. Daarna zong hij chansons, ook al vond zijn arts dat evenmin een goed idee. Toch bleef hij gewoon zijn zin doen. Muziek - en dan vooral jazz - was zijn grote liefde, en die negeer je niet zomaar omdat de geneeskunde het je voorschrijft. Boris Vian had een hartafwijking en stierf toen hij 39 was. Het verhaal wil dat hij op de première van de verfilming van J'irai cracher sur vos tombes (1959), verontwaardigd riep: 'En dat moet Amerikanen voorstellen?!', waarna zijn al te broze hart het begaf. De surreële romans van Vian werden pas populair na zijn dood. In de jaren zestig werden zijn romans en verhalen omarmd door studenten. Toen die studenten uiteindelijk rijke zakenmannen werden, vergaten ze hem, maar daar kon Vian niets aan doen.Dat ik al maanden probeer een tekst op papier te krijgen over een Franse schrijver die niemand kent, is de schuld van Michel Gondry. Toen ik hoorde dat Gondry Vians meesterwerk L'Écume des jours zou verfilmen, moest ik denken aan de middelbare school. Daar hadden we dat boek gelezen tijdens de lessen Frans, en dat had een diepe indruk nagelaten. Zo'n diepe indruk dat ik over de jaren zijn moeilijk te vinden vertaalde werk bij elkaar had gesprokkeld. De Franse surrealist is misschien nog niet helemaal vergeten in Vlaanderen, maar hij is wel goed op weg. Wie het werk van Vian in het Nederlands wil lezen, moet altijd langs sikkeneurige antiquairs. En als dat je niet stoort, dan moet je leren leven met een vertaling uit de tijd dat cultuur met een k geschreven diende te worden. Ik moet dus over Boris Vian schrijven, zodat mensen op zijn minst zijn naam opslaan in hun smartphone. Ik moet over hem schrijven, in de hoop dat een Nederlandstalige uitgeverij dit leest en zijn oeuvre de nieuwe vertaling geeft die het verdient. Dat ik hierin faal, komt natuurlijk omdat schrijven over Boris Vian onmogelijk is. Je moet hem lezen. Iedereen die zijn fontanel heeft voelen openspringen na het lezen van L'Écume des jours weet waarover ik het heb. Vian prikt je wakker net voor de wekker in jouw plaats gaat werken en jij een snipperdag neemt. Vian maakt van alles een spel en zet de verbeelding boven alles. Vian leert ons niet alleen buiten de lijnen kleuren, hij gomt de lijnen uit, iets wat we broodnodig hebben in een maatschappij die GAS-boetes uitdeelt voor de minste ondeugendheid. Ik had graag over Boris Vian geschreven, maar weet dat ik daar nooit in zal slagen. Om het succes van mijn falen te vieren, neem ik dus maar zijn boeken en lees ik tot ik oud genoeg ben om te kunnen stoppen met lezen. Ondertussen oefen ik mijn Frans. TOM WOUTERS