Film: *** Extra's: *** (RCV)
...

Film: *** Extra's: *** (RCV) Film. Toen Bob Fosse in 1975 voor het eerst de Fred Ebb & John Kander (het duo van Cabaret) musical Chicago opvoerde, was Broadway nog niet helemaal rijp voor de gitzwarte uitbundigheid van een show waarin de juridische wereld door en door corrupt is, rechtspraak één grote schertsvertoning is en de heldinnen voor niets terugdeinzen (zeker niet moord) om toch maar roem te oogsten. Toen in 1996 de minimalistische revival eraan kwam (vanaf volgende week ook te bewonderen in Antwerpen) waren de thema's plotseling veel relevanter geworden, en was het commercieel uitbuiten van misdaad veeleer regel dan uitzondering. In het post-O.J. Simpson-Amerika, waar misdaad duidelijk loont, kon een filmversie van dit sensationeel drama uit de Jazz Age moeilijk uitblijven. Zeker niet toen de makers de grote hinderpaal hadden overwonnen: hoe de muzikale nummers op een of andere manier in de 'realistische' actie te integreren? De oplossing lijkt achteraf voor de hand liggend: van Roxie een droomster maken, die wordt meegesleept door haar fantasieën die als muzikale nummers tot leven komen en zodoende ook een scherp ironische commentaar geven op de minder glansrijke werkelijkheid. Het concept werkt, mede dankzij het aanstekelijk enthousiasme van de drie sterren die de pannen van het dak zingen en dansen, hoewel slechts één van hen, Catherine Zeta-Jones, al enige musicalervaring had, en Renée Zellweger en Richard Gere al hun kunstjes moesten aanleren. Wat niet belet dat uiteindelijk John C. Reilly in zijn vertolking van Mr. Cellophane met het meest pakkende nummer aan de haal gaat. Vrij onverwacht werd Chicago begin dit jaar de grote oscarkampioen, en dit in een genre dat totaal uit de gratie van het publiek was geraakt. Extra's. Mooiste toemaatje is het geschrapte muzikaal nummer Whatever Happened to Class?, een sarcastisch duet van Queen Latifah en Zeta-Jones dat al op de originele soundtrack stond. In de 'behind the scenes' special (27 minuten) wordt het feit dat de acteurs zelf dansen en zingen breed uitgemeten, maar gaat te weinig aandacht naar de voorgeschiedenis van Chicago (het oorspronkelijke toneelstuk; de eerste filmversie in 1927; de tweede verfilming, Roxie Hart uit 1942 met Ginger Rogers; de Bob Fosse-musical; de afgeslankte revival). Gelukkig maakt de rijk gevulde audiocommentaar veel goed: regisseur/choreograaf Rob Marshall en scenarist Bill Condon verschaffen boeiende inzichten in hun transformatie van de Broadwayhit naar een filmspektakel, met toelichting bij de ingenieuze overgangen van gore realiteit naar spetterende show (het verblindende flashlight op de moordenares verandert in een spotlight op de would-be vaudeville-ster). DOOR patrick duynslaegher