Koinobori

Met het aan Japanse cinema gewijde label Koinobori verwijst de Nederlandse uitgever Filmfreaks naar de vlaggenstokken met karpervissen die overal in Japan te zien zijn. Intussen telt de fraai vormgegeven reeks - lees: fijne hoesjes, vergezeld van boekje met uitgebreide filmanalyse en biografie van de regisseur - al een twintigtal titels die uw kennis van de cultuur, geschiedenis en zeden van het land van de Rijzende Zon zeker zullen bijspijkeren. Het zijn niet de gebruikelijke giganten die in de serie defileren: voor Ozu, Mizoguchi en Naruse moet u elders zijn. Als er al een Akira Kurosawa in de catalogus opduikt, is het een onbekende titel als Scandal (1950), waarin een schilder (Toshiro Mifune) en een zangeres door de roddelpers aan elkaar gekoppeld worden en een rechtszaak aanspannen om hun goede naam te zuiveren.
...

Met het aan Japanse cinema gewijde label Koinobori verwijst de Nederlandse uitgever Filmfreaks naar de vlaggenstokken met karpervissen die overal in Japan te zien zijn. Intussen telt de fraai vormgegeven reeks - lees: fijne hoesjes, vergezeld van boekje met uitgebreide filmanalyse en biografie van de regisseur - al een twintigtal titels die uw kennis van de cultuur, geschiedenis en zeden van het land van de Rijzende Zon zeker zullen bijspijkeren. Het zijn niet de gebruikelijke giganten die in de serie defileren: voor Ozu, Mizoguchi en Naruse moet u elders zijn. Als er al een Akira Kurosawa in de catalogus opduikt, is het een onbekende titel als Scandal (1950), waarin een schilder (Toshiro Mifune) en een zangeres door de roddelpers aan elkaar gekoppeld worden en een rechtszaak aanspannen om hun goede naam te zuiveren. Het zijn overwegend de mindere goden uit de klassieke en moderne periode die op het Koinobori-label opgevoerd worden: Masaki Kobayashi met zijn drieluik The Human Condition, Masahiro Shinoda met The Assassin, Shohei Imamura met Vengeance is Mine, Seijun Suzuki met Pistol Opera en Takeshi Kitano met Violent Cop en Boiling Point. Zo zal de avontuurlijke proever van de Aziatische filmkeuken gegarandeerd nieuwe smaken ontdekken. Een revelatie van formaat is Twenty-Four Eyes (1954) , in Japan een van de meest geliefde films aller tijden, maar in het westen zo goed als onbekend. Regisseur Keisuke Kino-shita voerde de generatie aan die in de jaren 50 met satirische komedies een oneerbiedige toon introduceerde in de stijve, geformaliseerde Japanse filmtraditie. Twenty-Four Eyes is echter geen blijspel, maar wel een onbeschroomde tearjerker, weliswaar met grote waardigheid en Zenclassicisme in scène gezet. Deze drie uur durende kroniek behandelt het leven van een schooljuf die op een afgelegen eiland vanaf 1928 tot na de Japanse capitulatie in 1945 een hele generatie van pupillen aan de nationale oorlogszucht ten onder ziet gaan. Zonder grote statements toont Kinoshita in dit pacifistische intimistische epos de tragische gevolgen van oorlogop het dagelijkse bestaan van kleine lieden. Dat de stille film geen oubollige kermisattractie, maar wel een volwaardige kunst is, klinkt voor de hedendaagse toeschouwer misschien niet zo evident. Het spel van mensen beroofd van hun stem op het witte doek zien evolueren, kan echter ook een hypnotiserende ervaring zijn. Het Nederlandse Living Colour doet er in zijn Silent Cinema Collection alvast alles aan om de klassiekers uit overgrootvaders tijd in hun volle glorie te digitaliseren: in zo volledig mogelijk gerestaureerde versies - stille films werden in de loop der jaren vaak flink ingekort, waarbij soms hele sequenties verloren gingen - en met reproductie van de oorspronkelijke tinten - met voor elke scène een aangepaste kleur. En natuurlijk zijn ze ook voorzien van nieuwe uitvoeringen van de originele scores, want zwijgende films werden nooit stil geprojecteerd, maar altijd begeleid door een pianist, of in het beste geval een symfonisch orkest. Zodoende wordt het genieten van de schaduwen en lichtstralen op de geschilderde decors van Das Cabinet des Dr. Caligari (1919), de revolutionaire optische effecten met miniatuursets in Fritz Langs Metropolis (1927) en de droomachtige huiverbeelden in F.W. Murnaus Nosferatu (1922). Naast deze onvermijdelijke monumenten uit het Duits expressionisme verschijnen in deze verzameling, die geregeld met nieuwe titels wordt aangevuld, ook grootse avonturenverhalen uit Hollywood ( The Hunchback of Notre Dame; The Thief of Bagdad) en curiosa als de Frans-Italiaanse verfilming van Cyrano de Bergerac uit 1923. De Franse uitgever Editions Montparnasse pakt al jaren uit met een 'pocket'-collectie van films geproduceerd door RKO, het kleine broertje tussen de grote filmfabrieken uit de gouden jaren van het studiosysteem. Er zijn intussen al meer dan honderd titels verschenen, prettig geprijsd, mooi verpakt in dunne hoesjes en steevast voorzien van een erudiete inleiding van een fransoosdie zichzelf graag hoort praten. Zoals de volledige naam RKO Radio Pictures Incorporated al suggereert, werd de maatschappij opgericht in de periode van de doorbraak van de geluidsfilm (1928). De output is niet onder één noemer te vangen: zoals elke studio produceerde RKO films in alle genres. Daartoe behoren onvervalste klassiekers als King Kong (1933), Stagecoach (1939), Citizen Kane (1941) en Notorious (1946), maar ook negen elegante musicals met Fred Astaire en Ginger Rogers. RKO dankt zijn faam echter minder aan zijn prestigeproducties dan aanzijn B-films in het horror- en misdaad-segment. De laatste lading dvd's bevat daarvan enkele mooie staaltjes: de nog altijd best genietbare huiverklassieker The Most Dangerous Game uit 1932, maar vooral vier weinig bekende pareltjes uit het filmnoirgenre. Richard Fleischer demonstreert zijn efficiënte vakmanschap met de prille genreoefeningen Bodyguard (1948) en The Clay Pigeon (1949); de grote Anthony Mann tekent voor het taaie onderwereld-drama Desperate (1947); en dé rariteit in deze oogst is de bizarre expressionistische psychothriller Stranger on the Third Floor (1940) met Peter Lorre als de gestoorde maniak. In de jaren 50 ging het gestaag bergafwaarts met RKO. Howard Hughes, die de studio in 1948 had gekocht, sluisde er een paar excentrieke producties door. Een daarvan was het ook recent op dvd uitgebrachte Underwater! (1955), dat vooral herinnerd wordt om de potsierlijke promostunt: de première vond plaats onder water in Florida en de genodigden werden voor de gelegenheid in badpak gestoken en uitgerust met zwemvliezen en zuurstofflessen. Twee jaar later ging de hele studio kopje onder en werd het zaakje verkocht aan Desilu, de televisiemaatschappij van Desi Arnaz en Lucille Ball.Win 5 pakketten van Silent Cinema Collection (4 films) en 3 pakketten van de Koinobori-reeks (4 films). Zie pagina 8. Trakteert op FOCUSKNACK .BE Door Patrick Duynslaegher