Films: **** Extra's: **** (Universal)
...

Films: **** Extra's: **** (Universal) Films. De Universalstudio pakte in de jaren dertig uit met een aantal huiverprenten waarin de grote monstermythes definitief gestalte kregen. Vijf van die klassiekers vormen de hoofdbrok van deze onmisbare monstercollectie. De drie bijdragen van de Brit James Whale (onlangs herontdekt dankzij de biopic Gods and Monsters) zijn meesterwerken in het genre: de Mary-Shelleyverfilming Frankenstein, het nog betere vervolg The Bride of Frankenstein en The Invisible Man met voor die tijd baanbrekende optische effecten. Ook Dracula van Tod Browning (waarmee de cyclus in 1931 begon) en The Mummy van Karl Freund doen hun reputatie alle eer aan. De verzameling wordt aangevuld met drie latere monsterfilms van wisselvallige kwaliteit, maar met een groot cultgehalte: The Wolf Man (1941) van George Waggner, The Phantom of the Opera (1943) van Arthur Lubin (als vroege Technicolorproductie een buitenbeentje in een wereld van expressionistisch zwart-wit) en The Creature of the Black Lagoon (1954) van Jack Arnold, een oorspronkelijk in 3-D gedraaide film voor het drive-inpubliek. Extra's. Alhoewel de restauratie niet altijd even vlekkeloos verliep, hoef je maar de bijbehorende trailers met hun wazige beelden, zwakke contrasten en krakende klankband te bekijken, om te zien hoezeer de digitalisering deze oude gruwelcollectie van onder het stof haalt en de schemerrijken van de verschrikking nieuw leven inblaast. De wijze waarop Universal deze films uit de oude doos aan een nieuw publiek presenteert, is een model van wat met een ouderwets woord filmopvoeding wordt genoemd: prima documentaires (waarvan sommige gepresenteerd door moderne horrorfilmers als Joe Dante en John Landis) plaatsen elke film in een historisch perspectief en putten rijkelijk uit de Universalarchieven. Diverse filmhistorici geven een encyclopedische commentaartrack bij elke film. De box groeit uit tot een ongelofelijke privécursus filmgeschiedenis, volgestouwd met weetjes over de productie en studiopolitiek, bio's van cast & crew, vergelijkingen tussen de verschillende scriptversies, ontledingen van de visuele stijl, motivering van personages enzovoort. Elke film krijgt ook een galerij posters, lobby cards en productie stills; Dracula (gemaakt in een periode dat films nog maar weinig muziek kregen opgesmeerd) kan desgewenst worden bekeken met een recente hypnotiserende score van Philip Glass en het Kronos Quartet. Kortom: een monsterachtig goede collectie. door Patrick Duynslaegher