Sinds een jaar heb ik een poes, een Bengaalse tijgerkat die we naar Beëlzebub hebben vernoemd en zich ook naar die naam gedraagt. Niets is veilig voor zijn sikkelvormige klauwen en als hij zich eenmaal in iets heeft vastgebeten - een schoenveter, een wc-rol - kun je slechts geduldig wachten tot hij zijn interesse verliest en zijn kaken zich ontspannen. Verder komt hij ons 's nachts wekken door met zijn poot eindeloos op je hoofd te tikken en loopt hij dolgraag dwars over je manuscript, liefst terwijl je aan het schrijven bent. Welbeschouwd zijn wij eigendom van de kat geworden, makke huisslaven die hem op zijn wenken bedienen in de hoop beloond te w...

Sinds een jaar heb ik een poes, een Bengaalse tijgerkat die we naar Beëlzebub hebben vernoemd en zich ook naar die naam gedraagt. Niets is veilig voor zijn sikkelvormige klauwen en als hij zich eenmaal in iets heeft vastgebeten - een schoenveter, een wc-rol - kun je slechts geduldig wachten tot hij zijn interesse verliest en zijn kaken zich ontspannen. Verder komt hij ons 's nachts wekken door met zijn poot eindeloos op je hoofd te tikken en loopt hij dolgraag dwars over je manuscript, liefst terwijl je aan het schrijven bent. Welbeschouwd zijn wij eigendom van de kat geworden, makke huisslaven die hem op zijn wenken bedienen in de hoop beloond te worden met een spinsessie op schoot. Weinig dieren hebben zo'n literaire status als katten. Nobelprijswinnaars als T.S. Eliot en Doris Lessing spendeerden er stapels papier aan, in het oeuvre van Haruki Murakami spelen ze vaak een hoofdrol en in het Nederlands taalgebied probeerden onder meer Remco Campert en W.F. Hermans het raadsel van het goddelijke dier te doorgronden. Hoewel de Zweedse schrijver en psychiater Nils Uddenberg in zijn jeugd een dierenliefhebber was - hij had honden, een terrarium met slangen en een aquarium - heeft hij later gezworen nooit nog een huisdier te nemen. Tot hij op zijn oude dag een kat in zijn tuinhok ontdekt, een ondervoed beestje dat in een mand met tuingereedschap woont en hem met grote ogen aankijkt. In een mum van tijd gaat hij overstag. Het begint met een schoteltje melk, dan volgen er brokken en voor hij het beseft woont het dier binnenshuis, waar het zich tegoed doet aan gourmetblikjes en de oude man 's nachts wakker houdt omdat ze een levende muis heeft binnengebracht. Uddenberg moet zijn leven aanpassen. Hij is een veelreizer die een appartement aanhoudt in Stockholm en regelmatig Zuid-Afrika aandoet, dus komt er een kattenluikje, wat meteen al een grappige scène oplevert. Een oudere professor die zich in een doe-het-zelfzaak in de haren krabt: waarom sta ik hier naar kattenluikjes te kijken? Hoe is het zo ver kunnen komen? Verwacht van De oude man en de kat geen groots opgezet boek. Uddenberg gebruikt zijn kat als aanleiding om enkele essayistische teksten aan elkaar te rijgen. Niet toevallig verwijst hij naar Montaigne, ook een notoir kattenliefhebber, om zijn boekje te rechtvaardigen. Soms gaat hij uit de bocht - als psychiater vergelijkt hij het likken van de staart op freudiaanse wijze met duimzuigen - en echt diepgravend zijn zijn koddige observaties niet, maar tussen de lijnen door onthult hij meer over zichzelf dan hij zou willen. Hoe je vastroest in ouderdom, hoe de liefde kan rijpen, wat het betekent om gepensioneerd te zijn en minder zeggenschap te hebben in de academische wereld. De kat heeft hem voor bitterheid behoed en zijn brein van vitamines voorzien. Hopelijk zorgt het internationale succes van De oude man en de kat voor meer vertalingen van Uddenberg. Wie zo pienter over zo'n klein onderwerp kan schrijven, heeft waarschijnlijk meer in zijn mars. DE OUDE MAN EN DE KAT *** Nils Uddenberg, Balans (originele titel: Gubbe och katt), 170 blz., ? 15. RODERIK SIXCENTRALE ZINNEN Het zijn zelfstandige individualisten, die weigeren een plaats in de hiërarchie in te nemen. Veel mensen dromen ervan net zo onafhankelijk te kunnen zijn.