MARTIN CAMPBELL
...

MARTIN CAMPBELL MET DANIEL CRAIG, EVA GREEN, MADS MIKKELSEN, JUDI DENCH, CATERINA MURINO Toen Daniel Craig tot ieders verbazing werd voorgesteld als de nieuwe 007, brak een internetvete tegen de Britse acteur uit die qua fanatisme zelfs menige Bondschurk naar de kroon stak. Toch zullen zelfs zijn meest verbeten criticasters het straks moeten toegeven: Daniel Craig is geen goeie Bond maar een gewéldige. En hij is meteen ook de meest dierlijk dreigende en ijzig koele moordmachine sinds über-Bond Sean Connery de smoking van Flemings flegmatieke topspion aan de wilgen hing. Bovendien schiet de 21e aflevering van 's werelds langstlopende filmfranchise als een opgepepte Aston Martin uit de startblokken. De snoeiharde zwart-witproloog en de eerste lang uitgesponnen actiesequens in een hitsig Afrikaans decor serveren precies wat producenten Barbara Broccoli en Michael Wilson beloofden: géén megalomane flauwekul of onnozele gadgets (van Q is zelfs geen sprake meer), maar forse actie in een meer realistische stijl en een plot die met beide benen stevig in de actuele onderwereld staat. Toch is Bonds operatie 'back-to-basics' - Casino Royale is de eerste roman die Ian Fleming ooit neerpende over de dandy-killer en in zekere zin dus zijn wedergeboorte - niet op alle fronten even geslaagd. Als regisseur mist huurling Martin Campbell, die tien jaar terug al GoldenEye draaide met Craigs voorganger Pierce Brosnan, een persoonlijke signatuur en bovendien doet zijn melange van snelle, schichtige coupages en een vlakke, oerklassieke mise-en-sène behoorlijk schizofreen aan, alsof Bonds metamorfose nu ook weer niet te radicaal mocht zijn. Het grootste probleem zit hem echter in de dramatische structuur: na de spetterende openingsact waarin Bond aan hijskranen bungelt en een aanslag-met-tankwagen op een vliegtuig verijdelt, gaat 007 tussen protserige kitschdecors achter een pokertafel zitten met zijn nemesis LeChiffre (Mads Mikkelsen), een bloed wenende bankier die terroristisch tuig geld voorschiet. Waarop de motor van de film hopeloos begint te sputteren - ook al krijg je met Eva Green als Vesper Lynd misschien wel de mooiste, slimste en meest complexe Bondgirl ooit voorgeschoteld, toont Bond tussen het afvuren van even welgemikte kogels als oneliners ook zijn kwetsbare kant én zakt er in de ontgoochelende climax nog een Venetiaans palazzo in het moeras. Niets meer dan een degelijke actiefilm dus, al mag Craigs licence to kill wat ons betreft meteen met enkele afleveringen worden verlengd. Dave Mestdach