1. Draag jij een snor?
...

1. Draag jij een snor? Christophe Vekeman: Ooit wel ja, maar op verzoek van zowel intimi als wildvreemden heb ik hem toch maar afgeschoren. Ik denk te weten waar je naartoe wil, naar de soms verwarrende vorm van fictie en autobiografie die mijn nieuwe roman uiteindelijk is geworden. Hij is autobiografisch in de zin dat de ideeën en gevoelens die ik erin heb neergeschreven echt zijn. Wat de feiten betreft, is alles echt gebeurd, behalve hetgeen ik verzonnen heb, natuurlijk. En zelfs daar ben ik niet zeker van, omdat een vaste identiteit altijd een illusie is. Net als het leven zelf is autobiografisch schrijven zoiets als met de ogen dicht in inktzwart water zwemmen. Dat is trouwens al vijftien boeken lang mijn motivatie om te schrijven: erachter komen wie ik ben. Aan het einde van de rit, hoop ik daar meer inzicht in te hebben. 2. Is deze roman ook een wat bizarre ode aan het schrijversleven? Vekeman: Mensen als ik is alvast een ode aan de fictie, en wellicht dus ook aan het schrijversleven, al zie ik het eerder als een ode aan het leven in het algemeen. Ik ben aan het boek begonnen toen ik net te horen had gekregen dat ik niet ongeneeslijk ziek was. Ik had het in mijn hoofd gestoken dat ik kanker had en vroeg me af wat ik dreigde te verliezen. Bij nader inzien was dat toch wel heel veel. Het mag duidelijk zijn dat ik niet al huppelend de dag doorkom en onophoudelijk gebukt ga onder mezelf, maar tezelfdertijd vind ik dat leven natuurlijk ook wel de moeite waard, bij momenten zelfs fantastisch. 3. 'Ik omarm iets, zuig eruit wat ik nodig heb en laat het vallen', schrijf je vol zelfkennis. Heb je iets bijgeleerd over jezelf door over je scheiding te schrijven? Vekeman: Omdat die door de mediatisering de sfeer heeft gekregen van een ongevaarlijke allemanshobby die beoefend wordt in een grote, toffe leesclub. Ik stel hogere eisen. Ik hou van literatuur op het scherpst van de snee, die een blik gunt achter de schermen van de persoonlijkheid van de schrijver. Zijn de normale mensen geen mensen wier afwijkingen ons onbekend zijn, vroeg Marcellus Emants zich af. Het is de taak van de literatuur die afwijkingen van de schrijver en de lezer bloot te leggen. Ik heb niet het gevoel dat die mening vandaag veel gedeeld wordt, net zomin als mijn gewoonte om mijn afwijkingen te evoceren door middel van een eigenzinnige stijl.