LENNONYC

Telkens als u denkt werkelijk álles te weten wat er te weten valt over The Fab Four, blijkt er alsnog een Beatles-docu te zijn die het bekijken waard is. Zoals Lennonyc, dat focust op de tien jaar die John Lennon in New York doorbracht in de jaren 70. Niet dat het helemaal nieuw is wat verteld wordt - de bonje met de regering-Nixon, het getroebleerde amoureuze leven met Yoko Ono en zijn dood voor het Dakotagebouw zijn bezwaarlijk onbelichte passages in Lennons biografie - maar toch weet regisseur Michael Epstein, géén familie van Beatlesmanager Brian, anderhalf uur lang te boeien. Niet zozeer door de nooit eerder gespeelde studio-opnames, wel door de eerlijkheid waarmee hij zijn onderwerp benadert. Ver weg van de verheerlijking die Lennon doorgaans te beurt valt, geeft hij een oprechte inkijk in zijn privéleven, hoe hij op de dool was na zijn tijdelijke breuk met Ono en hoe hij zich op het vaderschap stortte. Het verhaal van hoe een muziekicoon in New York ook een mensch wordt.
...

Telkens als u denkt werkelijk álles te weten wat er te weten valt over The Fab Four, blijkt er alsnog een Beatles-docu te zijn die het bekijken waard is. Zoals Lennonyc, dat focust op de tien jaar die John Lennon in New York doorbracht in de jaren 70. Niet dat het helemaal nieuw is wat verteld wordt - de bonje met de regering-Nixon, het getroebleerde amoureuze leven met Yoko Ono en zijn dood voor het Dakotagebouw zijn bezwaarlijk onbelichte passages in Lennons biografie - maar toch weet regisseur Michael Epstein, géén familie van Beatlesmanager Brian, anderhalf uur lang te boeien. Niet zozeer door de nooit eerder gespeelde studio-opnames, wel door de eerlijkheid waarmee hij zijn onderwerp benadert. Ver weg van de verheerlijking die Lennon doorgaans te beurt valt, geeft hij een oprechte inkijk in zijn privéleven, hoe hij op de dool was na zijn tijdelijke breuk met Ono en hoe hij zich op het vaderschap stortte. Het verhaal van hoe een muziekicoon in New York ook een mensch wordt. Het einde kent u alvast: op 3 juli 1999 bezweek Mark Sandman, de enigmatische frontman van Morphine, op een podium in Rome aan een hartstilstand. Het onverwachte slotakkoord van een ongewone muziekcarrière - het aantal groepen met enkel drum, baritonsax en slidebass is niet bijster dik gezaaid in de muziekgeschiedenis. Wist u wellicht nog niet: zijn dood was lang niet de eerste tragische gebeurtenis in het leven van Sandman. Zijn beide broers kwamen op jonge leeftijd al om - Roger Sandman stierf een natuurlijke dood, Jon Sandman viel in nooit opgehelderde omstandigheden uit het raam - en van zijn ouders, die de carrièrekeuze van hun zoon niet begrepen, was hij vervreemd. Precies op die autobiografische kant zoomt Cure for Pain in: het surrogaat dat de band voor zijn familie was, de persoonlijke context van zijn teksten en zijn beroemde stugheid - uit zelfbescherming - in interviews. Een passend en pakkend eerbetoon. Glee in tijden van afrokapsels en plateauzolen, maar dan zonder de klefheid: regisseur Mark Landsman houdt het opvallend sober in de prototypische American Story die Thunder Soul is. Medio jaren 70 vormde de schoolleraar Conrad 'Prof' Johnson de lokale stage band van de Kashmere High School in Houston, Texas om tot een uitmuntende funkbigband. Terwijl de meeste stage bands bleven steken in het brave evergreenrepertoire van die dagen, liet Johnson de overwegend Afro-Amerikaanse schoolband aan de slag gaan met de hits van James Brown en consorten. Met succes: in de nationale competities speelde de band zowat iedereen vlot naar huis. Maar naast een onwaarschijnlijk rise-to-fame-verhaal is Thunder Soul ook een tijdsdocument geworden, dat de Black Powertijdsgeest van de jaren 70 naadloos weet te vatten, én een mooie reüniedocumentaire: 35 jaar later komt de band weer bijeen om hun bezieler - op dat moment 92 - in de bloemetjes te zetten met een reünieconcert. Twee dagen na dat optreden sterft Prof. Misschien niet het bekendste verhaal uit de reeks: dat van Tom Zé, zeg maar de Captain Beefheart van Brazilië. Regisseur Igor Iglesias González, die bij de vertoning overigens aanwezig zal zijn, gaat terug tot de begindagen van de Braziliaanse singer-songwriter in het Sao Paulo van de jaren 60, toen hij met zijn mix van folk en popbeats een antwoord wou bieden op sociale kwesties als massacultuur, massaconsumptie en burgerrechten - hij maakte naar eigen zeggen 'gezongen journalistiek' - en in de Tropicália-beweging terechtkwam. Terwijl generatiegenoten als Gilberto Gil en Caetano Veloso muziekgeschiedenis schreven, gleed Zé in de vergetelheid - hij werkte even als pompbediende - tot hij eind jaren 90 door David Byrne weer werd opgevist. Met reden: de energieke Zé klinkt op 73-jarige leeftijd nog altijd even eigentijds, zoals de livefragmenten tonen. Een fascinerend overzicht, kortom, van een al even fascinerende carrière. Wees gerust: de kop van Phil Collins zal u in The Ballad of Genesis and Lady Jaye niet te zien krijgen, wel die van Genesis Bryer P-Orridge, industrialpionier en performancekunstenaar, en zijn levensgezellin, de New Yorkse dominatrix Lady Jaye. Toen die laatste in 2007 stierf, maakte ze deel uit van een ronduit bizar artistiek project: door ingrijpende plastische chirurgie streefde het koppel naar fysieke en spirituele versmelting - P-Orridge liet zich zelfs borsten aanmeten. Bedoeling was - ahum - een 'pandrogyn wezen' te worden. Klinkt als een prima excuus voor een docufreakshow, maar regisseuse Marie Losier, die het koppel zeven jaar volgde, had iets anders in gedachten: een verhaal over absolute liefde, verpakt in nostalgische super-8-beelden. Elektronicaliefhebbers kunnen overigens hun hartje ophalen: de docu zit tjokvol livefragmenten van Throbbing Gristle en Psychic TV, de prille industrialbands waar P-Orridge mee pionierde. 'He sold his soul for rock 'n' roll!' Net voor hij met Dressed To Kill, Scarface en Body Double de nieuwe meester van de suspensethriller werd, leefde Brian De Palma zich nog eens duchtig uit in de horrormusicalpastiche The Phantom of The Paradise, een venijnige steek naar de entertainmentindustrie. Phantom van dienst is ene Winslow, die een Phil Spectorachtige platenbaas aan de haal ziet gaan met zijn rockoperaversie van Faust én met zijn lief. Als hij vervolgens met zijn gezicht in een vinylpers terechtkomt, besluit hij als gemaskerde wreker door concertzaal The Paradise te dwalen. Resultaat is niet zomaar een portie camp, maar een virtuoze barokke stijloefening, een hommage aan filmklassiekers als Das Kabinett des Doktor Caligari en Le Fantôme de l'Opéra én een heerlijk seventiesartefact op de tonen van Paul Williams. Een buitenkansje voor cinefielen. OUT LOUD 1/6 tot 23/6, Beursschouwburg, Brussel. Info: www.beursschouwburg.beDOOR GEERT ZAGERS