Caspar David Friedrich, Inventing Romanticism

FOLKWANG MUSEUM

GOETHESTRASSE 41 IN ESSEN, TOT 20 AUGUSTUS. WWW.MUSEUM-FOLKWANG.DE

Wie kent hem niet: de eenzame wandelaar die vanop een rots een mistig berglandschap overschouwt? Schepper van dit desolate natuurtafereel was de onvolprezen Caspar David Friedrich (1774-1840), de Duitse romanticus die landschappen schilderde alsof de duivel hem op de hielen zat. Meer dan dertig jaar na de grote Friedrich-retrospectieve in de Tate Gallery brengt het Folkwang Museum zijn werk opnieuw samen. Inventing Romanticism omvat een honderdtal tekeningen en studies en tachtig schilderijen waarvan sommige pas nu voor het eerst werden uitgeleend. Een overzicht om u tegen te zeggen, met daarbovenop nog een concept dat de mysterieuze Friedrich in een helderder licht plaatst. Tot hiertoe werden zijn geheimzinnige landschappen meestal in vrij specifieke, symbolische termen uitgelegd. Religie en christendom liepen op kop, waardoor Friedrich de geschiedenis inging als iemand die de nietige mens confronteerde met een overweldigende, door God geschapen natuur. Maar Inventing Romanticism pakt het anders aan en focust eerst op de artistieke betekenis van het oeuvre. Zoals de titel al aangeeft, was Friedrich erg begaan met het formuleren van een eigen stijl. Hij zocht een soort van romantiek die niet, zoals het cliché wil, inaccuraat en emotioneel was maar precies, gestructureerd en behoorlijk doordacht. Een boodschapper met een godsdienstige missie was hij met andere woorden niet, wel een kunstenaar met een suggestieve en erg complexe beeldtaal. Fictieve landschappen, een realistische weergave en een duidelijke structuur zijn de kernbegrippen, maar daarnaast trachtte Friedrich zijn tijdgenoten ook aan andere inzichten te helpen. Zijn wereldberoemde Tetschen Altar (1808) bijvoorbeeld, een schilderij van een heuvel met een groot kruis tussen de naaldbomen, gaf volgens Friedrich zelf een oude, prechristelijke wereld weer waarin de heuvel een onveranderlijk lot symboliseerde en de bomen hoop. Het kruis daarentegen was niet zozeer een symbool, maar eerder een hint: hier geen kerken en kloosters maar een altaar dat ver van alle voorschriften door de natuur zelf omhoog was gestuwd. Ook zijn Poolzee (1824) werd vanuit Hamburg naar Essen overgebracht. Het doek, een knoestige compositie van enorme blokken pakijs, is zo nauwkeurig geschilderd dat het bijna een foto zou kunnen zijn. Desondanks is het een pure vrucht van Friedrichs verbeelding, en net zoals het Tetschen Altar een monument dat niet door de mens maar door de natuur is voortgebracht. Een verklaring voor de grenzeloze eenzaamheid en de nimmer aflatende, dramatische suggestie ligt mogelijk bij een traumatische gebeurtenis uit Friedrichs jeugd. Toen hij twaalf was, zakte de kunstenaar in de dop door het ijs. Zijn broer Johann Christoffer kon hem uit het water trekken, maar verdronk zelf. Friedrich hield er een schuldgevoel aan over waaronder hij de rest van zijn leven gebukt ging. Verlies en weltschmerz alom, maar dan zo zorgvuldig en dwingend geschilderd dat vrijwel niemand de Duitse meester nog kon evenaren.

Els Fiers