MUHKA
...

MUHKA Leuvenstraat in Antwerpen, tot 30 mei. tel. 03 260 99 99 en www.muhka.be Na de schril klinkende lofzang op de Belgische kunst ( Once upon a time, kunst in België in de jaren '90) gooit het MuHKA het roer om richting China. Alles onder de hemel toont kunst uit de verzameling Ullens, die sinds vorig jaar een stichting is geworden en geleid wordt door criticus Fei Dawei. Het tweede en historische luik loopt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, waar klassieke Chinese kunst wordt getoond vanaf de elfde eeuw. Het MuHKA houdt het bij een rustig tempo en een volgorde die langzaam maar zeker charmeert. De hedendaagse Chinese kunst - die nochtans hard en wrang kan zijn - wekt hier een beschouwende indruk met eerder verdoken verwijzingen naar ijselijke onderwerpen als machtsmisbruik, zelfmoord en dood. Globalisatie en urbanisatie eisen ook hun deel, maar dan vanuit een beeldend en soms poëtisch perspectief en veel minder als een thema dat op maatschappijkritische wijze ontleed wordt. China Now maakt geen gedurfde sprongen. Toch vind je er meerdere installaties die een complexe en pure wereld oproepen. Zo toont Chen Shaoxiong een maquette van tien meter lang waarin de gonzende bedrijvigheid van een straat weergegeven is met papieren figuurtjes. De volledige zaal wordt doorkruist met uitgeknipt verkeer, kraampjes, boompjes en mensen die fietsen, wandelen en met tassen zeulen als een roerloos tafereel dat toch bruist van leven. De grote dakpannen-installatie van Shen Yuan ( Un Matin du Monde) lijkt op een bevroren fragment uit De Rode Lantaarns, bijgekleurd met een briesje uit een ventilator en een kikker die kwaakt als je er voorbijloopt. In een lijvige, vierkante videoprojectie ( Red Doors van Wang Gongxin) slaan de poorten met een gemene klap dicht als je eraan komt, en in You can fly higher (Shi Yong) leiden een rij pillen naar een hypnotiserend schermpje dat boven een paar luchtmatrassen hangt. De selectie houdt vlot stand, maar toch ontkom je niet aan het gevoel het allemaal wel eens eerder te hebben gezien. Het nieuwe aan de globalistische kunst-uit-andere-continenten is er alweer wat af sinds de inmiddels legendarische tentoonstelling Magiciens de la Terre in Parijs. En voor wat het Oosten betreft komen bijvoorbeeld de Japanners met hun schreeuwerige, extraverte maar onder het oppervlak pessimistische popkunst heel wat hedendaagser voor de dag. Met één uitzondering echter: de statige, rode zuil met springplank van Gu Dexin beschikt wel over de okselfrisheid van vandaag. Op twee schermpjes tegenover de installatie zijn schematische animaties te zien van figuurtjes die afwisselend in het water plonzen of te pletter storten. Door de tekenfilmhandleiding wordt het werk koddiger én grimmiger, waardoor het werk een dubbelsnijdende inhoud krijgt die naadloos aansluit bij de stijl van de nieuwe lichting globalisten. Els Fiers Els Fiers