RON HOWARD
...

RON HOWARD MET RUSSELL CROWE, RENÉE ZELLWEGER, PAUL GIAMATTI EN PADDY CONSIDINE We zullen het maar meteen bekennen: veel indruk heeft regisseur Ron Howard nooit op ons gemaakt. Néé, zelfs niet met zijn bejubelde werk als A Beautiful Mind of The Missing. Wie de tijd neemt om zijn films klinisch door te lichten, ontdekt keer op keer het mechaniekje achter de lasnaad waarmee het geheel aaneengeregen wordt. Geen wonder dat het meestal zoetige eindproduct telkens een wrang smaakje nalaat. Een Howard-film is in de regel vakkundig georchestreerd, prachtig gefotografeerd en met metier gesneden, maar helaas ook oppervlakkig en gekunsteld. Howard maakt het soort prestigefilm dat nooit onder het oppervlak van de pellicule weet te duiken om daar de ziel van de personages te vangen. Met zijn nieuwste film Cinderella Man is dat helaas niet anders. Deze boksbiopic over de verpauperde volksheld James C. Braddock die zichzelf tijdens de Grote Depressie tot wereldkampioen weet te meppen, is piekfijn aangekleed qua decors, kostuums en brillantinekapsels uit de jaren dertig. Op geen enkel moment echter toont de prent de stank van de ontbering of de existentiële wanhoop van de protagonisten. Zelfs de boksscènes zijn wat dat betreft typerend: inventief gedraaid en vinnig gemonteerd, alsof Howard dagenlang naar classics als Champion, The Set Up en Raging Bull heeft gekeken, maar geen enkele uppercut of linkse hoek weet je ook effectief te raken. Het scenario helpt bitter weinig om het zaakje enige authenticiteit in te blazen. Cinderella Man is een typisch from-rags-to-riches verhaaltje, met moedige losers die zich in de slotact tot sprookjesachtige kampioenen ontpoppen (Russell Crowe als Jimmy Braddock), smachtende eega's die weigeren hun bontgebeukte echtgenoot in de steek te laten (Renée Zellweger), cynische bokspromotoren die geen moer geven om eenvoudige volksjongens en een klad kindertjes die je smachtend aankijken alsof het Leger des Heils je na de film met een collectebus staat op te wachten. Ongetwijfeld zullen de makers zich verdedigen door te zeggen dat de film op echte feiten is gebaseerd. Klopt: Braddock wist zich in 1935, hoewel toen allang afgeschreven, tot wereldkampioen bij de zwaargewichten te kronen, na een onwaarschijnlijke comeback en een heuse slachtpartij om de titel tegen Max Baer, hier opgediend als de 20-minuten durende climax. Alleen durven we te vermoeden dat er ten huize Braddock niet zulke kokette dialogen of kleverige schmalz te noteren viel. De armoede in de dokken van Brooklyn zag er zonder enige twijfel ook niet zo perfect belicht en fraai gestileerd uit, en de bloedjes van kinderen moeten ook wel eens als heuse etters uit de hoek hebben gekomen. Echt gebeurd en authentiek? Yeah, sure! Als je effectief in Assepoester gelooft. Toch kan Cinderella Man ook enkele troeven bovenhalen. Zo mogen, zoals gezegd, de boksscènes er best wezen. Ook Russell Crowe doet wat er van hem wordt verwacht: nu eens nors, dan weer wanhopig de camera inkijken, zijn robuuste postuur de ring injagen en af en toe een verlegen glimlach opzetten, samen goed voor een gespierde vertolking die de Rocky Balboa-pastiche handig weet te mijden. Voeg daar nog de fraaie fotografie van Salvatore Totino aan toe - de Grote Depressie heeft er in ieder geval nooit zo mooi uitgezien - en de slimme soundtrack van Thomas Newman die perfect op het gemoed weet in te werken, en wat krijg je? Een archetypische Ron Howard-film, vakkundig in beeld gezet en vlot verteld, maar helaas ook zo écht en origineel dat zelfs het pathos van de vreselijke Renée Zellweger je nog nauwelijks opvalt. Dave Mestdach