Fernando Meirelles & Kátia Lund, met Alexandre Rodrigues, Leandro Firmino da Hora, Matheus Nachtergaele, Philippe Haagensen en de rest van Gods Stad
...

Fernando Meirelles & Kátia Lund, met Alexandre Rodrigues, Leandro Firmino da Hora, Matheus Nachtergaele, Philippe Haagensen en de rest van Gods Stad Een sociaal woonproject uit de jaren '60, even buiten Rio, wordt in een paar decennia een sociologische verschrikking: drugsparadijs in de jaren '70, wapenhel in de jaren '80, een staat-in-de-staat die kreunt onder het steeds wisselende recht van de sterkste. De wat schuwe Buscape (Rodrigues) kijkt toe hoe deze 'Stad van God' het oorlogsterrein wordt van 'Kleine Ze' Pequeno (da Hora) en zijn rivaal Sandro 'Wortel' Cenoura (Nachtergaele), terwijl beider vriend Bene (Haagensen) het laatste bastion tegen total war vormt. Te bang om het pad van bloed en foltering te betreden, vindt Buscape een andere manier van shooting: een fotocamera. Van bij de briljante opening met een heuse chicken chase, filmend uit de ogen en de vuige bek van een horde aan coke en kogels overgeleverde real life godskinderen, brengen Meirelles en coregisseuse Lund sensationele cinema. Dit is een hondsbrutaal, in spuug, bloed en sperma gedrenkt socio-epos - Meirelles tweede film - en een stilistisch onuitgegeven, visueel lepe kijkhel van 2 uren en 10 minuten die in een ren-of-sterf-tempo voorbijzoeft. Via het ratelende script van Braúlio Montavani (naar Paulo Lins' roman) en gesteund door Lunds ervaring met de sloppenwereld, weet Meirelles u bovenop zijn sambacinema en pulp faction zelfs nog een sociale les in de strot te duwen. Brazilië scheurde in twee door de controverse, maar het bezoekersaantal klom in de drie maanden na de release op tot een onwaarschijnlijke drie miljoen! Na Mexico en Argentinië, roert zich dus Brazilië: het nieuwe zuidelijke Amerika met de visuele wapens van het oude noordelijke, maar vooral met een brein onder de pan. 'Heb je al gehoord van de Baader-Meinhof-Gruppe?' vraagt een snotjong met blaffer op het einde. 'Neen,' antwoordt een ander, 'maar als ze in de cidade komen, knallen we ze overhoop.' Meirelles was met de korte voorstudie Golden Gate (Palace II) in de 'ontwikkelde' wereld dik in de prijzen gevallen. Dit magnum opus moest het verbazend genoeg met heel wat minder stellen. Behalve dan in Fidel Castro's onderdrukte Havana, waar de film zowat lam werd bekroond. Meirelles kreeg onder meer de FIPRESCI-Prijs, 'voor zijn benadering van het explosieve thema van de sociale uitsluiting, met behulp van een ambitieuze, complexe en absorberende vertelstijl, zonder moralisme of aanvaarding van geweld'. En de hele mannelijke cast werd Beste Acteur, terwijl geen van hen acteur is. Halleluja!