Charles Dickens (1812-1870) was een rasverteller. Al durfden hoogdravende tijdgenoten hem wel eens van sentimentaliteit te beschuldigen, met zijn zeer rijke palmares groeide hij uit tot de grootste schrijver van de victoriaanse tijd. Toch was hij in zijn romans ook een van de scherpste critici van victoriaans Engeland. Hij kénde de uitwassen van de industriële revolutie: als kind zag hij zijn vader met schulden de gevangenis indraaien en moest hij van zijn stiefvader in een schoensmeerfabriek werken. Hoewel hij een welgestelde heer werd, bleef hij een voorvechter van radicale sociale v...

Charles Dickens (1812-1870) was een rasverteller. Al durfden hoogdravende tijdgenoten hem wel eens van sentimentaliteit te beschuldigen, met zijn zeer rijke palmares groeide hij uit tot de grootste schrijver van de victoriaanse tijd. Toch was hij in zijn romans ook een van de scherpste critici van victoriaans Engeland. Hij kénde de uitwassen van de industriële revolutie: als kind zag hij zijn vader met schulden de gevangenis indraaien en moest hij van zijn stiefvader in een schoensmeerfabriek werken. Hoewel hij een welgestelde heer werd, bleef hij een voorvechter van radicale sociale verandering. Vooral zijn latere werk toont zijn grote inlevingsvermogen en zijn nog grotere hart voor de lagere klasse. Hij slaagde er wel in zijn romans toegankelijk en met zijn zin voor humor ook verteerbaar te houden, een erfenis van zijn jaren als journalist en komisch schrijver. Voor de lezers van toen was het elke maand uitkijken naar het volgende hoofdstuk van zijn romans, die eerst als serie in de krant verschenen. Nu is Dickens verplichte kost voor literatuurstudenten, maar ook voor iedereen die van een goed verhaal houdt. Dickens' eerste roman was meteen een groot succes. Met de komische reisavonturen van de goedmenende Samuel Pickwick en zijn fellow gentlemen wist hij het publiek zo te bekoren dat The Pickwick Papers een fenomeen werd. Er verschenen bootlegs, theaterstukken, moppenboekjes en andere merchandising. Vooral de grappige, vaak overdreven personages zijn nog populair. Met Oliver Twist schreef Dickens een van de schrijnendste verhalen uit de Engelse literatuur. Het arme weesje Oliver lijkt nergens welkom, valt ten prooi aan gewetenloos geboefte en raakt zelfs even zelf op het slechte pad. Toch blijf je van dit door en door goede jongetje houden, de woorden 'I want more' hebben nooit meer zo zielig geklonken. In het bekendste van Dickens' kerstboeken krijgt ellendeling Ebeneezer Scrooge op kerstavond geesten uit het verleden op bezoek en ziet hij in een visioen zijn eigen eenzame dood. Hij is er zo van aangedaan dat hij in de kerstsfeer zijn leven wil beteren. Met A Christmas Carol zorgde Dickens trouwens in zijn eentje voor een kerstrevival. Hij zal het niet graag toegegeven hebben, maar de bildungsroman David Copperfield is heel autobiografisch. Voor de eerste keer laat Dickens zijn personage zelf aan het woord. David vertelt zijn leven van kind tot man, en zijn onredelijke stiefvader, werk in de fabriek en training als journalist weerspiegelen daarbij Dickens eigen leven, tot het happy end toe. Ook in Great Expectations blikt een jonge man terug op zijn leven, al is het resultaat een somberder relaas. Als een van de eerste moderne antihelden koestert hoofdpersonage Pip hoge verwachtingen, maar krijgt hij teleurstelling na teleurstelling te verwerken. Bovendien laat hij zich zo meeslepen door zijn ambitie om een rijke gentleman te worden dat hij uiteindelijk zelf niet meer weet wie hij is. Barbara De Coninck